Hoe ruikt het verleden eigenlijk? Stonken mensen elkaar de tent uit of was er nog een andere kant van het verhaal? Wetenschappers uit heel Europa gaan aan de bak om onze geurgeologie in kaart te brengen!

Een team wetenschappers uit verschillende Europese landen gaat aan de slag om de geuren en geurbeleving van onze voorvaderen in beeld te brengen. Het onderzoek is uniek, want geur is een zeer persoonlijke beleving en valt dus wetenschappelijk lastig in kaart te brengen. Toch gaat taaltechnoloog dr. Marieke van Erp er graag mee aan de slag. Met de nodige uitdagingen natuurlijk. “De taal van geur, wat moeten we ons daarbij voorstellen? Toen ik hieraan begon, viel het op hoe beperkt onze mogelijkheden zijn om geur te “vangen”, ook in taal. Een geur omschrijven in woorden, vinden we nog steeds lastig. We vinden iets raar reuken, of sterk, zoet of naar dit of dat. Ons taalgebruik voor geur houdt niet over.”

Latijnse receptenboeken
Van Erp staat er echter niet alleen voor. Wetenschappers uit verschillende disciplines en landen, zoals Engeland, Duitsland, Italië, Frankrijk en Slovenië staan klaar om geuren en hun verleden uit hun taalgebied in kaart te brengen. Want met ander taalgebruik komt ook vaak andere voeding, ander afval en dus: andere geurtjes. Ook het Latijn wordt niet overgeslagen. Een dankbare onderzoeksbron volgens de Nederlandse taaltechnoloog. “In het Latijn zijn veel receptenboeken voor medicijnen geschreven én bewaard gebleven. In de vroegmoderne tijd gebruikte men vaak de omschrijving van geur, om aan te geven hoe het stond met de productie van het recept. Dus frases als ‘Als het zus of zo ruikt, dan weet je dat het klaar is.’ Trouwens, wij koken ook nog wel zo, dat we nog steeds afgaan op onze neus. Die recepten leveren dus heel betrouwbare informatie over de geurbeleving in het verleden.”


Algoritmes om geur te analyseren
Behalve receptuur, leveren ook romans, reisverhalen én kranten waardevolle data over geurtjes van toen. Al die bewoordingen en omschrijvingen moeten echter wel geanalyseerd en verwerkt worden. Daar maakt Artificial Intelligence haar entree. Met behulp van patronen gaan computers met het taalgebruik aan de slag. Er worden dus algoritmes op de oude teksten losgelaten. De volgende stap is machine learning, waarbij het programma niet alleen het algoritme volgt, maar zelf ook de zoektechniek verbetert.

“De geurbeleving van ons afval en onze ontlasting alleen al, was eeuwenlang een vast gegeven voor mensen”

Goede neus werkt nog steeds bij de waterzuivering
Uiteraard worden niet alleen computers aan het werk gezet. Ook de neus blijft een prima troef. “Vroeger vertrouwden mensen meer op hun neus dan nu. Ruiken of eten nog wel goed is in plaats van alleen maar op de sticker kijken bijvoorbeeld. Maar ook nu is geur nog steeds een belangrijk deel van onze samenleving en economie. Zo wordt in de waterzuiveringsbedrijven de kwaliteit van het drinkwater niet alleen door apparatuur afgelezen, maar ook nog ouderwets besnuffeld door mensen met een goed ontwikkeld reukorgaan. We gaan dus nog steeds op de neus af, maar tegenwoordig leven we in een vrij steriele omgeving, met onze moderne sanitaire voorzieningen alleen al. Dat was vroeger wel anders. Grachten deden dienst als riolen in de stad en op het platteland hadden we de beerput en de stal. De geurbeleving van ons afval en onze ontlasting alleen al, was eeuwenlang een vast gegeven voor mensen. Daar moeten we nu niet meer aan denken en we kunnen ons er ook weinig meer bij voorstellen,” aldus Van Erp.

Zelf snuffelen bij exposities en evenementen
Maar dat wordt snel anders. In het onderzoek wordt namelijk ook het publiek betrokken en iedereen die er zin in heeft, mag zijn grote neus in de zaken van de wetenschappers steken. De onderzoekers gaan namelijk ook geuren van vroeger fabriceren. Dat is, volgens Van Erp, namelijk een goede manier om mensen kennis te laten maken met hoe het verleden rook en om het echte reukorgaan bij het onderzoek te betrekken. “We gaan het onderzoek integreren met tentoonstellingen, waarin bezoekers kennis kunnen maken met de aroma’s van het verleden. Door middel van reconstructies van historisch relevante geuren kunnen mensen zelf ruiken aan de geschiedenis en krijgen ze vragenlijsten zodat ze mee kunnen doen. Onze Signature Scent is ons geurlogo, de geurige tegenhanger van een visueel logo. Je kunt het vergelijken met de geur die je ruikt als je sommige winkels binnen loopt. Die hebben ook een Signature Scent. Je loopt het evenement binnen en kan aan ons project snuffelen. Denk aan een paardenstal en rozemarijn, maar ook aan de geur van pomanders, gepoederde pruiken, of van de koffiehuizen van voeger.” Ruiken aan het verleden is binnenkort al mogelijk in het Mauritshuis in Den Haag (zie kader).


