Maar we kunnen ze onmogelijk zien.

In het hart van onze Melkweg bevindt zich het supermassieve zwarte gat Sagittarius A*. Maar dat is mogelijk niet het enige supermassieve zwarte gat dat ons sterrenstelsel rijk is, zo schrijven onderzoekers in het blad Astrophysical Journal Letters. Hun simulaties wijzen er namelijk sterk op dat er – op grote afstand van het hart van onze Melkweg – nog meer te vinden zijn.

Fusie
Normaal gesproken bevinden supermassieve zwarte gaten zich in het hart van grote sterrenstelsels. Maar soms zouden ze zich ook ver van dat centrum ophouden, bijvoorbeeld in de halo: een vrijwel bolvormig gebied gevuld met sterren en gas dat een sterrenstelsel omsluit. Supermassieve zwarte gaten die zich in die periferie ophouden, zouden daar zijn beland door het samensmelten van sterrenstelsels. Wanneer een kleiner sterrenstelsel zich bij een groter sterrenstelsel – met een supermassief zwart gat in het centrum – voegt, zou het supermassieve zwarte gat van dat kleine sterrenstelsel in een wijde baan om de nieuwe gastheer – het grote sterrenstelsel – gaan draaien.

Simulaties
Het is een fraaie theorie. Maar gaat deze ook op voor ons eigen sterrenstelsel? Dat hebben onderzoekers nu uitgezocht. En wel met simulaties die accurater zijn dan ooit. De simulaties wijzen uit dat een sterrenstelsel met een massa die vergelijkbaar is met onze Melkweg meerdere supermassieve zwarte gaten zou moeten herbergen.

Ongezien
Grote kans dus dat Sagittarius A* nog ongeziene broertjes heeft. Het detecteren van die broertjes zal nog niet meevallen. Je moet namelijk bedenken dat zwarte gaten geen licht afgeven. Hun bestaan kunnen we dan ook alleen afleiden uit de invloed die ze op hun omgeving hebben. Zo kunnen we bijvoorbeeld röntgenstraling opvangen die vrijkomt doordat materie die zich in een schijf rond een zwart gat, enorm wordt verhit. Maar de zwarte gaten op grote afstand van het centrum, zijn waarschijnlijk niet in staat om zo’n accretieschijf te vormen, waardoor ze eigenlijk gewoon echt onzichtbaar zijn.

Verder benadrukken de onderzoekers dat we weinig te vrezen hebben van deze ronddolende supermassieve zwarte gaten. “het is extreem onwaarschijnlijk dat een ronddwalend supermassief zwart gat dicht genoeg bij onze zon in de buurt komt om invloed te hebben op ons zonnestelsel,” aldus onderzoeker Michael Tremmel. “We schatten dat een ontmoeting met één van deze dwalende supermassieve zwarte gaten die van invloed kan zijn op ons zonnestelsel slechts elke 100 miljard jaar plaatsvindt.” Daarbij moet je in het achterhoofd houden dat het universum nog maar 13,7 miljard jaar oud is.