hiv

Tot op heden is er wereldwijd slechts één mens te vinden die van HIV genezen is. Dat moeten er meer worden. Maar dan moeten we eerst achterhalen wat er precies voor gezorgd heeft dat deze man genas. Een nieuw onderzoek schept ietsje meer duidelijkheid.

Wie HIV krijgt, moet daarmee zien te leren leven. De ziekte kan niet worden genezen, enkel bestreden worden met virusremmers. Maar enkele jaren geleden kregen HIV-patiënten wereldwijd hoop toen bekend werd dat een Duitse HIV-patiënt – die aangeduid werd als de Berlijn-patiënt – van HIV genezen leek.

De Berlijnse patiënt
De patiënt had al jaren HIV toen hij ontdekte dat hij aan leukemie leed. De artsen startten een behandeling. Eerst werd de Duitse man bestraald om de kankercellen en stamcellen die de kankercellen creëerden te bestrijden. Vervolgens vond een beenmergtransplantatie plaats waarbij stamcellen van een gezonde donor werden ingezet om de Duitse man van leukemie te genezen. Na afloop van de behandeling bleek niet alleen de leukemie genezen. Ook de met HIV-geïnfecteerde cellen waren verdwenen en de HIV bleef weg. Zelfs toen de patiënt geen virusremmers meer gebruikte.

Wat genas de patiënt?
De behandeling van de Berlijnse patiënt telde nogal wat verschillende stappen. De grote vraag was na afloop dan ook: wat heeft er precies voor gezorgd dat de Berlijnse patiënt van HIV genezen is? Heeft de bestraling alle cellen die HIV bevatten, gedood? Of hebben de nieuwe immuuncellen die de patiënt door zijn beenmergtransplantatie ging produceren de cellen van de patiënt aangevallen en zo afgerekend met de restjes HIV die na de bestraling nog aanwezig waren (ook wel graft-versus-hostreactie genoemd)? Of profiteerde de patiënt van een zeldzame mutatie die de stamceldonor had? Deze mutatie maakte de donor immuun voor HIV?

Resusapen
Amerikaanse onderzoekers besloten zich in die vragen vast te bijten. Ze verzamelden een aantal resusapen die geïnfecteerd waren met SIV: een nauw aan HIV verwante infectie onder primaten die een ziekte veroorzaakt die vergelijkbaar is met AIDS. De apen ontvingen virusremmers en ondergingen bestraling. Die bestraling doodde de meeste van hun bloed- en immuuncellen, waaronder tussen de 94 en 99 procent van hun CD4-T-cellen (de immuuncellen waar HIV zich met name op richt). Na de bestraling ondergingen de apen een stamceltransplantatie. Ze waren daarbij hun eigen donor: ze ontvingen gezonde stamcellen die de onderzoekers voor de apen SIV opliepen verzameld hadden. Stel dat de apen na de behandeling genezen waren, dan wisten de onderzoekers dat dat in ieder geval niet het resultaat was van de graft-to-hostreactie, want die treedt niet op wanneer patiënten met hun eigen cellen behandeld worden.

Geen genezing
De getransplanteerde stamcellen gingen nieuwe bloed- en immuuncellen aanmaken. De transplantatie was dus een succes. De apen ontvingen daarna niet langer virusremmers en de onderzoekers keken wat er gebeurde. Zoals verwacht kwam het virus in de controlegroep (bestaande uit apen die geen transplantatie hadden ondergaan) heel snel terug. Van de drie apen die wel een transplantatie hadden ondergaan, waren er twee bij wie het virus ook weer vrij snel terugkwam. De derde aap kreeg twee weken nadat hij niet langer virusremmers kreeg nierproblemen en moest worden afgemaakt. Op dat moment konden de onderzoekers het virus niet in zijn bloed ontdekken. Maar uit een autopsie blijkt dat in diverse weefsels viraal DNA te vinden was. In andere woorden: ook deze aap was niet genezen.

Wat kunnen we nu uit dit onderzoek afleiden? Allereerst bevestigt het onderzoek dat bestraling HIV kan bestrijden. Maar het is op zichzelf niet genoeg om mensen van HIV te genezen. Het onderzoek suggereert dat er in het geval van de genezen HIV-patiënt uit Duitsland een tweede factor in het spel moet zijn. Of de genetische mutatie van de donor of de graft-versus-hostreactie moet in combinatie met de bestraling geleid hebben tot de genezing van de man.