Hier ruikt u het verleden!
“Met geur kun je mensen echt terugvoeren naar het verleden, meer dan met muziek, met taal of met de ogen. Geur roept een emotie en een beleving op bij mensen. Het raakt mensen diep in hun hart en is eigenlijk de emotionele snelweg naar onze geschiedenis.” Aan het woord is de eerste geurhistoricus van Nederland, te weten dr. Caro Verbeek. Samen met collega Lizzie Marx werkte zij aan de tentoonstelling ‘Vervlogen Geuren in Kleuren’ in het Mauritshuis in Den Haag. Hoe lapt een geurhistoricus ‘m dat? “We zetten de geuren ten eerste natuurlijk op neushoogte en niet op ooghoogte! Bovendien werken we niet met vloeistoffen maar alleen met lucht, waarin we moleculen hebben verwerkt. Zo overweldigt de geur de bezoeker niet en richt het ook geen schade aan de kunst en voorwerpen in het museum. En wat er te ruiken valt? Heel veel! Geuren die we misschien niet zo lekker vinden, zoals de Amsterdamse grachten toen ze nog gedeeltelijk dienst deden als riool. Nu lijkt dat misschien niet zo aanlokkelijk, maar om de geur tegen te gaan werden er opzettelijk zoet geurende linden en iepen langs de grachten geplaatst. Ook dat hebben we meegenomen in de grachtengeur. Verder hebben we de geur van de bleekvelden van toen en geuren als pommander, die mensen gebruikten in sieraden. We hebben ook ambergris, afkomstig van de walvis, mirre, en zelfs de geur van de zalfpot van Maria Magdalena. We konden dit recept achterhalen in het Nieuwe Testament van de Bijbel. Daar zit een heel bijzonder ingrediënt in, namelijk nardusolie, een geur die in de oudheid juist werd gebruikt door de elite. Tegenwoordig wordt het in het Westen niet altijd als een prettige geur ervaren, sommigen vinden het zelfs afschuwelijk! Maar bijzonder, dat is het in ieder geval.” Wie zelf een mening wil vormen over nardusolie en de oude grachten van Amsterdam kan het reukorgaan het beste persoonlijk aan het werk zetten. In februari gaat de tentoonstelling van start.

De geur als cultureel erfgoed
Niet alleen in Nederland, maar door heel Europa gaan onderzoekers aan de slag om de geurbeleving uit de geschiedenis weer tot leven te wekken. Zo gaan de wetenschappers niet alleen aan de bak met musea en evenementen, maar worden ook de media ingezet, want geurbeleving hangt samen met taal én is cultuurgebonden, meent Van Erp. “We willen een beroep doen op de associatie die mensen hebben met geuren. Het is cultureel erfgoed, waarom zouden alleen gebouwen of natuurgebieden dat zijn? We zijn dan ook in overleg met Unesco om geuren op de lijst van beschermd erfgoed te krijgen. In Japan is er bijvoorbeeld ook een kersenbloesempark, waarbij je in de omgeving geen stinkende fabriek mag beginnen. Omdat het de geur van het park aantast en ook die geur hoort bij het ‘intangible Cultural Heritage‘ van Unesco.” Geuren die onlosmakelijk met ons verleden verbonden zijn: Van Erp denkt dat het er meer zijn dat je zou vermoeden. “Wat denk je van de geur van cacaofabrieken in het Westen van Nederland? Of bruinkool in het voormalige Oost-Duitsland en zelfs sigaren- of sigarettenrook? Je kun het vies vinden of lekker vinden, maar het behoort wel tot ons verleden en onze cultuur. Dat zouden we moeten beschermen.”

Als we het hebben over beschermen, hebben we het over de geuren zelf. Er zal dus geen beveiliging worden ingeschakeld voor de lustig paffende medemens, maar het geurtje van een sigaar, dat zou in de toekomst dus wel eens officieel tot ons erfgoed kunnen gaan behoren. Of heb je dan toch liever een beerput-geurtje?