gen

De geschiedenis telt tal van mensachtigen. Maar anno 2014 is nog maar één soort alive and kicking: de moderne mens. Waarom hebben wij het wel gered en de anderen niet? Nieuw onderzoek suggereert dat het te maken heeft met de manier waarop onze genen werken.

Ooit deelden moderne mensen de aarde met andere mensachtigen zoals Homo denisova en de Neanderthalers. Inmiddels zijn we alleen: de andere mensachtigen zijn uitgestorven. Hoe het komt dat wij er nog zijn en de andere mensachtigen verdwenen, is een raadsel. De oplossing van dat raadsel zoeken onderzoekers doorgaans in het DNA: welke genen hebben wij wel en de uitgestorven mensachtigen niet en omgekeerd? En kunnen die genen misschien verklaren waarom wij de tand des tijds doorstaan hebben en zij niet?

Epigenetica
Onderzoekers van de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem gooien het nu over een iets andere boeg. Ook zij kijken naar het DNA, maar richten zich niet op ontbrekende of net iets andere genen. In plaats daarvan richtten ze op epigenetische verschillen. In tegenstelling tot de genetica richt de epigenetica zich niet op de DNA-sequentie (volgorde van basenparen) en erfelijke veranderingen (mutaties) in DNA, maar op erfelijke veranderingen in de genfunctie die niet veroorzaakt worden door mutaties. Het gaat dan heel concreet om processen die genen uit en aan kunnen zetten zonder dat de DNA-sequentie wordt gewijzigd.

WIST U DAT…
twintig procent van het Neanderhaler-genoom in moderne mensen voortleeft?

Verschillen
Wetenschappers van de Hebreeuwse Universiteit hebben nu het epigenoom van Homo denisova en Neanderthalers gereconstrueerd en vergeleken met dat van de moderne mens. En ze ontdekten dat er nogal wat epigenetische verschillen zijn tussen ons en de uitgestorven mensachtigen. Veel van die verschillen hebben betrekking op de hersenontwikkeling, het immuunsysteem en onze hart- en bloedvaten.

Alzheimer en autisme
De onderzoekers ontdekten bovendien dat veel van de genen die bij ons moderne mensen heel anders werken dan bij de uitgestorven mensachtigen een rol spelen bij Alzheimer en stoornissen als autisme en schizofrenie. Het suggereert dat deze recente veranderingen in ons brein ten grondslag liggen aan verschillende psychiatrische problemen die vandaag de dag veelvuldig voorkomen.

De onderzoekers hopen dat hun studie aanleiding geeft tot meer onderzoek naar de epigenetische verschillen tussen moderne mensen en uitgestorven mensachtigen. Het kan ons niet alleen meer inzicht geven in hoe wij verschillen van die mensachtigen en waarom wij het gered hebben en zij niet. Het kan ons ook helpen om te achterhalen hoe bepaalde ziektes ontstaan en het beste behandeld kunnen worden.