lancering

NASA heeft ontdekt dat er in de donkere ruimte tussen sterrenstelsels verrassend veel infrarood licht te vinden is. Het is waarschijnlijk afkomstig van sterren die tijdens botsingen uit sterrenstelsels zijn geslingerd.

NASA trekt die conclusie op basis van observaties van CIBER (Cosmic Infrared Background Experiment). Het experiment (je ziet de lancering op de afbeelding hierboven) detecteerde verrassend veel infrarood licht tussen sterrenstelsels. Deze diffuse gloed is net zo helder als alle bekende sterrenstelsels bij elkaar.

Afgestoten sterren
Het is niet voor het eerst dat infrarood licht tussen sterrenstelsels wordt gedetecteerd. Eerder nam Spitzer het ook al waar. Wel geeft CIBER meer duidelijkheid over hoe wijdverspreid dit infrarode licht nu werkelijk is en waar het vandaan komt. “We denken dat sterren tijdens botsingen tussen sterrenstelsels verspreid worden,” legt onderzoeker Michael Zemcov uit. “Hoewel we eerder gevallen hebben gezien waarin sterren uit sterrenstelsels worden geslingerd, wijzen onze nieuwe metingen erop dat dit veelvuldig voorkomt.”

Foto’s
Tijdens de CIBER-vluchten worden camera’s in de ruimte gebracht die zo’n zeven minuten lang foto’s maken en vervolgens hun observaties terug naar de aarde sturen. Tijdens dit betreffende experiment werd op twee infrarode golflengtes gefotografeerd. Het gaat om kortere golflengtes dan waarop Spitzer observeert. “Het is opwindend dat zo’n kleine raket zo’n grote ontdekking kan doen,” vindt onderzoeker Mike Garcia.

Tot grote verrassing van onderzoekers is op de beelden van CIBER een overvloed aan licht te zien dat afkomstig is uit de ruimte tussen sterrenstelsels. De gegevens tonen bovendien aan dat dit infrarode licht een blauw spectrum heeft. Dat bewijst dat het licht afkomstig is van een nog niet eerder waargenomen populatie sterren tussen sterrenstelsels. Als het licht afkomstig zou zijn van de eerste sterrenstelsels, zou het spectrum roder zijn. “Het licht is te helder en te blauw om afkomstig te zijn van de eerste generatie sterrenstelsels,” vertelt onderzoeker James Bock. “De eenvoudigste verklaring, die de metingen het best kan verklaren, is dat veel sterren uit hun geboorteplaats zijn weggerukt en dat die sterren gemiddeld net zoveel licht geven als de sterrenstelsels zelf.”