Dat zagen onderzoekers – sinds de metingen in 1979 begonnen – slechts één keer eerder gebeuren.

Nu de zomer op zijn einde loopt, stevent het zee-ijs op de noordpool af op het jaarlijkse zee-ijsminimum (zie kader). Een nieuw record lijkt het niet te gaan worden. Wel is er ook dit jaar opvallend weinig zee-ijs op de Noordelijke IJszee te vinden.

Als het zomer is op het noordelijk halfrond smelt een groot deel van het zee-ijs dat op de Noordelijke IJszee rust. Om vervolgens in de winter weer aan te groeien. Het betekent dat het zee-ijs aan het eind van de zomer (meestal in september) een minimale omvang bereikt: het zee-ijsminimum.

Het einde van de zomer
Tot op heden staat de minimale omvang van het zee-ijs voor dit jaar op 3,82 miljoen vierkante kilometer. Dat zee-ijsminimum werd op 3 september genoteerd. Inmiddels is het zee-ijs weer wat aangegroeid en rust er zo’n 3,94 miljoen vierkante kilometer ijs op de Noordelijke IJszee. Maar of we het zee-ijsminimum werkelijk achter de rug hebben, blijft nog even afwachten. Hoewel de temperaturen in het Arctisch gebied weer onder het vriespunt zijn gedoken, zit er in de wateren onder het zee-ijs nog behoorlijk wat warmte opgeslagen, dat het ijs van onderaf nog zeker gedurende een paar weken laat smelten. Hierdoor kan het zomaar zijn dat de omvang van het zee-ijs ergens in de komende weken nog onder die 3,82 miljoen vierkante kilometer duikt. Maar het kan ook zomaar zijn dat de omvang van het Arctisch zee-ijs op korte termijn weer gaat toenemen. Het enige wat daarvoor nodig is, is een extreem koude periode. Pas in oktober kunnen onderzoekers met zekerheid zeggen waar het zee-ijsminimum voor 2019 op uitkomt. Dat we daarbij onder de 4 miljoen vierkante kilometer duiken, staat inmiddels dus wel vast. En dat is vrij uniek; dat zagen onderzoekers sinds de metingen in 1979 begonnen slechts één keer eerder gebeuren: in 2012. Toen werd een recordbrekend zee-ijsminimum van 3,4 miljoen vierkante kilometer genoteerd.


Hier zie je de gemiddelde omvang van het zee-ijs in de maand september tussen 1979 en 2019. Afbeelding: Alfred Wegener Institute / Universiteit Bremen.

Geen nieuw record
Tot halverwege vorige maand waren onderzoekers nog in de veronderstelling dan 2019 het record uit 2012 wel eens van de troon kon gaan stoten. Tussen eind maart en begin augustus werd er namelijk keer op keer recordbrekend weinig zee-ijs op de Noordelijke IJszee gemeten. “Onze satellietgegevens laten zien dat er tussen maart en april 2019 een ongebruikelijk grote afname in de omvang van het zee-ijs plaatsvond en de Noordelijke IJszee kon daar maar niet van herstellen,” aldus onderzoeker Christian Haas. Maar sinds de tweede helft van augustus is de smelt van het zee-ijs wat afgeremd, waardoor 2019 toch geen recordjaar lijkt te gaan worden. Zoals het er nu naar uitziet, komt de minimale omvang van het zee-ijs die dit jaar wordt gemeten nipt in de top drie terecht.

IJsvrij
“Record of niet, dit jaar bevestigt de afname van het Arctische zee-ijs die we op lange termijn door toedoen van klimaatverandering zien,” aldus Haas. “Het wordt steeds waarschijnlijk dat het Arctisch gebied over een paar decennia gedurende de zomer ijsvrij is.”

De omvang van het zee-ijs door het jaar heen, weergegeven voor verschillende jaren op rij. Ook is te zien hoeveel zee-ijs er gemiddeld tussen 1980 en 2001 van dag tot dag op de Noordelijke IJszee rustte. Afbeelding: Alfred Wegener Institute / Universiteit Bremen.

MOSAIC
Dat er momenteel zo weinig zee-ijs op de Noordelijke IJszee te vinden is, heeft ook consequenties voor de MOSAIC-expeditie die volgende maand van start gaat. Tijdens deze expeditie willen onderzoekers een ijsbreker vast laten lopen in het Arctische zee-ijs, waarna deze een jaar lang willoos met het zee-ijs mee dobbert. Ook in de Laptevzee, waar de ijsbreker in het zee-ijs vast moet komen te zitten, is de omvang van het zee-ijs beperkt. “Dat betekent dat het relatief gemakkelijk is om het gebied te bereiken,” aldus Haas, die half december naar de ijsbreker zal afreizen. Het zal echter een stuk lastiger worden om een stuk zee-ijs te vinden dat groot, maar bovenal dik genoeg is om de ijsbreker in vast te laten lopen en vervolgens een kamp – met de nodige meetinstrumenten – op op te slaan. “Onze computermodellen laten zien dat het ijs er minder dan 80 centimeter dik is, dat is minder dan de 1,2 meter dikte die we graag hebben om onze meetstations veilig op te kunnen zetten. Het betekent dat we mogelijk verder naar het noorden moeten reizen.”

Ook Nederlandse onderzoekers nemen aan de MOSAIC-expeditie deel. Ze hopen onder meer uit te zoeken welk effect het verdwijnen van het zee-ijs heeft op het wereldwijde klimaat. Meer daarover kun je lezen in dit artikel, dat vorige week op Scientias.nl verscheen en waarin onderzoeker Maria van Leeuwe vertelt wat ze tijdens de expeditie gaat doen en wat de grootste uitdagingen zijn als je afreist naar zo’n onherbergzaam gebied.