In onze jeugd absorberen we zo’n 12,5 miljoen stukjes informatie over taal.

Het leren van de moedertaal lijkt misschien eenvoudig. Het ene moment brabbelen we baby’s, om het volgende moment preken en toespraken van vooraanstaande personen te bediscussiëren. Maar uit een nieuw onderzoek blijkt dat het leren van de moedertaal een opmerkelijke prestatie is en dat we dit helemaal niet zomaar op de automatische piloot doen.

Bits
Onderzoekers berekenden dat we vanaf onze kleutertijd tot het moment dat we jongvolwassen zijn, ongeveer 12,5 miljoen stukjes informatie over taal absorberen. Dat is ongeveer twee bits per minuut tot het moment dat we de taal volledig beheersen. Omgezet in een binaire code, zouden de gegevens nagenoeg op een floppy disk van 1,5 MB passen. Dat is best een buitengewone prestatie. “Als je erover nadenkt dat kinderen miljoenen nullen en enen (in taal) moeten onthouden, dan betekent dit dat ze behoorlijk indrukwekkende leermechanismen moeten hebben,” zegt onderzoeker Steven Piantadosi. “Het benadrukt dat kinderen en tieners uitstekende leerlingen zijn, die dagelijks meer dan 1000 stukjes informatie tot zich nemen.”


Wist je dat…

…ook orka’s kunnen praten? Luister hier hoe een orka onder meer de woorden ‘hallo’ en ‘één, twee, drie,’ uitbrengt.

Betekenis
De onderzoekers kwamen erachter dat bij het leren van een taal, we ons voornamelijk concentreren op de betekenis van woorden en wat minder op de grammatica. “Veel onderzoek naar het leren van talen is gericht op syntaxis, zoals woordvolgorde,” zegt Piantadosi. “Maar onze studie laat zien dat syntaxis slechts een klein stukje van het leren van een taal vertegenwoordigt. De grootste moeilijkheid ligt in het leren van wat woorden betekenen.” Als een kind bijvoorbeeld het woord ‘kalkoen’ hoort, verzamelt het meestal stukjes informatie door vragen te stellen: ‘Is een kalkoen een vogel, ja of nee? Kan een kalkoen vliegen?’ Het kind zal net zoveel vragen stellen totdat het de volledige betekenis van het woord ‘kalkoen’ begrijpt.

Robots
Die focus op semantiek versus syntaxis laat ook meteen het verschil zien tussen mensen en robots. Denk bijvoorbeeld aan virtuele assistenten zoals Alexa, Siri en Google Assistant. “Machines weten welke woorden bij elkaar passen en waar ze terechtkomen in de zinnen,” legt Piantadosi uit. “Maar ze weten heel weinig over de betekenis van woorden.”

En mensen die tweetalig zijn opgevoed? Moeten zij twee keer zoveel stukjes informatie opslaan? Piantadosi denkt van niet. “De betekenis van veel gemeenschappelijke zelfstandige naamwoorden – zoals bijvoorbeeld ‘moeder’ – zullen in alle talen hetzelfde zijn,” zegt hij. “In dat geval hoef je niet alle stukjes informatie over de betekenis twee keer te leren.”