Groenlandse narwallen blijken er een rijk repertoire van gefluit, geklik en gezaag op na te houden.

De narwal is een bijzondere arctische tandwalvis, befaamd om de grote, lange slagtand waar mannetjes over beschikken. Veel is er over deze mysterieuze walvisachtige echter niet bekend. Dat komt omdat het dier wegens zijn verlegen en schichtige aard moeilijk te bestuderen is. Dankzij de hulp van Inuit-jagers is het onderzoekers nu toch gelukt om geluidsopnames van de narwal te maken. En dat levert waardevolle nieuwe inzichten op in het gedrag van dit mysterieuze en nog altijd raadselachtige zoogdier.

Meer over narwallen


De narwal wordt ook wel de ‘eenhoorn’ van de oceaan genoemd. Dat komt omdat mannetjes zoals gezegd over een lange slagtand beschikken die uit hun bek naar voren steekt. Deze komt zo nu en dan ook best handig van pas. Zo gebruikt de Arctische tandwalvis zijn slagtand bijvoorbeeld tijdens de jacht (bekijk de beelden hier). Op dit moment lijkt het goed te gaan met de narwal. Zo neemt het aantal dieren toe; de populatie wordt op dit moment geschat rond de 170.000 dieren. En dat is best opvallend gezien hun lage genetische variatie. Men dacht tot nu toe altijd dat een lage genetische variatie betekent dat een dier zijn doodsvonnis heeft getekend. Maar de Arctische tandwalvis lijkt dus prima te kunnen gedijen met een wat beperkter genoom.

Niet alleen de verlegen aard van de narwal maakt het dier lastig te onderzoeken. Ze brengen doorgaans ook het grootste deel van de tijd diep onder water in de ijskoude Noordelijke IJszee door. Gedurende de zomer begeven ze zich echter naar de glaciale fjorden rond Groenland en Canada. Maar ook hier is het voor wetenschappers moeilijk om dichtbij te komen. Gletsjers kunnen gevaarlijk en moeilijk toegankelijk zijn. En de dieren zwemmen gelijk weg als ze worden benaderd door gemotoriseerde boten. “We weten dan ook niet waar de narwallen die zich in de Groenlandse wateren ophouden vandaan komen,” zegt onderzoeker Evgeny Podolskiy tegen Scientias.nl. “Wanneer arriveren en vertrekken ze weer? Waarom komen ze eigenlijk deze kant op? En hebben veranderingen invloed op hun migratiepatronen en populatiegroei?” Het is zomaar een greep uit de vragen die Podolskiy bezighoudt. Vragen waar hij toch graag een antwoord op wil vinden. “Nu hun omgeving verandert, invasieve soorten het gebied binnendringen en de concurrentie met mensen om hulpbronnen toeneemt, wordt het steeds urgenter om een antwoord op die vragen te geven,” licht hij toe.

Inuit-jagers
Dat is echter makkelijker gezegd dan gedaan. “Het observeren van deze dieren in met ijs bedekte, donkere en afgelegen gebieden is een hele uitdaging,” stelt Podolskiy. Gelukkig weten Inuit-jagers raad. Zij zijn bekend met de mysterieuze walvisachtigen en kunnen dichter bij de dieren komen zonder ze te storen. In juli 2019 gingen de onderzoekers samen met de Inuit op expeditie in Noordwest-Groenland om de narwallen die daar hun zomer doorbrengen nader te bestuderen. Het onderzoeksteam slaagde erin om de ongrijpbare zoogdieren tot wel 25 meter te naderen. Aan de kleine bootjes hadden ze onderwatermicrofoons bevestigd om zo de sporadisch gehoorde roep van de narwal te onderscheppen. “De hoop is dat we met behulp van deze geluidsopnames meer over de dieren kunnen leren,” legt Podolskiy uit.

