De Arctische tandwalvis lijkt verrassend genoeg prima te gedijen met een wat beperkter genoom.

De narwal is ook wel de ‘eenhoorn’ van de oceaan. Zo hebben mannetjes een lange slagtand die uit hun bek naar voren steekt. Het dier is hoe dan ook bijzonder. Want onderzoekers hebben in een nieuwe studie ontdekt dat de Arctische tandwalvis al miljoenen jaren kampt met lage genetische variatie. En toch loopt het aantal narwallen op tot in de honderdduizenden.

Doodvonnis
Men dacht tot nu toe altijd dat een lage genetische variatie betekent dat een dier zijn doodsvonnis heeft getekend. In de evolutiebiologie wordt algemeen aangenomen dat populaties met meer genetische variatie namelijk grotere overlevingskansen hebben. In de natuur vindt natuurlijke selectie plaats waarbij de individuen met de voordeligste eigenschappen de grootste kans op overleven hebben. Dieren met een verminderde genetische variatie zouden meer moeite hebben om zich aan te passen aan veranderingen in hun omgeving. Maar de narwal bewijst het tegendeel.


Slagtand

De lange slagtand van de narwal komt zo nu en dan ook best handig van pas. Zo gebruikt de Arctische tandwalvis zijn slagtand bijvoorbeeld tijdens de jacht. Benieuwd hoe dat eruit ziet? Bekijk de beelden hier.

Genoom
In de studie analyseerden de onderzoekers het genoom van de narwal. Vervolgens vergeleken ze deze met andere Arctische zeezoogdieren. Interessant is dat de lage genetische diversiteit alleen in de narwal lijkt voor te komen. Andere Arctische soorten, inclusief naaste verwanten – zoals de witte dolfijn – hebben allemaal hogere genetische variaties. Maar de narwal zelf maakt het niets uit. Zo neemt het aantal dieren juist toe; zo wordt de populatie op dit moment geschat rond de 170.000 dieren.

Verklaring
Het team besloot op zoek te gaan naar een verklaring. En in hun studie suggereren ze dat het begin van de laatste ijstijd – zo’n 115.000 jaar geleden – mogelijk het ideale leefgebied creëerde voor de narwal. Hierdoor kon de populatie die destijds aanzienlijk kleiner was dan nu, zich snel uitbreiden. “Mogelijk heeft de narwal in de loop van de tijd verschillende mechanismen ontwikkeld om met hun beperkte genoom om te gaan,” stelt onderzoeker Michael Vincent Westbury. “Het aantal dieren zegt dus niets over de genetische diversiteit,” vult onderzoeker Eline Lorenzen aan. “En de genetische diversiteit zegt niets over het aantal individuen. Het blijkt niet zo simpel te zijn als dat eerder werd gedacht.”

Onderzoekers zijn nu van plan om te kijken of deze onverwachtse vondst in narwallen ook in andere soorten voorkomt. “De studie toont aan dat we de opvatting dat genetische diversiteit de overlevingskans van een soort voorspelt, in twijfel kunnen trekken,” zegt Westbury. “Eigenlijk is onze studie slechts een klein stapje in het vele werk dat nog voor ons ligt.”