Volgende maand zullen ze alle levensvormen die in het beroemde meer voorkomen, in kaart brengen.

Om een beeld te krijgen van het leven in het meer zullen de onderzoekers in het water zoeken naar eDNA (environmental DNA). Dit is DNA dat organismen in hun omgeving achterlaten. “Welk organisme ook door een leefgebied beweegt: het laat altijd kleine fragmenten DNA achter afkomstig van de huid, schubben, veren, vacht, uitwerpselen en urine,” stelt onderzoeker Neil Gemmell. “Dit DNA kunnen we pakken, in kaart brengen en gebruiken om dat organisme te identificeren.” Identificatie vindt plaats door het gevonden DNA te vergelijken met dat van honderdduizenden organismen. “Als er geen exacte overeenkomst is, kunnen we over het algemeen wel vaststellen waar de DNA-sequentie in de stamboom van het leven past.”

En dat eDNA moet dus een licht werpen op wat het donkere, troebele water van Loch Ness verbergt. Of daarbij ook DNA-sequenties worden gevonden van een enorm zeereptiel, oftewel het monster van Loch Ness? Gemmell acht het niet heel waarschijnlijk. En toch sluit hij niet uit dat de studie meer inzicht geeft in de wereldberoemde mythe. “Grote vissen zoals meervallen en steuren zijn wel genoemd als mogelijke verklaringen voor de monstermythe en dat idee kunnen we heel goed testen.”

Verder verwachten de onderzoekers in het meer verschillende nieuwe soorten organismen – met name bacteriën – te vinden. Ook kan aan de hand van de resultaten gekeken worden in hoeverre dit meer zich onderscheidt van andere meren. Bovendien kunnen de onderzoekers straks meer zeggen over het aantal invasieve soorten in het meer en de impact die zij op de inheemse soorten hebben.