Met name de temperatuur blijkt een grote invloed te hebben op de gemiddelde lichaamsomvang van mens(achtig)en.

Dat schrijven onderzoekers in het blad Nature Communications. Hun conclusies zijn gebaseerd op een analyse van meer dan 300 fossiele resten van verschillende mensachtigen.

Verschillen
Als je de resten van die mensachtigen naast elkaar legt, valt al snel iets op; ze waren lang niet allemaal even groot. In de afgelopen miljoenen jaren fluctueerde de gemiddelde lichaamsomvang van mensachtigen flink. Zo is onze soort – Homo sapiens – bijvoorbeeld maar liefst 50 procent zwaarder dan Homo habilis die pak ‘m beet 2 miljoen jaar geleden leefde. Al jaren wordt er gediscussieerd over de vraag wat de drijvende kracht achter deze verschillen in omvang zijn. Het nieuwe onderzoek wil die discussie beslechten. “Onze studie wijst erop dat klimaat – en dan met name temperatuur – in de afgelopen miljoenen jaren de belangrijkste drijvende kracht is geweest achter veranderingen in lichaamsomvang,” stelt onderzoeker Andrea Manica.

Het onderzoek
Voor de studie bogen de onderzoekers zich over meer dan 300 fossiele resten van soorten behorende tot het geslacht van mensachtigen (Homo). Aan de hand van de resten stelden ze voor elke soort vast hoe groot zijn lichaam moet zijn geweest. Vervolgens werd gekeken in welk gebied de resten van de verschillende mensachtigen waren teruggevonden en welk klimaat dat gebied in de tijd van die mensachtigen had. Al snel zagen onderzoekers dat de mensachtigen in koudere gebieden een grotere lichaamsomvang hadden, terwijl mensachtigen in warmere gebieden juist kleiner waren.

Verklaring
“We kunnen zien dat mensen die vandaag de dag in warmere klimaten leven doorgaans kleiner zijn en dat mensen die in koudere klimaten leven doorgaans groter zijn,” stelt Manica. “En nu weten we dat klimaat zo al miljoenen jaren van invloed is (op de lichaamsomvang van mensachtigen, red.).” Dat lagere temperaturen tot de evolutie van grotere mensachtigen leidt, is te verklaren doordat een groter lichaam van pas komt bij kou. Er gaat namelijk minder warmte verloren als een lichaam in vergelijking met het oppervlak een vrij grote massa heeft.

Hersenen
De onderzoekers keken in hun studie niet alleen naar lichaamsomvang, maar ook specifiek naar de omvang van de hersenen. Die bleek niet samen te hangen met temperatuur. Wel vonden onderzoekers een verband tussen de omvang van de hersenen en het landschap waarin mensachtigen leefden. Zo bleken mensachtigen grotere hersenen te hebben wanneer ze leefden in gebieden met weinig vegetatie – denk aan graslanden en steppes. Het is volgens de onderzoekers te verklaren doordat mensen in deze gebieden op grote dieren joegen. Dat was een complexe manier om aan voedsel te komen die mogelijk de evolutie van een groter brein promootte. Daarnaast bleken ook mensachtigen die in ecologisch stabiele gebieden leefden doorgaans een groter brein te hebben. Dat is waarschijnlijk te verklaren doordat de ontwikkeling en het handhaven van een groter brein veel energie kost en een stabiele aanvoer van voedingsstoffen vereist. Het vraagt om een omgeving waarin continu voldoende van die voedingsstoffen voorhanden zijn.

“We ontdekten dat verschillende factoren van invloed zijn op hersen- en lichaamsomvang,” zo concludeert onderzoeker Manuel Will. “Ze staan niet onder dezelfde evolutionaire druk.” Hij benadrukt verder dat omgevingsfactoren (zoals klimaat) ook een veel grotere invloed hebben op lichaamsomvang dan op de omvang van de hersenen. Aan de evolutie van grotere hersenen liggen naar alle waarschijnlijk ook veel meer andere, niet tot de omgevingsfactoren behorende krachten ten grondslag. Zo zouden de cognitieve uitdagingen die complexere sociale levens, een diverser dieet en geavanceerdere technologieën met zich meebrachten, ook een groter brein hebben vereist.

Het onderzoek geeft meer inzicht in de evolutie van de mens, die overigens nog altijd niet is afgerond. Want er zijn genoeg aanwijzingen dat onze lichaams- en hersenomvang nog altijd evolueert. Zo lijkt de hersenomvang van onze soort sinds het begin van het Holoceen (rond 11.650 jaar geleden) te zijn gekrompen. En nu we steeds meer complexe taken aan computers over laten, kan die krimp de komende duizenden jaren zomaar verder doorzetten. “Het is leuk om te speculeren over wat er in de toekomst met onze lichaams- en hersenomvang gaat gebeuren,” vindt Manica. “Maar we moeten voorzichtig zijn en op basis van de afgelopen miljoenen jaren niet te veel extrapoleren, want veel factoren zijn aan verandering onderhevig.”