We zitten midden in het post-truth-tijdperk, maar wat is dat eigenlijk en hoe zijn we daarin beland?

De waarheid staat al eeuwenlang onder druk. Maar volgens sommigen stierf ze in 2016. Emoties en onderbuikgevoelens in plaats van in de juiste context geplaatste feiten, domineerden de presidentsverkiezingen in de VS en het Brexit-referendum in Groot-Brittannië. Ondertussen deden onderzoekers in hetzelfde jaar hun beklag dat hun onderzoeksresultaten in toenemende mate als ‘een mening’ werden weggezet. En bekroonde de Engelse variant van de Dikke van Dale – de Oxford Dictionary – het woord ‘post-truth‘ tot woord van het jaar 2016.

Is de waarheid dood?
Zijn we de waarheid dan echt voorbij? Is de waarheid echt dood? Historicus Adriaan van Veldhuizen wil zo ver nog niet gaan. “Het lijkt me geen zekerheid dat de waarheid daadwerkelijk stierf,” zo vertelt hij aan Scientias.nl. “Mensen zijn zich minder rekenschap gaan geven van één waarheid. En ik denk vooral dat de waarde van de waarheid steeds meer een soort ideologische discussie is geworden, in plaats van een wetenschappelijke.” Als we spreken over een post-truth-tijdperk hebben we het dus niet zozeer over een tijdperk waarin geen waarheid meer is, maar over een tijdperk waarin één collectief gedeelde en onomstreden waarheid is verdwenen. “Of dat erg is? In het ene geval meer dan in het andere. De wiskunde hoef je niet voortdurend in twijfel te trekken, maar sommige geesteswetenschappelijke waarheden hebben geen eeuwige houdbaarheidsdatum.”

De media

Vaak wordt het post-truth-tijdperk mede toegeschreven aan de moderne (sociale) media. Van Veldhuizen ziet de media echter meer als een gereedschap dat de ondergang van de onomstreden waarheid mede mogelijk heeft gemaakt. “Ook in de media is de stem van gewone individuen belangrijker geworden. Je ziet daar dus ook weer die individualisering.” De sociale media helpen individuen vervolgens om hun mening ook buiten de gevestigde media om te ventileren.

Individualisering
Maar hoe zijn we die onomstreden, collectieve waarheid kwijtgeraakt? Die vraag is lastig te beantwoorden, maar er zijn zeker trends aan te wijzen die hierin een rol hebben gespeeld. “Allereerst is er het individualisme,” denkt Van Veldhuizen. “Hierdoor is de stem en mening van individuen belangrijker geworden.” In het geval van Nederland kreeg dat individualisme zo rond de jaren vijftig voet aan de grond, toen de democratisering begon. “Het idee was dat iedereen mee moet doen in de samenleving. Dat betekende niet alleen dat iedereen onderwijs moest krijgen, maar ook dat iedereen zich moest uitspreken en dat alle lagen van de samenleving gehoord moesten worden.” Het leidde welbeschouwd tot een democratisering van de kennis en waarheid. “Iedereen mag een partijtje meeblazen en moet ook nog serieus worden genomen. Dus opeens kon de klassieke waarheid door iedereen betwist worden.” En dat gebeurde, onder invloed van weer andere maatschappelijke ontwikkelingen, ook. Nederland seculariseerde en de grote politieke tegenstellingen verdwenen. “Zo kwamen er steeds minder waarheden waar mensen zeker van waren en won de individualistische voorstelling van wat waarheid is, terrein.”

Het postmodernisme
Vrijwel tegelijkertijd met de opkomst van het individualisme kreeg ook het postmodernisme voet aan de grond. Een tweede ontwikkeling die zeer waarschijnlijk met de post-truth samenhangt. Volgens het postmodernisme bestaat dé waarheid namelijk niet, maar is deze altijd afhankelijk van het perspectief van het individu, dat weer bepaald wordt door zaken als achtergrond, opvoeding en traditie. “De waarheid is volgens postmodernisten niet meer dan een constructie, afhankelijk van de taal en kennis in je kop.” Met die filosofie in het achterhoofd zie je het vertrouwen in wetenschappers en andere deskundigen natuurlijk al afbrokkelen. Van Veldhuizen wil daar echter wel een belangrijke kanttekening bij plaatsen. “Maar heel weinig postmodernisten hebben als expliciet doel gehad om de waarheid af te schaffen. Het einde van de waarheid in het postmodernisme was niet echt een keuze, het relativisme was vooral de uitkomst van een aantal filosofische redeneringen. Daar hadden veel mensen zelf ook moeite mee.” Bovendien is het post-truth-tijdperk niet helemaal in de geest van de post-modernistische filosofie. Waar het postmodernisme concludeert dat de absolute waarheid niet bestaat, wordt in het post-truth-tijdperk juist met waarheden geschermd. “Wat we nu zien is dat iedere aanspraak op waarheid juist wordt tegengesproken met nieuwe claims op waarheid.”

