Mannen blijken niet alleen veel ernstigere ziekteverschijnselen te hebben dan vrouwen, ze overlijden er ook veel vaker aan.

De meeste mensen die het coronavirus onder de leden hebben, zullen slechts milde symptomen ervaren. Toch maakt het virus vele slachtoffers. Ondertussen zijn er wereldwijd al meer dan 200.000 mensen aan COVID-19 overleden. Wat wetenschappers nog steeds niet helemaal begrijpen is hoe het kan dat sommige mensen harder door het virus worden getroffen dan anderen. Ongetwijfeld spelen hierbij leeftijd en onderliggende gezondheidsproblemen een rol. Maar ook het geslacht blijkt uit een nieuwe studie cruciaal.

Trend
Tot dusver lijken ouderen en mensen met bepaalde reeds bestaande aandoeningen – zoals hartfalen of ademhalingsproblemen – een groter risico te lopen om hard door het virus te worden gegrepen. Maar toen de arts in-Kui Yang, werkzaam in het Chinese Tongren-ziekenhuis in Peking, zich over de cijfers van overleden COVID-19-patiënten boog, merkte hij een opvallende trend op. “Begin januari ontdekten we dat het aantal mannen dat aan COVID-19 overleed hoger leek te zijn dan het aantal vrouwen,” zegt hij. “Dit riep meteen de vraag op: zijn mannen vatbaarder voor het krijgen van, of overlijden aan COVID-19?”


Analyse
De onderzoekers verzamelden gegevens van 43 patiënten die de artsen zelf hadden behandeld en gebruikten data van 1056 besmette mensen uit een openbaar beschikbare dataset. Na een grondige analyse kwamen de onderzoekers tot een belangrijke conclusie. Uit de studie blijkt namelijk dat de kans dat mannen en vrouwen het virus oplopen even groot is, maar dat mannen veel vaker ernstiger ziek worden en er eveneens vaker aan overlijden. Sterker nog, uit de grootste COVID-19-dataset blijkt dat meer dan 70 procent van de overleden patiënten van het mannelijk geslacht is. Dit betekent dat het aantal sterfgevallen onder mannen bijna 2,5 keer zoveel is dan bij vrouwen. ‘Man zijn’ is dus een belangrijke risicofactor voor de ernst van de ziekte, ongeacht de leeftijd.

Vergelijking met SARS
In de studie trokken de onderzoekers eveneens een vergelijking met SARS. Het virus dat namelijk verantwoordelijk is voor COVID-19 lijkt namelijk sprekend op het virus achter de SARS-uitbraak en hecht zich aan hetzelfde eiwit; ACE2. Dit eiwit bevindt zich op het oppervlak van de cel, waarna het virus de cel binnendringt. Na een analyse van een SARS-dataset uit 2003, ontdekten de onderzoekers een vergelijkbare trend; ook destijds zijn er meer mannen aan SARS overleden dan vrouwen. Opvallend genoeg bleken mannen, maar ook patiënten die aan hart- en vaatziekten en diabetes leden, over meer ACE2-eiwitten te beschikken. En dit zijn precies de mensen die ook ernstigere ziekteverschijnselen van COVID-19 vertonen.

Het onderzoek stelt dus vast dat COVID-19 veel dodelijker is voor mannen dan voor vrouwen. Om de bevindingen echter te bevestigen, zijn volgens de onderzoekers vervolgstudies nodig waarbij er wordt gekeken naar een grotere steekproef. In ieder geval geeft het huidige onderzoek een eerste voorlopige indicatie dat mannen een significant grotere kans hebben om aan het virus te overlijden. Waarom dit echter zo is, is in nevelen gehuld. Eerder stelden wetenschappers ook al vast dat mannen – en dan voornamelijk kale mannen met volle baarden – mogelijk vatbaarder zijn voor COVID-19. Dit schreven ze toe aan een vermoedelijk verband tussen androgenen – ‘mannelijke’ hormonen die zorgen voor de ontwikkeling en het behoud van mannelijke eigenschappen, zoals testosteron – en COVID-19. Ook deze link zal in toekomstige studies nog verder moeten worden onderzocht.

Patiëntenzorg
Als de resultaten echter worden bevestigd, heeft dit belangrijke implicaties voor de behandeling van COVID-19 en de patiëntenzorg. Want het identificeren van de factoren die mensen vatbaar maken voor het virus kan helpen om de meest risicovolle mensen te beschermen en tijdig te behandelen. “We veronderstellen dat extra ondersteunde zorg en snelle toegang tot de intensive care-afdeling mogelijk nodig is voor oudere, mannelijke patiënten,” concludeert Yang.


Ondertussen zetten wetenschappers alle zeilen bij om zo snel mogelijk met een vaccin op de proppen te komen en om manieren te bedenken om het virus te bedwingen. En mogelijk is hierin ook een rol weggelegd voor honden. Honden hebben namelijk een opmerkelijke reukzin. Eerder toonden onderzoekers al aan dat honden malariaparasieten in kinderen kunnen detecteren, nog voor de kinderen er ziek van worden. Mogelijk zouden honden dus ook in staat zijn om het coronavirus te ruiken. Als dit zo blijkt te zijn, zouden honden behalve op vliegvelden ook op andere drukbezochte plaatsen kunnen worden ingezet. Het doel is dat ze daar alle bezoekers – dus ook mensen zonder symptomen – besnuffelen en de mensen aanwijzen die getest moeten worden op het virus.