Wetenschappers onthullen dat werkende ouders, met name moeders, overbelast dreigen te raken door de coronacrisis. Ook moeders in cruciale beroepen.

Sinds maart weten we allemaal dat er zoiets is als een cruciaal beroep. De cruciale beroepen worden voor tweederde deel bemand door vrouwen. Ook door vrouwen met kinderen. En we moeten er, zeker vandaag de dag, niet aan denken: verpleegsters die massaal overspannen thuis zitten. De verhoogde werklast voor vrouwen met kinderen in cruciale beroepen heeft veelal te maken met meer zorgtaken thuis, omdat kinderen tijdens de coronacrisis thuis kwamen te zitten. Hoewel volgende week het schoolleven voor kinderen weer volledig wordt opgepakt, wijzen onderzoekers er in een beleidsnotitie op dat waakzaamheid ten opzichte van de werklast voor werkende moeders, gepast is. Tot de mogelijkheden in de toekomst behoort immers ook een tweede golf van het SARS-CoV-2-virus, met alle gevolgen van dien.

Grotere kans op burn-out
Het onderzoek was een samenwerkingsverband van sociologen, psychologen en bestuurskundigen van drie verschillende universiteiten, te weten de Radboud Universiteit in Nijmegen, de Universiteit Utrecht en de Universiteit van Amsterdam. Gezamenlijk onderzochten zij de werk- en thuissituatie van Nederlandse gezinnen tijdens de coronacrisis, in het bijzonder hoe de taken thuis verdeeld werden. “De weerslag van de lockdown is vooral zichtbaar bij moeders; zij blijven het overgrote deel van de zorg- en huishoudelijke taken doen. Dit ondanks het feit dat zij in deze tijd vaker in cruciale beroepen werken en daardoor ook meer buitenshuis werken. We weten uit ander onderzoek dat mensen die langdurig hoge stress ervaren meer last hebben van burn out-klachten. In dat licht zijn onze resultaten zorgelijk te noemen, vooral voor moeders. De zorgtaakverdeling was al scheef vóór de crisis: over het algemeen hebben vrouwen meer zorg- en huishoudelijke taken dan mannen. Wij waren nieuwsgierig of de crisis gezinnen nieuwe kansen en mogelijkheden had geboden, die rolverdeling te doorbreken, nu ook vaders meer thuis zijn,” aldus socioloog dr. Chantal Remery van de Universiteit Utrecht.


Ruzie over zorgtaken
“Eigenlijk is gebleken dat gezinnen dit tegelijkertijd wél en niet is gelukt. Positief is dat een deel van de vaders meer is gaan doen thuis. Dan ze voorheen deden, wel te verstaan. Niet meer dan moeders of evenveel als moeders. 22% van de vaders namen meer zorgtaken op zich, dan voor de crisis. Voor bijna 4 op de 5 vaders, veranderde er niets en bleven de zorg- en huishoudelijke taken op hetzelfde niveau als voor de crisis. Voor moeders zijn de gevolgen duidelijk. 57% van de werkende vrouwen met kinderen en een werkende partner, gaf aan minder vrije tijd te hebben. De werkende moeders gingen ook, meer dan vaders, ‘s avonds en in het weekend werken. Ook 36% van de vaders gaven echter aan minder vrije tijd te hebben dan voor de crisis. De ondervraagde vaders en moeders gaven ook aan dat ze meer onenigheid hadden dan voorheen, en juist over die ongelijke zorgbelasting.”

Anderhalfverdieners model
Remery is voorzichtig optimistisch over de inzet van vaders. “Hoewel die cijfers wel een positieve opening bieden, omdat vaders zich iets meer bemoeien met het huishouden en de kinderen, is het zorgelijk dat vrouwen het leeuwendeel van de taken op zich blijven nemen. In Nederland is het gebruikelijk dat vrouwen meer tijd besteden aan het huishouden en de kinderen, dan mannen. We hebben hier het zogenaamde anderhalfverdieners-model; vader werkt fulltime en moeder parttime, maar neemt hierbij ook het overgrote deel van de zorg voor het gezin op zich. Vanuit het oogpunt van economische zelfstandigheid is dat niet wenselijk. Het blijkt een heel hardnekkig model, waarin zelfs door de crisis geen grote veranderingen optreden. We hopen dat ons onderzoek overheid en werkgevers aanzet om na te denken over mogelijkheden om de werkbelasting voor ouders te verlichten, zoals bijvoorbeeld het aanbieden van extra zorgverlof. Het is immers niet de bedoeling dat moeders overbelast raken en daardoor niet meer kunnen werken.”

Work/life balance
Volgens de Utrechtse socioloog is er meer onderzoek nodig. “Wij willen graag weten hoe de taakverdeling en de work/life balance van vaders en moeders zich de komende tijd zal ontwikkelen. Voorlopig blijven we de zorg- en werkbelasting van de vaders en moeders dus monitoren. Ook gaan we verder kijken naar de groep vaders die meer is gaan doen. Het zou interessant zijn om te weten hoe zij de veranderingen hebben ervaren. Als de mannen, die meer gingen zorgen, dat ook als positief ervoeren, is dat belangrijke informatie.”


Terwijl men zich politiek en maatschappelijk buigt over de beleidsnotitie, krijgen werkende ouders volgende week voor even weer wat meer lucht. Maar met de zomervakantie voor de deur, zullen ouders weer moeten schuiven en jongleren. Zeker de moeders.