praten

Wanneer we spreken, gebruiken we beide hersenhelften. Dat hebben onderzoekers van de New York University ontdekt. Het is een opvallende ontdekking: wetenschappers namen altijd aan dat we slechts één hersenhelft gebruikten om te spreken.

De onderzoekers bestudeerden mensen bij wie elektroden direct in en op het oppervlak van het brein geplaatst waren. De proefpersonen kregen de opdracht om woorden te herhalen die niet bestonden. Bijvoorbeeld ‘kig’ of ‘pob’. Door de proefpersonen niet-bestaande woorden te laten herhalen, konden de onderzoekers zien welke delen van het brein actief werden wanneer mensen spraken, zonder dat ze daarbij ‘per ongeluk’ ook de delen van het brein activeerden die actief worden wanneer mensen met taal (oftewel: bestaande woorden) bezig zijn.

Uit het onderzoek blijkt dat proefpersonen terwijl ze spraken beide hersenhelften gebruikten. En dat is opvallend. “Onze resultaten staan haaks op wat binnen de wetenschappelijke gemeenschap algemeen geaccepteerd is, namelijk dat we slechts één deel van het brein gebruiken om te spreken,” stelt onderzoeker Bijan Pesaran.

De onderzoekers hopen dat hun studie een bijdrage kan leveren aan de behandeling van mensen die moeite hebben met spreken. “Nu we een beter beeld hebben gekregen van het verband tussen het brein en spraak, kunnen we beginnen om nieuwe manieren te ontwikkelen om mensen die weer moeten leren spreken na een beroerte of andere verwondingen die resulteren in hersenbeschadigingen te helpen.”