Een grootschalig Brits onderzoek geeft meer inzicht in corona-immuniteit. Tegelijkertijd blijven veel belangrijke vragen onbeantwoord.

Kort nadat het coronavirus voor het eerst opdook gingen velen er min of meer vanuit dat mensen die het virus eenmaal hadden opgelopen, er daarna immuun voor zouden zijn. Maar al vrij snel waren er aanwijzingen dat de antistoffen die mensen in reactie op de infectie aanmaakten, razendsnel afnamen. En inmiddels zijn er zelfs meerdere herinfecties bekend. Het idee dat een corona-infectie beschermt tegen een nieuwe infectie staat dan ook op losse schroeven. Onduidelijk is echter nog hoe snel de antistoffen precies afnemen en of dat bij de één – mogelijk afhankelijk van leeftijd en/of ziektebeeld – sneller gaat dan bij de ander.

Onderzoek
Een nieuw, grootschalig Brits onderzoek werpt een nieuw licht op de zaak. Aan het onderzoek namen 365.000 Britten deel. Zij ontvingen een testkit thuis waarmee ze – met een prikje in de vinger – vast konden stellen of zij antistoffen tegen SARS-CoV-2 bezaten. In een periode van drie maanden ondergingen de deelnemers deze antistoffentest drie keer. En tijdens de drie rondes sloeg de test 17.576 keer positief uit. Ongeveer 30 procent van de positieve tests werden afgenomen bij mensen die geen symptomen hadden gehad.


In de drie maanden durende periode bleek het aantal positieve antistoffentests met maar liefst 25,6 procent af te nemen: van 6 procent naar 4,8 procent tijdens de tweede test. En uiteindelijk tijdens de derde test zelfs naar 4,4 procent. “Dit grootschalige onderzoek toont aan dat het deel van de bevolking met detecteerbare antistoffen door de tijd heen afneemt,” stelt onderzoeker Helen Ward.

Leeftijd
De positieve antistoffentests namen in elke leeftijdsgroep af, zo moeten de onderzoekers concluderen. Maar de afname was niet in elke leeftijdsgroep even groot. Zo was de afname het kleinst in de groep met 18- tot 24-jarigen. Daar nam het percentage positieve antistoffentests met 14,9 procent af. Veel groter was de afname – 39 procent – onder 75-plussers.

Asymptomatisch
Verder bleek de afname ook groot te zijn onder mensen die niet eens wisten dat ze het virus onder de leden hadden gehad, omdat ze geen symptomen hadden vertoond. Het aantal positieve antistoffentests nam onder deze groep in drie maanden tijd met maar liefst 64 procent af. Ter vergelijking: onder mensen die wel symptomen hadden gehad, nam het aantal positieve antistoffentests in dezelfde periode met 22,3 procent af.


Zorgmedewerkers
Wat verder opvalt, is dat zorgmedewerkers een grote uitzondering blijken te vormen. Onder deze groep nam het aantal positieve antistoffentests namelijk niet af. Onduidelijk is nog hoe dat komt, maar de onderzoekers hebben daar wel ideeën over. Zo kan het te herleiden zijn naar het feit dat zorgmedewerkers herhaaldelijk aan het virus zijn blootgesteld.

