De meeste dieren hoeven niet na te denken als ze gaan rennen. Hun looppas gaat haast automatisch over in een draf. Maar hoe doen olifanten met een gewicht van 4000 kilo dat? Onderzoekers John Hutchinson en Normand Heglund besloten het te onderzoeken en concluderen dat olifanten hun energie heel efficiënt benutten.

Hutchinson bestudeerde de draf van de dieren en zag dat ze – als ze renden – met hun voorpoten liepen en met de achterpoten in draf waren. Om de reden daarvan te achterhalen, diende eerst duidelijk te worden met welke krachten het olifantenlijf in een drafje te maken had. Oftewel: hoeveel druk oefenden de olifanten op de grond uit?

Heglund maakte een platform van zestien vierkante meter en zette de benodigde camera’s en computers neer. Vervolgens werden de olifanten door hun baasje aangemoedigd om vaart te maken. 34 olifanten – variërend in gewicht van 870 tot 4000 kilo renden over het platform. Hun snelheid verschilde sterk. Wandelend haalden ze een snelheid van 0,38 meter per seconde. In draf was 4,97 meter per seconde geen probleem.

Door de snelheid met het gewicht van de olifant te vergelijken konden de onderzoekers achterhalen hoe het dier zijn energie benutte. De resultaten zijn verbazingwekkend. Een olifant gebruikt voor transport minimaal 0,8 Joule per kilogram per meter. Daarmee is zijn energieverbruik éénderde van dat van mensen en slechts één dertigste van dat van muizen.

De olifant kan het energieverbruik zo laag houden omdat de frequentie waarmee hij stapt veel hoger is dan verwacht. Bovendien weet hij zijn lijf heel stabiel te houden door bij het rennen gemiddeld twee voeten op de grond te houden. Als hij wandelt weet hij zelfs drie poten op de grond te houden. Door deze maatregelen is de druk die de olifant op de grond uitoefent veel kleiner dan dat van andere dieren en dat drukt het energieverbruik aanzienlijk.