Onderzoek wijst uit dat de helft van de materie in onze Melkweg afkomstig is uit andere, verre sterrenstelsels.

Wetenschappers trekken die conclusie op basis van simulaties. De onderzoekers simuleerden realistische 3D-modellen van sterrenstelsels en keken toe hoe deze zich in de periode tussen de oerknal en het heden ontwikkelden. De simulaties tonen aan dat supernova-explosies ervoor zorgen dat grote hoeveelheden gas uit sterrenstelsels worden gestoten. En zo kunnen atomen vanuit het ene sterrenstelsel – meegevoerd door krachtige galactische winden – in het andere belanden.

Geduld
Deze intergalactische transfer – zoals onderzoekers het zo mooi noemen – kost tijd. Sterrenstelsels bevinden zich immers op grote afstand van elkaar. Dus zelfs als galactische winden een snelheid van honderden kilometers per seconde hebben, kost het atomen nog verscheidene miljarden jaren om in een ander sterrenstelsel te arriveren.

“Aangezien een groot deel van de materie waaruit we gevormd zijn afkomstig is van andere sterrenstelsels kunnen we onszelf wel beschouwen als ruimtereizigers of extragalactische immigranten”

Tot de helft
Maar over een periode van meerdere miljarden jaren kan zich in een sterrenstelsel een hoop extragalactisch materiaal verzamelen, zo stellen de onderzoekers. Zo wijzen hun simulaties uit dat tot de helft van de materie in onze Melkweg afkomstig is uit andere sterrenstelsels. “Tot de helft van de atomen om ons heen – waaronder die in het zonnestelsel, op aarde en in elk van ons – komt niet uit ons eigen sterrenstelsel, maar uit andere sterrenstelsels die tot wel 1 miljoen lichtjaar van ons verwijderd zijn,” stelt onderzoeker Claude-André Faucher-Giguère. “Aangezien een groot deel van de materie waaruit we gevormd zijn afkomstig is van andere sterrenstelsels kunnen we onszelf wel beschouwen als ruimtereizigers of extragalactische immigranten,” oppert collega Daniel Anglés-Alcázar.

Evolutie
De intergalactische transfer is een gloednieuw fenomeen. Wanneer we willen begrijpen hoe sterrenstelsels evolueren, moeten we ook rekening houden met deze transfer, zo stellen de onderzoekers. “Onze oorsprong is veel minder lokaal dan we eerder dachten,” stelt Faucher-Giguère. “Dit onderzoek geeft ons een beeld van hoe dingen om ons heen verband houden met verre objecten aan de hemel.”

Voor nu is de voorgestelde intergalactische transfer nog theoretisch van aard. Bewijs ervoor is immers alleen aangetroffen in simulaties. Maar de onderzoekers hebben goede hoop dat daar binnenkort verandering in komt. Zo willen ze met behulp van ruimtetelescoop Hubble en telescopen op de aarde op zoek gaan naar bewijzen voor de transfers die de simulaties voorspellen.