Mogelijk zitten we onszelf in de weg bij de zoektocht naar buitenaards leven.

Dat stellen onderzoekers in een paper dat verschenen is in het blad Acta Astronautica. Volgens de onderzoekers kan het best zijn dat een ‘kosmisch gorilla-effect’ detectie van buitenaardse levensvormen in de weg zit.

Kosmische gorilla
De onderzoekers verwijzen daarmee naar een bekend experiment waarbij mensen een bal overgooien en de waarnemer als opdracht krijgt om het aantal worpen tussen de personen met witte shirts te tellen. Die waarnemer is daar vervolgens zo op gefocust dat hij helemaal niet ziet dat er halverwege opeens een man in een gorillapak voorbij komt. Volgens de onderzoekers kunnen wij tijdens onze wanhopige zoektocht naar buitenaards leven op grofweg dezelfde wijze ook aliens over het hoofd zien. En wel doordat we te sterk op andere dingen gericht zijn.

Ons eigen perspectief
Zo kan het zijn dat we teveel gefocust zijn op het leven zoals wij dat kennen en onze zoektocht ook te sterk op vergelijkbaar buitenaards leven richten. “Wanneer we denken aan andere intelligente wezens, zijn we geneigd om ze vanuit ons perspectief te zien,” stelt onderzoeker Gabriel de la Torre. “Maar we worden beperkt door onze visie op de wereld die ervan uitgaat dat we de enige in onze soort zijn en we vinden dat lastig om toe te geven.” Maar het wordt wel tijd dat we dat doen. Want wie zegt dat aliens zijn zoals wij? Misschien hangen ze wel uit in voor ons niet waarneembare dimensies of zijn ze niet zoals wij gebaseerd op zichtbare materie, maar op donkere materie of donkere energie (waar het universum voor 95% uit bestaat en dat we pas net beginnen te verkennen). “Er is zelfs een mogelijkheid dat er andere universa bestaan, zoals de teksten van Stephen Hawking en andere wetenschappers suggereren,” aldus De La Torre.

“Misschien kijken we wel de verkeerde kant op”

Belangrijk aspect
Waar de onderzoekers in hun paper eigenlijk op wijzen is dat onze neurofysiologie, maar ook onze psyche en ons bewustzijn een belangrijke rol in onze zoektocht naar leven spelen. En toch wordt aan dat aspect van de zoektocht nauwelijks aandacht besteed. Een experiment – uitgevoerd door De La Torre en collega’s en gebaseerd op het eerder genoemde experiment met de voorbij wandelende gorilla – suggereert dat het hoog tijd is dat daar verandering in komt. De onderzoekers lieten 137 proefpersonen foto’s zien met daarop natuurlijke fenomenen – bergen en rivieren bijvoorbeeld – en door mensen aangelegde structuren, zoals wegen en wolkenkrabbers. De proefpersonen kregen de opdracht om de door mensen gemaakte structuren van de natuurlijke fenomenen te scheiden. Wat ze niet wisten, was dat op één van de foto’s een piepkleine gorilla verstopt zat. Voorafgaand aan het experiment vulden de proefpersonen allemaal een vragenlijst in die gemaakt was om hun cognitieve stijl vast stellen. Dat wil zeggen: vaststellen of het intuïtieve of rationele mensen waren. Het experiment wees vervolgens uit dat intuïtieve mensen de piepkleine gorilla veel vaker opmerkten dan de mensen die rationeel en methodisch te werk gingen. “Als we die lijn doortrekken naar het probleem van de zoektocht naar buitenaardse intelligentie, roept het de vraag op of onze huidige strategie (die heel rationeel en methodisch is, red.) wel resulteert in het waarnemen van de gorilla (oftewel: aliens, red.). Onze traditionele kijk op de ruimte wordt beperkt door ons brein en het kan zijn dat er signalen zijn die we niet kunnen zien. Misschien kijken we wel de verkeerde kant op.”

Afbeelding: NASA.

Gemist
Het kan dus dat we – door de manier waarop ons brein werkt – dingen missen. “We kunnen het signaal voor ons zien en het niet waarnemen of niet in staat zijn om het te identificeren. Als dat gebeurt, zou dat een voorbeeld zijn van het kosmische gorilla-effect. Het kan in feite in het verleden zijn gebeurd, maar het kan ook nu gebeuren.”

Maar op vergelijkbare manier kunnen we ook dingen zien die er eigenlijk niet zijn. Men noemt dat ook wel pareidolie en kan verklaren waarom we op de foto hierboven een gezicht denken te zien, terwijl het gewoon een heuveltje op Mars is. In een poging te begrijpen wat het ziet, zoekt ons brein continu naar herkenningspunten en verbanden, ook waar die er niet zijn. Zo ontstaan optische illusies en complottheorieën en kunnen we ook als het gaat om de beste plek om naar buitenaards leven te zoeken, op het verkeerde been worden gezet.

Het onderzoek van De La Torre en collega’s geeft een verrassende draai aan de bekende vraag: waarom hebben we nog geen aliens ontdekt?