Het materiaal vouwt zich onder invloed van licht en warmte, kan zichzelf ook weer ontvouwen én zichzelf helen als dat nodig is.

Slimme materialen zijn materialen die reageren op externe prikkels (bijvoorbeeld licht of warmte). Onderzoekers experimenteren er al een tijdje mee en het resultaat zijn materialen die zich onder invloed van licht of warmte vouwen en een bepaalde vorm aannemen. Of materialen die zichzelf onder invloed van licht of warmte helen. Dergelijke slimme materialen kunnen voor tal van doeleinden worden ingezet. Een voorbeeldje: de slimme materialen kunnen worden toegepast op een ruimtevaartuig. Eenmaal in de ruimte veranderen ze van vorm, waardoor een zonnepaneel op het ruimtevaartuig uitklapt, zonder dat daar elektriciteit aan te pas komt.

Beperkingen
Ondanks de mogelijkheden en stappen die op dit gebied gezet zijn, laat de grote doorbraak van slimme materialen nog op zich wachten. En dat is goed te verklaren. Slimme materialen zijn lastig om te maken. En het is lastig gebleken om slimme materialen te ontwikkelen die hun activiteit eindeloos kunnen herhalen. Daarnaast kunnen ze slechts één functie vervullen. Tenminste: tot nu toe. Want onderzoekers van Washington State University komen met een ‘superslim’ materiaal dat – voor het eerst – multifunctioneel is.

Multifunctioneel
Het slimme materiaal van de onderzoekers reageert op licht. Zo verandert het materiaal in reactie op licht – door zich te vouwen – van vorm. Maar tijdens dat vouwen ‘herinnert’ het materiaal zich de oorspronkelijke (platte vorm), waardoor het zich ook weer kan ontvouwen. Daarnaast kan het materiaal zichzelf helen (wanneer het blootgesteld wordt aan ultraviolet licht).

De onderzoekers maakten het slimme materiaal onder meer uit LCN’s (Liquid Crystalline Networks) en lichtgevoelige atomen. Ook gebruikten ze dynamische chemische verbindingen, waardoor het materiaal de verschillende eigenschappen veel vaker kon demonstreren (en niet na enkele keren vouwen al onbruikbaar was). “We wisten dat deze verschillende technologieën onafhankelijk van elkaar werkten en probeerden om ze te combineren,” vertelt onderzoeker Michael Kessler.