Onderzoekers en Inuit-jagers naderen de Bowdoin-gletsjer in het noordwesten van Groenland. Afbeelding: Evgeny Podolskiy

Geluiden
De onderzoekers legden verschillende soorten geluiden die de narwallen produceerden vast (bekijk ook de video hieronder). “We onderschepten drie narwal-roepen,” vertelt Podolskiy. Zo onderschepten ze een soort ‘gefluit’ waarmee de narwallen contact probeert te leggen met soortgenoten. “Dit is een heel zeldzaam geluid en gebeurt op een lage frequentie van <20 kHz.” Daarnaast produceert de narwal een soort ‘geklik’. Dit is een vorm van echolocatie, waarmee ze voedsel proberen te vinden. “Dit gebeurt op een zeer sterke, hoge frequentie van > 20 kHz,” legt Podolskiy uit. “Ze produceren 10 klikkende geluiden per seconde.” Hoe dichter de narwal bij zijn prooi in de buurt komt, hoe sneller hij begint te klikken. Dit geluid evolueert vervolgens in een soort ‘gezaag’ dat niet onderdoet voor een heuse kettingzaag, waarmee de narwal de precieze locatie van de prooi probeert te bepalen. “Belangrijk is echter dat dit maar een kleine greep is uit het repertoire van de narwal,” onderstreept Podolskiy. “We kunnen alleen de geluiden horen die in ons hoorvermogen liggen. De meeste geluidjes liggen hier echter boven.”


De bevindingen geven meer inzicht in het gedrag van deze mysterieuze dieren. “Ik was onder de indruk van de diversiteit, complexiteit en extreem hoge frequenties van het narwal-geklik,” zegt Podolskiy. “De geluiden zijn zeer hoog en erg kort (ze duren gemiddeld minder dan een halve of hele seconde) en volgen elkaar razendsnel op (zo’n 300 keer per seconde). Voor mensen gaat dit eigenlijk veel te snel.” Daarnaast wisten onderzoekers tot nu toe eigenlijk nog maar vrij weinig over het foerageer-gedrag van de narwal. Maar, omdat de onderzoekers het luide ‘gezaag’ oppikten – het geluid dat verband houdt met het vinden van voedsel – levert de nieuwe studie meer bewijs dat narwallen in de zomer doelgericht op zoek zijn naar eten.

Soundscape
De gemaakte opnamen helpen wetenschappers om de zogenaamde ‘soundscape’ van Arctische gletsjerfjorden beter te begrijpen. Ze geven inzicht in de soorten geluiden die deze ongerepte leefgebieden doordringen. Bovendien ontdekten de onderzoekers dat narwallen dichter bij het gletsjerijs komen dan eerder werd gedacht. En dat is verrassend. Deze gebieden zijn enkele van de luidruchtigste plekken in de oceaan en afkalvend ijs vormt een voortdurend gevaar. “Er is hier veel gekraak te horen als gevolg van brekend en smeltend ijs,” zegt Podolskiy. “Het is als een koolzuurhoudend drankje onder water.” Toch lijkt dit de schichtige en verlegen narwallen niet af te schrikken. “Het lijkt erop dat we te maken hebben met dieren die in één van de meest lawaaierige omgevingen leven zonder daar veel moeite mee te hebben. Blijkbaar zijn ze eraan gewend geraakt en voelen ze zich comfortabel, ondanks het luidruchtige achtergrondgeluid.” Eerdere studies suggereerden bovendien dat narwallen een hekel hebben aan met slib gevuld water. “Daarom verraste het ons hoe vaak we narwallen tegenkwamen. Meer onderzoek is nodig om dit verder in kaart te brengen.”

Podolskiy zou graag doorgaan met onderzoek. Want er zijn nog zoveel vragen onbeantwoord. “Wat doen de narwallen precies in het studiegebied, hoeveel narwallen zijn er en wat is de invloed van het opwarmende klimaat op de geluiden die ze produceren?” somt hij op. “Om hier een antwoord op te vinden wil ik over een lange periode de narwallen gaan bestuderen.” We moeten dus nog eventjes geduld hebben. Maar mogelijk dat we in de loop van de tijd toch meer over dit bijzondere en raadselachtige dier te weten zullen komen.