Hoewel lang over het hoofd gezien, lijkt ook deze regio ons veel meer te kunnen vertellen over onze eigen evolutionaire geschiedenis.

Lang werd het Arabisch Schiereiland voor onderzoek naar de menselijke evolutie als oninteressant beschouwd. Hoewel het een prachtige ligging heeft – precies tussen Afrika en Eurazië in – en het niet heel vergezocht lijkt dat mensachtigen via het Arabisch Schiereiland naar Eurazië reisden, is het klimaat aldaar verre van gastvrij. Het gebied is woestijnachtig en heel anders dan het savannelandschap dat mensachtigen in Afrika gewend waren. Toch beginnen onderzoekers steeds meer van gedachte te veranderen. En een nieuwe studie, gepubliceerd in het vakblad Nature, verklaart mede waarom.

Nijlpaardbotten
Vandaag de dag is Saoedi-Arabië een hete en droge plek. Overdag kunnen de temperaturen zelfs oplopen tot ver boven de 40 graden Celsius. Maar dat is waarschijnlijk niet altijd zo geweest. In een nieuwe studie zijn onderzoekers namelijk op overblijfselen van oeroude meren gestuit. Zo troffen ze in het midden van de droge Nefud-woestijn ogenschijnlijk misplaatste zoogdierfossielen aan. “Het meest opmerkelijke waren fragmenten van nijlpaardbotten,” vertelt onderzoeker Julien Louys. “Deze vinden we nu nog alleen in natte omgevingen in Afrika. Maar toen we ze ook in de Nefud-woestijn vonden, wisten we zeker dat het Arabisch Schiereiland in het verleden aanzienlijk natter is geweest dan nu.”

Groene oase
Mogelijk vormden de meren zich na perioden van intense regenval, waardoor het gebied transformeerde in een groene oase. In de afgelopen paar honderdduizend jaar heeft het Arabisch schiereiland waarschijnlijk meerdere van dergelijke natte periodes gekend. Het zou de hedendaagse onbewoonbare Nefud-woestijn periodiek kunnen hebben getransformeerd in weelderig grasland. En dat is heel interessant. Want dat zou de nu droge en verzengend hete regio kunnen hebben veranderd in een gastvrije route voor mensachtigen.

Stenen werktuigen
De onderzoekers ontdekten inderdaad dat tijdens elke fase van ‘Groen-Arabië’ vroege mensachtigen zich door de regio verspreidden. De onderzoekers komen tot die conclusie nadat ze verscheidende verzamelingen stenen werktuigen aantroffen. Duizenden artefacten onthullen meerdere ‘golven’ van menselijke bezetting. Bovendien wordt elke golf gekenmerkt door een ander soort materiële cultuur. De teruggevonden stenen werktuigen gemaakt door vroege mensachtigen blijken na analyse zo’n 55.000, 100.000, 200.0000, 300.000 en zelfs 400.000 jaar oud te zijn.

Een 400.000 jaar oud stenen werktuig. Afbeelding: Palaeodeserts Project

Het is een bijzondere ontdekking. Want het betekent dat mensen al een slordige 400.000 jaar geleden in Arabië aanwezig waren. De bevindingen uit de studie worden dan ook beschreven als een ware ‘doorbraak in de Arabische archeologie’.

Kruispunt
De onderzoekers stellen dat Noord-Arabië in de prehistorie waarschijnlijk een cruciale migratieroute en kruispunt was. Dat komt omdat in sommige gevallen de verschillen in de onderzochte stenen werktuigen zo groot zijn, dat ze wijzen op de aanwezigheid van verschillende mensachtigen in de regio. Dit suggereert dat bevolkingsgroepen vanuit meerdere richtingen en brongebieden in het gebied arriveerden. Deze diversiteit werpt nieuw licht op de omvang van de culturele verschillen in Zuidwest-Azië gedurende deze periode en duidt op sterk onderverdeelde populaties. En dat betekent dat Arabië mogelijk een grensgebied was voor verscheidende mensachtigen zowel uit Afrika als Eurazië.

In tegenstelling tot botten en ander organisch materiaal, weten stenen werktuigen de tand des tijds vaak goed te doorstaan. Hierdoor krijgen wetenschappers een inkijkje in de mensachtigen die ze vervaardigden. Het karakter van stenen werktuigen wordt grotendeels beïnvloed door aangeleerd cultureel gedrag. Hierdoor belichten ze de achtergrond van hun makers en laten ze zien hoe culturen in verschillende gebieden zich ontwikkelden langs hun eigen unieke traject.

Al met al laten de bevindingen zien dat het ‘ongastvrije’ Arabisch Schiereiland in de prehistorie waarschijnlijk regelmatig tijdens natte periodes door mensachtigen werd bezocht. En toen de regio weer opdroogde, trokken deze populaties verder naar gunstigere klimaatgebieden. “Arabië is in het verleden lang als een lege plek gezien,” zegt onderzoeksleider Huw Groucutt. Maar niets blijkt minder waar. Arabië blijkt een bijzonder rijke prehistorie te kennen.

Toekomstig onderzoek in Arabië belooft dan ook vele hiaten in onze kennis over onze eigen menselijke evolutionaire geschiedenis te vullen. “Ons werk laat zien dat we nog eigenlijk heel weinig over de menselijke evolutie in grote delen van de wereld weten,” vervolgt Groucutt. “Het benadrukt het feit dat we nog steeds vaak voor verrassingen komen te staan.”