De zeldzame vondst geeft een uniek inkijkje in de evolutionaire geschiedenis van een organisme dat vijf massa-extincties overleefd heeft. 

Beerdiertjes zijn beroemd om hun verbazingwekkende vermogen om de meest extreme omstandigheden te overleven. Ze zijn bijvoorbeeld bestand tegen het vacuüm van de ruimte en zijn zelfs weer tot leven gekomen nadat ze tientallen jaren in Antarctische mos waren bevroren. Maar hoe moeilijk het ook is om het bizarre microscopische diertje te doden, het is nóg moeilijker om een gefossiliseerd exemplaar te vinden. En toch zijn onderzoekers daar nu in geslaagd.

Meer over beerdiertjes
Beerdiertjes zijn microscopisch kleine organismen die naar schatting zo’n 540 miljoen jaar geleden ontstonden. Ze zijn onder meer te vinden in de grond en op planten. Ze bereiken een lichaamslengte van ongeveer een halve millimeter en een breedte van ongeveer 1/5 millimeter, waardoor ze met het blote oog bijna niet te zien zijn. Beerdiertjes komen wijdverspreid in de natuur voor. Een pluk mos kan bijvoorbeeld al zeker duizenden exemplaren herbergen. Daarnaast zijn het taaie rakkers. Je kunt ze bijvoorbeeld meer dan dertig jaar invriezen: na ontdooiing pakken ze hun leven gewoon weer op. Ook kunnen ze wel tot tien jaar zonder water, overleven ze zelfs bij gebrek aan zuurstof en zijn ze bestand tegen kosmische straling. En toen onderzoekers ze recent in een speciaal geweer stopten om ze af te vuren, konden de beerdiertjes dat ook gewoon navertellen.

Het is een bijzondere prestatie, aangezien het slechts de derde keer is dat wetenschappers een gefossiliseerd beerdiertje aantreffen. De onderzoekers ontdekten het beerdiertje in een 16 miljoen jaar oud stukje barnsteen, dat stamt uit het Mioceen.

De drie ontdekkingen van gefossiliseerde beerdiertjes op een tijdlijn geplaatst. Afbeelding: NJIT/Harvar

Het nieuwe geslacht en soort zijn respectievelijk Paradoryphoribius chronocaribbeus en Pdo. chronocaribbeus genoemd. “De ontdekking van een gefossiliseerd beerdiertje is iets dat maar één keer per generatie voorkomt,” aldus onderzoeker Phil Barden. “Wat zo opmerkelijk is, is dat beerdiertjes eigenlijk alles op aarde hebben gezien, van de val van de dinosaurussen tot de opkomst van planten. Toch kennen we bijna geen fossielen. De ontdekking van fossiele resten van een beerdiertje is dan ook heel opwindend.”

Grootte
Dat dit dus maar zelden gebeurt, is overigens niet zo gek. Beerdiertjes zijn ontzettend klein en vallen door hun minuscule voorkomen nauwelijks op. Zo is Pdo. chronocaribbeus een halve millimeter groot.“Het is slechts een vage vlek in barnsteen,” legt Barden uit. “Pdo. chronocaribbeus zat ingesloten in een hoek van een stukje barnsteen met drie verschillende mierensoorten die ons lab had bestudeerd. Het beerdiertje is maanden over het hoofd gezien.”

Het betreffende stukje barnsteen met omcirkeld het ontdekte gefossiliseerde beerdiertje. Afbeelding: Phillip Barden (Harvard/NJIT)

Pdo. chronocaribbeus blijkt na analyse een familielid te zijn van de hedendaagse superfamilie Isohypsibioidea. Daarnaast vertegenwoordigt het het eerste beerdiertjes-fossiel dat stamt uit het Cenozoïcum; het huidige geologische tijdperk dat zo’n 66 miljoen jaar geleden begon. “Op het eerste gezicht lijkt dit fossiel op moderne beerdiertjes, vanwege de relatief eenvoudige externe morfologie,” vertelt onderzoeker Marc Mapalo. “Maar voor het eerst zijn we erin geslaagd om ook de interne anatomie te visualiseren. Hierdoor zagen we opvallende eigenschappen die we niet zien bij levende organismen. Dit stelt ons niet alleen in staat om dit beerdiertje onder een nieuw geslacht te scharen, maar we kunnen nu ook de evolutionaire veranderingen onderzoeken die deze groep organismen gedurende miljoenen jaren heeft meegemaakt.”

Evolutie
Volgens de onderzoekers geeft de zeldzame vondst ons een uniek inkijkje in de evolutionaire geschiedenis van een organisme dat vijf massa-extincties overleefd heeft. Zo kan het bijvoorbeeld meer inzicht verschaffen in de evolutionaire gebeurtenissen die de meer dan 1300 hedendaags levende soorten hebben gevormd, met al hun eigenaardigheden. “We hebben slechts het topje van de ijsberg gezien als het gaat om ons begrip over levende beerdiertjes,” zegt Barden. “De studie herinnert ons er niet alleen aan dat we maar weinig beerdiertjes-fossielen hebben, maar dat we ook nog heel weinig over de hedendaagse soorten weten.”

De onderzoekers hopen dan ook dat andere wetenschappers hun ogen open houden voor andere goed verstopte fossiele beerdiertjes. “We hopen dat dit werk anderen aanmoedigt om stukjes barnsteen nauwkeuriger te bekijken om deze geheimzinnige organismen beter te begrijpen,” besluit onderzoeker Javier Ortega-Hernandez.