brein

Onze intelligentie, ons grote brein en ons vermogen om complexe samenwerkingsverbanden aan te gaan: het zijn zaken die de mensheid ver gebracht hebben. Nieuw onderzoek stelt nu dat we dat allemaal te danken hebben aan prehistorische oorlogen.

Wij mensen beschikken over een hogere vorm van intelligentie. Die vorm van intelligentie stelt ons onder meer in staat om complexe samenwerkingsverbanden met anderen aan te gaan. Maar onze intelligentie heeft ook een prijs. Zo verbruikt ons brein enorm veel energie, is het grote brein soms een probleem tijdens bevallingen en zijn er diverse mentale ziekten die in verband worden gebracht met de complexiteit van ons brein. Hoewel zo’n groot brein dus zeker voordelen heeft, heeft het ook zeker nadelen. Onder welke omstandigheden hebben we het – ondanks die grote nadelen – ontwikkeld? Dat is een vraag die onderzoekers al lang bezighoudt.

Samenwerking
Een andere vraag die wetenschappers al enige tijd uit hun slaap houdt, houdt verband met de samenwerkingsverbanden die mensen aangaan. Waarom hebben we zo’n aangeboren voorkeur voor coöperatief gedrag? Samenwerken maakt ons weliswaar sterker, maar tegelijkertijd zwakker: zo lopen we het risico dat anderen ons bedriegen of van ons proberen te profiteren. Zulke mensen dragen niet bij aan het samenwerkingsverband en ondermijnen de samenwerking, iets wat onderzoekers ook wel aanduiden als ‘het collectieve actie-probleem’. Men zou op basis daarvan dan ook verwachten dat mensen – net als veel andere dieren – slechts zelden samenwerken. Maar het tegendeel is waar. Mensen werken vaak samen.

WIST JE DAT…
…het lezen van een goed boek het brein kan veranderen?

Model
Wetenschappers hebben nu een wiskundig model ontwikkeld dat beide evolutionaire vraagstukken kan beantwoorden. Het model laat zien dat de vaardigheden die nodig zijn om samen te werken en een hogere intelligentie kunnen co-evolueren om het collectieve actie-probleem in groepen op te lossen en de nadelen die een groot brein met zich meebrengt, te overkomen. In andere woorden: de ontwikkeling van een groter brein en de ontwikkeling van vaardigheden die ons in staat stellen om samen te werken, hangen nauw met elkaar samen.

Oorlog
Maar onder welke omstandigheden ontstonden die twee? Volgens het model ontstaan vaardigheden die ons in staat stellen om samen te werken het gemakkelijkst als er sprake is van een conflict of oorlog tussen twee groepen (ons versus anderen). Collectieve activiteiten – zoals jagen voor voedsel of verdedigen tegen roofdieren (ons versus de natuur) – resulteren veel minder snel in een significante toename van collaboratieve vaardigheden en hogere intelligentie. Het onderzoek voorspelt tevens dat wanneer collaboratieve vaardigheden niet kunnen ontstaan, bijvoorbeeld omdat de nadelen van een groot brein te groot zijn, een soort een klein aantal individuen telt die genetisch voorbestemd zijn om acties te ondernemen die voor het individu zelf ongunstig, maar voor de groep gunstig zijn.

Theorie
Het model bestrijdt tevens de theorie die stelt dat coalities binnen groepen en samenwerking tijdens de jacht eerst ontstonden en dat mensen daarna pas tijdens conflicten tussen groepen gingen samenwerken. Het model laat het tegenovergestelde zien: collaboratie tijdens conflicten tussen groepen ging vooraf aan coalities binnen de groep en samen jagen.

Het onderzoek suggereert dat oorlogen bijgedragen hebben aan het ontstaan van de hoge intelligentie van de mens en het vermogen van de mens om complexe samenwerkingsverbanden aan te gaan en samen met anderen dezelfde doelen na te streven. “Onze vaardigheid om effectief met anderen samen te werken is grotendeels verantwoordelijk voor wat er van onze soort terecht is gekomen,” stelt onderzoeker Sergey Gavrilets. “De grote vraag is hoe deze vaardigheid voor het eerst ontstond, aangezien een groter brein grote kosten met zich meebrengt en samenwerkingsverbanden gemakkelijk ondermijnd kunnen worden. Het model biedt een antwoord en benadrukt de rol van conflicten tussen groepen.”