Wetenschappers van de Amerikaanse overheid hebben gisterenavond – kort nadat de beurs sloot – bekendgemaakt dat er veel meer olie uit het lek in de Golf van Mexico is gelopen dan gedacht. Voor 3 juni kwamen dagelijks geen 19.000 vaten, maar tussen de 20.000 en 40.000 vaten olie vrij.

Als we uitgaan van zo’n 40.000 vaten per dag, betekent dat dat er over de gehele periode 2 miljoen vaten zijn vrijgekomen. Dat is acht keer meer olie dan het geval was tijdens de Exxon Valdez-ramp. Deze ramp ging de boeken in als de grootste ooit, maar lijkt nu definitief van de troon te worden gestoten.

Kap
BP heeft laten weten inmiddels zo’n 73.324 vaten olie met behulp van de kap te hebben opgevangen. De Amerikaanse overheid lijkt daar niet van onder de indruk te zijn; volgende week moet de voorzitter van het BP-bestuur bij president Barack Obama op het matje komen.

Boete
Dat er zoveel meer olie is vrijgekomen, maakt de situatie voor BP niet gemakkelijker. Het is de gewoonte dat eventuele schade na een olieramp door de oliemaatschappij wordt betaald. Die rekening wordt op basis van het aantal vrijgekomen vaten olie opgesteld. Met het oog op de huidige wetgeving kan BP boetes tot 4300 dollar per vat verwachten. De Amerikaanse overheid is echter niet de enige die BP op het matje gaat roepen. De verwachting is dat de olie in december ook de kust van Mexico bereikt. Het land onderzoekt nu hoe eventuele schade ook dan op BP kan worden verhaald.

Ondertussen dobbert de olie gewoon door. Gisteren maakte de organisatie Oceana bekend dat er in de periode tussen 20 april en 10 juni zo’n 36 met olie besmeurde, maar nog in leven zijnde zeeschildpadden zijn gevonden. Voor nog eens 300 exemplaren kwam hulp te laat. Naar verwachting zullen de cijfers in werkelijkheid veel groter zijn; lang niet elke dode zeeschildpad spoelt op het strand aan.