Door de olieramp in de Golf van Mexico is veel olie terechtgekomen in de oceaan. Wetenschappers hebben al olie gevonden in larven van krabben. De krabbetjes worden opgegeten door grotere vissen, die weer verorberd worden door nog grotere dieren. De voedselketen raakt geïnfecteerd met olie. Moeten we ons zorgen gaan maken of valt het allemaal wel mee?

“Kleine dieren, zoals larven, kunnen kleine hoeveelheden olie aan. Zij overleven wel”, zegt bioloog Bob Thomas van de Loyola universiteit in New Orleans. “Toch kunnen de dieren aan top van de voedselketen, zoals dolfijnen en tonijnen, een megadosis olie binnenkrijgen door de olielarven op te eten. Zij overleven dit niet.”

Om te kijken hoe erg het probleem is houden wetenschappers de komende tijd blauwe zwemkrabben in de gaten. Veertig procent van het gebied waar zwemkrabben voorkomen is geraakt door de olieramp. Als veel larven vervuild zijn, dan heeft dit invloed op de populatie krabben en op de voedselketen.

Blauwe zwemkrabben leggen hun eitjes onbeschermd in riviermondingen, en soms zelf vele kilometers bij de kust vandaan. Veel larven worden opgegeten door roofdieren. Slechts een klein deel van de drie miljoen eitjes resulteert in een volwassen krab. De populatie blauwe zwemkrabben kan de komende jaren minder zijn door de olieramp. Uitsterven doen ze niet. “Krabben passen zich over het algemeen goed aan”, zegt bioloog Caz Taylor.

Ook vissers maken zich zorgen over de krabben. Als er niet genoeg krabben in de Golf van Mexico leven, dan kunnen zij minder dieren vangen. Het resultaat: minder omzet. “Als we vandaag vissen, dan vangen we krabben”, zegt visser Glen Despaux. “Maar wie zegt mij dat er volgend jaar krabben te vinden zijn?”

Wetenschappers kunnen nog weinig zeggen over de gevolgen voor de voedselketen. Als een dolfijn of een tonijn erg veel vervuilde larven eet, dan kan dit leiden tot de dood.