“Een feit is op zichzelf nog niet waar”

Tegenbeweging
De genoemde trends hebben hun uitwerking niet gemist. Elke aanspraak op waarheid komt vandaag de dag vrijwel direct onder druk te staan. Maar is dat erg? Misschien niet. Want de geesteswetenschappelijke waarheid uit de tijd van voor het postmodernisme, was in retrospectief ook niet altijd even geavanceerd. “De afgelopen jaren hebben we een heel zwakke waarheid gehad,” stelt Van Veldhuizen. “Doordat de talige waarheid (de waarheid afhankelijk van de taal en kennis van het individu, red.) zo sterk onder druk kwam te staan, ontstond ten tijde van het postmodernisme een soort tegenbeweging waarin vooral een cijfermatige waarheid omarmd werd: cijfers zouden wel even aantonen wat het beste is voor de wereld. Maar we vergaten de cijfers te interpreteren.” De historicus maakt het heel concreet aan de hand van een voorbeeld. “Neem de bio-industrie. De cijfers lieten zien dat we de meeste winst zouden maken als we varkens een zo klein mogelijk afgebakend stukje ruimte op deze aarde gunnen. Dat is een op cijfers gebaseerde waarheid.” Maar er is natuurlijk meer. “Het moet niet alleen over cijfers en rekenmodellen gaan, je moet ook over ethische vraagstukken nadenken en morele keuzes maken. In andere woorden: je moet de cijfers interpreteren. “Een feit is op zichzelf nog niet waar,” benadrukt Van Veldhuizen. “Pas in een bepaalde context is een feit waar.”

Afbeelding: geralt / Pixabay.

De werkelijke dreiging
Het brengt ons bij het grote gevaar van deze tijd. En dat zijn niet de mensen die aantoonbare onzin uitkramen, zoals een Trump, aldus Van Veldhuizen. “Veel venijniger zijn de mensen die echte feiten verkeerd interpreteren.” Als voorbeeld haalt hij de mensen aan die schermen met het cultuurmarxisme (een rechtse complottheorie die stelt dat een elitair gezelschap erop uit is de westerse beschaving in te ruilen voor een socialistische heilstaat). “Als je met die mensen gaat debatteren, vliegen de feiten – met name citaten – je om de oren. En die citaten bestaan: ze zijn echt. Alleen de context waarin ze gepresenteerd worden, klopt niet. Zo leidt een kloppend citaat (een feit, red.) niet per se naar de waarheid, omdat complexere zaken zoals de vraag naar de intenties van historische figuren en de vraag of je tijdperken zomaar met elkaar mag vergelijken, door hen (de cultuurmarxisten, red.) nauwelijks wordt besproken. Terwijl je daar ook een antwoord op moet hebben, wil je tot een onomstreden waarheid komen. In dat opzicht moeten we zulke mensen niet alleen maar toeroepen dat ze ongelijk hebben – dat ga je mee in de politisering van de waarheid – maar moet je ze vragen welke methodologie en theorieën ze gebruiken om tot hun ideeën te komen.”

Wetenschappers
Diezelfde vraag mogen ook onderzoekers verwachten. De tijd dat ze als autoriteiten werden gezien, is immers voorbij. Of je het nu leuk vindt of niet: de stem van wetenschappers weegt nu net zo zwaar als de door onderbuikgevoelens gevoede stem van de buurvrouw. “De concrete uitdaging voor wetenschappers zit hem niet in de ontkenners van de feiten. Belangrijker is dat zij in staat zijn om het ontstaan van hun eigen waarheden te onderbouwen.” Dat zal niet voor elke onderzoeker even gemakkelijk zijn. “Voor geesteswetenschappers zal dat vaak moeilijker zijn dan voor exacte wetenschappers.” En toch moeten onderzoekers in beide onderzoeksgebieden hun resultaten onderbouwen en duiden. Want volgens Van Veldhuizen hebben mensen meer dan ooit de behoefte om te zien hoe onderzoekers tot hun conclusies komen. “Nu wordt er vaak geroepen: ‘Kijk mij eens gelijk hebben, ik heb hier een statistiekje dat aantoont dat de aarde opwarmt’. Tuurlijk, ik geloof dat de aarde opwarmt, maar dat komt niet door dat statistiekje, maar doordat ik gelezen heb over onderzoekers die heel helder uit kunnen leggen hoe ze tot die conclusie komen.” Dat onderzoekers in een post-truth-tijdperk niet meer onder die methodologische verantwoording uit komen, is volgens Van Veldhuizen eigenlijk wel mooi. “In dat opzicht kan een politisering en ideologisering van de waarheid een blessing in disguise zijn.”

Het tijdperk van de versnipperde en gepolitiseerde waarheid is hier. En we kunnen niet meer terug. Even treuren om het verlies van de onomstreden, collectief omarmde waarheid mag. Maar tegelijkertijd moeten we realistisch zijn: zo heel veel snoeiharde waarheden zijn er eigenlijk nooit geweest. “Het probleem zit ‘m dan ook niet in de ontkenning van feiten, maar in de juiste betekenis geven aan de feiten. En dat is lastig, maar mensen zullen dat zelf moeten gaan doen.” De eerste stap zouden we dit jaar al kunnen zetten. “Door ons te beseffen dat de waarheid altijd met interpretatie te maken heeft.” En dat geldt zeker als een waarheid onder vuur ligt. “Juist een betwiste waarheid is nooit waardevrij.”