Wanneer we de evolutietheorie overwegen, zijn feiten belangrijk. Maar ons onderbuikgevoel is belangrijker, zo blijkt.

Wanneer mensen met de evolutietheorie geconfronteerd worden, is het natuurlijk altijd maar de vraag of ze de theorie zullen accepteren of afwijzen. Wetenschappers dachten altijd dat mensen de theorie wanneer ze deze begrepen ook zouden omarmen. Want als mensen alle feiten hebben en de logica achter de theorie zien, dan moeten ze deze toch wel accepteren?

Extra factor
Nieuw onderzoek wijst er echter op dat die aanname niet klopt. Het begrijpen van de feiten en de logica erachter is namelijk niet genoeg. Maar welke factor speelt dan nog meer mee?

WIST U DAT…

Experiment
Om dat te achterhalen, verzamelden de onderzoekers 124 biologiedocenten in opleiding. De docenten kregen vragen voorgelegd waarmee de wetenschappers wilden achterhalen in hoeverre ze in de evolutietheorie geloofden. Daarna volgden vragen om de feitenkennis over de evolutietheorie te testen. De docenten schreven ook op in hoeverre ze dachten dat die feiten klopten. Hiermee werd hun onderbuikgevoel over de evolutietheorie vastgelegd.

Onderbuikgevoel
De kennis van de biologiedocenten bleek niet samen te hangen met hun acceptatie van de theorie. Docenten die veel van de evolutietheorie wisten, waren niet sneller geneigd om deze theorie ook te accepteren. Tenzij ze ook een goed onderbuikgevoel over de evolutietheorie hadden.

Religie
Het onderbuikgevoel bleek in alle gevallen doorslaggevend te zijn. Zowel wanneer de docenten veel of weinig van de theorie wisten, lieten ze zich door dat onderbuikgevoel leiden. Opvallend genoeg bleek het onderbuikgevoel omtrent de feiten zo’n sterke invloed te hebben dat ook de religieuze achtergrond van de proefpersonen geen rol speelde bij het uiteindelijk accepteren of afwijzen van de theorie. Blijkbaar staat religie de evolutietheorie toch niet zo in de weg. Als er iets in de weg staat, dan zijn we het zelf.

Het volledige onderzoek is verschenen in het blad Journal of Research in Science Teaching.