Vulkanen die diep onder het wateroppervlak van de Zuidelijke Oceaan liggen, kunnen een cruciale rol gaan spelen in de klimaatverandering. Ze kapen namelijk enorme hoeveelheden CO2 weg en zetten daarmee de rem op het broeikaseffect. Dat concluderen wetenschappers.

Een groep Australische en Franse wetenschappers heeft aangetoond dat vulkanen een enorme bron van ijzer zijn. Dat ijzer hebben eencellige planten genaamd fytoplankton nodig om te bloeien. Het proces waarin de planten het ijzer verwerken vereist een hoop CO2.

Ongeveer een kwart van de door mensen in de atmosfeer aangebrachte hoeveelheid CO2 wordt door oceanen geabsorbeerd. De Zuidelijke Oceaan heeft hier het grootste aandeel in. En daar levert fytoplankton een bijdrage aan. Wanneer deze eencellige planten doodgaan of worden opgegeten dan komt de hoeveelheid CO2 op de bodem van de oceaan terecht en daar blijft het eeuwenlang liggen.

Er zijn al een aantal studies geweest die hebben aangetoond dat vulkanen onder water ijzer loslaten. Maar geen enkele onderzoeker had ooit aangetoond dat dit ijzer van belang is als het gaat om de opslag van CO2.

IJzer wordt in de Zuidelijke Oceaan slechts in kleine hoeveelheden aangetroffen. Hierdoor komt er relatief weinig fytoplankton voor. Die hoeveelheden worden echter groter op het moment dat een grote zandstorm ijzerrijke sedimenten van de kust meeneemt naar zee. En het aantal zandstormen neemt toe naarmate een land zoals bijvoorbeeld Australië verder verzuurt.

Het onderzoek heeft aangetoond dat de hoeveelheid ijzer uit vulkanen relatief constant blijft en verantwoordelijk is voor vijf tot vijftien procent van de totale CO2-opslag in de Zuidelijke Oceaan. In sommige regio’s gaat het echter om maar liefst 30 procent. Dat betekent dat de vulkanen een tamelijk stabiele aanpak van het broeikaseffect kunnen zijn.

Het is nog onduidelijk of klimaatverandering de hoeveelheid ijzer aan het wateroppervlak aantast. Uit sommige onderzoeken is echter gebleken dat sterkere westenwinden nabij Antarctica grotere hoeveelheden ijzerrijk water naar boven trekken, waardoor meer fytoplankton ontstaat en er meer CO2 wordt geabsorbeerd. Er is echter nog meer onderzoek nodig voordat er nadere conclusies getrokken kunnen worden.