De bruine dwerg heeft hooguit enkele tientallen minuten nodig om een rondje rond de eigen as te voltooien. Een record!

De bruine dwerg in kwestie bevindt zich op zo’n 55 lichtjaar van de aarde en werd in 2011 ontdekt. De ster heet voluit WISEPC J112254.73+255021.5 (kortweg: J1122+25). Wetenschappers hebben de bruine dwerg nu nader bestudeerd met behulp van de 305-meter Arecibo-radiotelescoop.

Mislukte ster
Bruine dwergen worden ook wel mislukte sterren genoemd. Hun massa is zo klein dat ze niet in staat zijn om kernfusie op gang te brengen. Hierdoor zijn de mislukte sterren veel kouder en aanzienlijk minder helder dan ‘echte’ sterren. Sommige bruine dwergen zijn dankzij hun interne structuur en snelle rotatie echter in staat om een krachtig magnetisch veld en periodieke radiostraling te produceren. Ook J1122+25 kan dat. En die radiostraling stelde onderzoekers in staat om de rotatie van de bruine dwerg in kaart te brengen.

WIST JE DAT…
…ook op bruine dwergen poollicht kan ontstaan?

Tot 51 minuten
De door de Arecibo-radiotelescoop verzamelde metingen wijzen erop dat de bruine dwerg 17, 34 of 51 minuten nodig heeft om een rondje rond de eigen as te voltooien. Meer onderzoek moet aantonen welke van deze drie schattingen klopt, maar zelfs als de ster een rotatieperiode van 51 minuten heeft, roteert deze sneller dan elke andere bruine dwerg waarvan de rotatiesnelheid is vastgesteld.

“De ontdekking van de supersnel roterende J1122+25 vormt een nieuwe uitdaging voor de theoretische modellen die de evolutie van deze objecten en de interne dynamo’s die hun magnetische velden aandrijven, beschrijven,” stelt onderzoeker Matthew Route. En het onderzoek heeft ook implicaties voor gasreuzen. Bruine dwergen worden vaak gezien als de schakel tussen sterren en planeten. Het zijn net geen sterren, maar ook net geen planeten. Toch delen ze wel verschillende eigenschappen met gasreuzen zoals bijvoorbeeld Jupiter. Door ultrakoele bruine dwergen zoals J1122+25 te bestuderen, kunnen onderzoekers dan ook tevens meer zeggen over de eigenschappen van gasreuzen die aanzienlijk lastiger te bestuderen zijn dan (mislukte) sterren.