Wereldwijd wordt met man en macht aan een coronavaccin gewerkt. Men werkt daarbij met RNA, mRNA en nu ook: nagemaakte spikes van de corona-partikel. Zal dit de doorbraak zijn, die we zo hard nodig hebben?

Wetenschappers van het Laboratorium voor Virologie van Wageningen University Research hopen het van harte. Het onderzoek is een Europees initiatief van de farmaceutische industrie en de universiteiten in Kopenhagen en Tübingen, die de hulp inriepen van Wageningen, maar ook van het Leids Universitair Medisch Centrum. Daar heeft men de knowhow in huis om met het infectieuze coronavirus te werken. Met als gevolg een aanpak, die anders blijkt dan anderen: de wetenschappers werken aan de fabricatie van de inmiddels zo bekende spikes, die op de corona-partikel prijken.

Spikes van insectencellen
De bedoeling is dat ons immuunsysteem alarm slaat en antistoffen gaat aanmaken tegen het coronavirus, zonder dat dit virus zelf verwerkt hoeft te worden in een vaccin. Het immuunsysteem hoeft slechts de spikes te herkennen van de infectieuze boosdoener, zonder daar daadwerkelijk mee te maken te krijgen. Als het immuunsysteem antistoffen aanmaakt tegen de nep-spikes, zullen deze antistoffen aan het werk gaan, als zij de echte spikes van het schadelijke virus ontwaren en is er dus immuniteit.


De spikes-eiwitten worden gemaakt van insectencellen, een methode die bij de WUR ook gebruikt wordt in het maken van vaccins tegen bijvoorbeeld het zikavirus. Volgens viroloog dr. ir. Gorben Pijlman van de Universiteit Wageningen, zitten daar duidelijke voordelen aan. “Met insectencellen kunnen snel en veilig grote hoeveelheden eiwitten worden aangemaakt. In Wageningen gebruiken we cellen uit de nachtvlinder Spodoptera frugiperda. Daarin wordt de DNA-code geïntroduceerd van de spikes, die op de buitenkant van het coronavirus zitten.”

Geschikte voor massale productie
De methode zal zich prima lenen voor fabricage op grote schaal, wat natuurlijk belangrijk is als het gaat om een vaccin, dat in grote hoeveelheden gemaakt moet kunnen worden. “In ons lab hebben we bioreactoren van één tot vijftien liter. Die zijn voldoende groot om snel testeiwitten te maken voor dierproeven. Als blijkt dat de methode van ons consortium succesvol is en je het daadwerkelijk als vaccin op de markt wilt gaan brengen, wordt opgeschaald naar grotere bioreactoren. In de industrie werken ze bij dit soort kweekprocessen bijvoorbeeld met reactoren die tot wel tweeduizend liter groot zijn,” aldus Pijlman.

Het kan nog wel anderhalf jaar duren voordat een hierop gebaseerd vaccin, ingezet kan worden. Mogelijk zijn er al eerder andere vaccins beschikbaar. Dat is geen zorg voor Pijlman. “We zien dit niet als een wedstrijd. Er is grote saamhorigheid en openheid onder onderzoekers. Het is alleen maar goed dat er verschillende methodes zijn, waarmee nu een vaccin wordt ontwikkeld. Daarnaast leveren alle strategieën uiteindelijk wellicht een gecombineerde aanpak op. Bijvoorbeeld een combinatie van twee vaccins die een verschillend werkingsmechanisme hebben, en elkaar zo versterken.”


Onderzoek ook geschikt als test
Overigens is het niet zo dat het werk met de nep-spikes tot de ontwikkeling van alleen een vaccin hoeven te leiden. Het onderzoek is ook geschikt voor andere toepassingen, zoals het ontwikkelen van tests. Er kan mee in kaart worden gebracht of mensen al immuun zijn. Als iemand namelijk al antistoffen van het virus heeft aangemaakt, zullen deze antistoffen ook reageren op de nep-spikes. Op basis van die feiten, kunnen er dus heel goed corona-tests ontwikkeld worden met dit onderzoek.

Op schema
De vraag is nu wanneer het vaccin gereed zou zijn en ingezet kan worden. Pijlman meent dat het project goed op schema ligt. “Binnen ons consortium zijn al de eerste succesvolle dierproeven gedaan met een kandidaat-vaccin, dat is gebaseerd op het RBD oftewel receptor-bindend domein van de spikes. Dit is het belangrijkste onderdeel van de spikes en kan mogelijk op zichzelf al voldoende herkend worden door het immuunsysteem. De spikes die in Wageningen en bij andere partners worden ontwikkeld, zijn groter en completer en dus nog beter herkenbaar dan het RBD, maar zijn ook wat lastiger om te produceren. We verwachten dat onze spikes na de zomer ook getest zullen worden. Vervolgens is het afwachten of het RBD-vaccin goede resultaten geeft bij klinische testen. Als dat niet zo is, kunnen we, mits de dierproeven succesvol zijn, terugvallen op de completere spikes van ons of van collega-onderzoekers.”

Waar we de spikes van het virus-partikel gedurende lange tijd niet konden luchten of zien, kijken we nu dan reikhalzend uit naar het succes van de kunstmatige versies. En naar de vaccins en testen die ermee gemaakt kunnen worden.