Over de antistoffentest
Hoewel het grootschalige onderzoek een grote schat aan data oplevert en kan bijdragen aan een beter begrip van de wijze waarop ons immuunsysteem op SARS-CoV-2 reageert, moeten we op basis van deze data vooral niet te snel conclusies trekken. Zo is het allereerst belangrijk om je te realiseren dat er tijdens het onderzoek gebruik is gemaakt van een vrij eenvoudige antistoffentest die mensen zelf, gewoon thuis op de bank, konden uitvoeren. De test concludeert op basis van een klein druppeltje bloed of mensen wel of niet antistoffen tegen SARS-CoV-2 bezitten. De test is natuurlijk wat minder gevoelig dan laboratoriumtests en kan heel kleine hoeveelheden antistoffen dan ook niet detecteren. Bovendien onthult de test niet de exacte concentratie antistoffen (en afnames hierin). “Hoewel de accuraatheid van deze snelle thuistests uitgebreid bestudeerd is en de tests heel nuttig zijn gebleken, weten we niet of een positieve test ook betekent dat iemand beschermd is tegen herinfectie,” benadrukt dr. Alexander Edwards, verbonden aan de universiteit van Reading en niet betrokken bij het onderzoek. Verder is het goed om je te realiseren dat de test alleen naar antistoffen kijkt en niet naar andere – minstens zo belangrijke – aspecten van ons immuunsysteem zoals de doorgaans wat langer levende T-cellen. “Antistoffen zijn waarschijnlijk heel belangrijk als het gaat om bescherming tegen toekomstige infecties en ziekte, maar andere wapens van het immuunsysteem – bijvoorbeeld de cellulaire immuniteit – kunnen ook wel eens heel belangrijk zijn,” stelt moleculair viroloog, professor Jonathan Ball, verbonden aan de universiteit van Nottingham en niet betrokken bij het onderzoek. “Daarom is het van essentieel belang dat we beter gaan begrijpen hoe beschermende immuniteit er nu precies uitziet en dat kan alleen door alle aspecten van immuniteit na een infectie te meten en vast te stellen hoe deze verband houden met de kans op herinfectie.”

Ben je nu beschermd of niet? Wetenschappers weten het niet
Want ook na dit onderzoek blijft onduidelijk wat er nu precies gebeurt als de mensen bij wie de antistoffen na een maand of drie niet meer detecteerbaar zijn, opnieuw met SARS-CoV-2 geconfronteerd worden. “Het is niet duidelijk hoe snel de concentratie antistoffen weer stijgt als iemand het virus een tweede keer tegenkomt,” stelt Edwards. “Het is mogelijk dat het immuunsysteem nog steeds snel reageert en er sprake is van een milder ziekteverloop of dat ze nog volledig beschermd zijn dankzij het geheugen van het immuunsysteem. Dus zelfs als de snelle antistoffentest niet langer positief is, kan het nog steeds dat iemand beschermd is tegen herinfectie. Maar we weten het gewoon niet – het kost tijd om dat te onderzoeken, want daarvoor moet je grote groepen gedurende meerdere maanden volgen. Zulke onderzoeken lopen al wel, maar ze zijn lastig en traag.”

Vaccin
Dat deze lastige vragen wel een antwoord behoeven, staat vast. Want meer inzicht in de wijze waarop ons immuunsysteem op SARS-CoV-2 reageert is niet alleen belangrijk om een beter beeld te kunnen krijgen van wat het virus ook na enige tijd nog onder een populatie aan kan richten, maar heeft tevens implicaties voor de vaccins die momenteel ontwikkeld worden. Vaccins simuleren in feite een doorgemaakte infectie en genereren zo een immuunrespons die – hopelijk – bescherming biedt tegen SARS-CoV-2. Grote vraag is echter of de vaccins wel een langdurige immuunrespons op kunnen roepen. Ook op dat gebied moeten we echter op basis van de beschikbare data niet te snel conclusies trekken, waarschuwt professor Eleanor Riley, verbonden aan de universiteit van Edinburgh en niet betrokken bij het onderzoek. “Je moet de data niet aangrijpen om te beredeneren dat een vaccin slechts een kortdurende immuunrespons genereert. Vaccins bevatten stofjes die het immuunsysteem stimuleren en een duurzame immuunrespons oproepen. Bovendien kan de toediening van meerdere doses van een vaccin ons ervan verzekeren dat in het leeuwendeel van de gevaccineerden een hoge concentratie antistoffen ontstaat.”

Voor nu blijven er dus nog de nodige vragen onbeantwoord en moet de grootschalige Britse studie vooral gezien worden als een opmaat naar vervolgonderzoek. In afwachting van een completer beeld van onze eigen immuunrespons, blijft voorzichtigheid geboden, ook voor voormalige coronapatiënten, zo benadrukt Ward. “Het is van groot belang dat iedereen de maatregelen blijft volgen om zo zichzelf en anderen te beschermen.”