Deze winter breekt de maximale omvang een keer geen diepterecord.

Onderzoekers komen wederom met de cijfers over de jaarlijkse maximale omvang van het Arctische zee-ijs. En er is een beetje goed nieuws. Want dit jaar rust er net ietsje meer zee-ijs op de Arctische wateren dan de afgelopen jaren.

maximum en minimum
Het Arctische zee-ijs is een laag ijs dat op de Noordelijke IJszee en omliggende zeeën rust. Tijdens de lente en zomer smelt een deel van het zee-ijs, om tijdens de herfst en winter weer te bevriezen. Het resulteert in een jaarlijks zee-ijsminimum en een jaarlijks zee-ijsmaximum. De minimale hoeveelheid zee-ijs wordt tegen het einde van de zomer (september) gemeten, terwijl de maximale hoeveelheid zee-ijs tegen het einde van de winter (maart) in kaart wordt gebracht.

Omvang
Op 13 maart bereikte het zee-ijs in het Noordpoolgebied een maximale omvang van 14,78 miljoen vierkante kilometer. Vorig jaar werd de winter afgesloten met 14,48 miljoen vierkante kilometer, waarmee een historisch dieptepunt werd genoteerd. Hoewel de omvang dit jaar ietsje meer is, is het het toch schrikbarend weinig als je het vergelijkt met eerdere periodes. Zo ligt er zo’n 860.000 vierkante kilometer – vergelijkbaar met de grootte van de staat Texas in de Verenigde Staten – minder zee-ijs op de wateren dan dat er in de periode tussen 1981 en 2010 werd gemeten.


Zee-ijs
Hoewel 14,78 miljoen vierkant kilometer heel wat klinkt, valt dat reuze mee. Het maximum van dit jaar gaat dan ook de boeken in als de op zes na kleinste maximale omvang. Het Arctische zee-ijs zit al langere tijd in zwaar weer. Zo is de omvang van het zee-ijs de laatste veertig jaar zowel tijdens het groeiseizoen, als tijdens periodes van smelt sterk afgenomen. De iets hoger uitgevallen omvang van dit jaar betekent volgens de onderzoekers dan ook niet gelijk dat het Arctische zee-ijs zich aan het herstellen is.

Een grote opening in het pak ijs dat op de oostelijke Beaufortzee rust. Afbeelding: NASA/Joe MacGregor

Daling
“Hoewel dit jaar geen historisch dieptepunt was, wijst de maximale omvang nog steeds op een aanhoudende daling van het winterijs,” zegt onderzoeker Melinda Webster. “De temperaturen in het Noordpoolgebied waren iets hoger dan gemiddeld en we zagen veel verlies van ijs in de Beringzee. Maar niets was deze winter zo extreem of dramatisch vergeleken met de afgelopen jaren.”

De stijgende temperaturen in het Noordpoolgebied hebben er de afgelopen decennia ook voor gezorgd dat seizoensijs de overhand neemt. Eerder rustte er voornamelijk dik, meerjarig ijs op de wateren. Maar nu is 70 procent van het zee-ijs seizoensgebonden, wat betekent dat het zee-ijs in de winter groeit, maar vervolgens in de daaropvolgende zomer gelijk weer smelt. “Omdat dit jongere ijs dunner is en in de winter sneller groeit, reageert het beter op het weer,” legt onderzoeker Ron Kwok uit. “Hierdoor zal de variabiliteit hoger zijn.”