kat1

De vorm van de pupil blijkt ons veel te kunnen vertellen over de levensstijl van een dier.

Wij mensen hebben ronde pupillen. Maar dat is zeker niet de standaard. Zo hebben schapen bijvoorbeeld een horizontaal streepje als pupil, terwijl de kat een verticaal streepje heeft. Maar waarom zijn er zulke grote verschillen? Onderzoekers analyseerden de pupillen van 214 dieren die op het land wonen. Ze ontdekten al snel een patroon. Zo blijken soorten met een lange, verticale pupil (zoals de kat) ’s nachts en overdag actief te zijn. Ook waren het vaak roofdieren die hun prooi vingen door een hinderlaag te leggen. Dieren met een horizontale pupil waren doorgaans planteneters die de ogen aan de zijkant van de kop hadden zitten. Dieren met ronde pupillen waren ‘actieve jagers’: zij gingen actief achter hun prooi aan en waren met name overdag actief.

Horizontaal of verticaal
Uit eerder onderzoek is al gebleken dat het spleetje dat de pupil van bijvoorbeeld de kat vormt, van grote waarde is voor een dier dat zowel ’s nachts als overdag actief is. Als er weinig licht voorhanden is, kan de pupil flink groeien, terwijl deze overdag slechts een dun streepje vormt. “Het spleetje helpt deze soorten om te zien als er weinig licht is, maar voorkomt dat ze verblind worden door de middagzon,” stelt onderzoeker Martin Banks. “Maar deze hypothese verklaart nog niet waarom de spleetjes soms verticaal en soms horizontaal zijn. Dit onderzoek is een eerste poging om te verklaren waarom de oriëntatie er toe doet.”

Prooien
Uit het onderzoek blijkt dat horizontale pupillen het gezichtsveld van een dier verbreden. De pupillen bevinden zich op één lijn met de grond en ontvangen – wanneer ze iets worden uitgerekt – meer licht van voren, achteren en opzij. De horizontale pupil zal bovendien niet zo snel verblind worden door zonlicht (dat van boven komt), waardoor het dier de grond beter kan zien. “Deze dieren moeten roofdieren detecteren en meestal bevinden die zich op de grond,” vertelt Banks. “En wanneer ze een roofdier zien, moeten ze kunnen zien waar ze heen rennen. Ze moeten goed kunnen kijken vanuit de ooghoek om snel te kunnen rennen en over dingen heen te kunnen springen.” Maar wat gebeurt er met de oriëntatie van de pupil als het dier het hoofd buigt om te grazen? “Wanneer geiten, antilopen en andere grazende prooien hun hoofd buigen, roteren hun ogen, zodat de pupillen netjes op één lijn blijven met de grond.”

De verticale spleetjes zijn juist weer handig als de afstand tot een prooi moet worden ingeschat. Vandaar dat we verticale spleetjes vaker aantreffen bij roofdieren. Maar niet alle roofdieren hebben baat bij verticale spleetjes, zo benadrukken de onderzoekers. De verticale streepjes zijn alleen handig als het roofdier klein is. Vandaar dat we verticale spleetjes aantreffen bij bijvoorbeeld katten, terwijl tijgers en leeuwen juist ronde pupillen hebben.