kind1

Kinderen van drie jaar blijken het gezicht van een ander al te gebruiken om zich een beeld van die ander te vormen. En grappig genoeg beoordelen verschillende kinderen een gezicht doorgaans op dezelfde manier.

Uit eerder onderzoek is al gebleken dat volwassenen uitstekend in staat zijn om zich een beeld van iemand te vormen op basis van het uiterlijk van de ander. Daarvoor hoeven volwassenen een ander maar heel even te zien: een glimp is genoeg voor een eerste indruk. Onduidelijk was echter of volwassenen die vaardigheid gaandeweg ontwikkelen of dat het een meer fundamentele impuls is.

Jonge kinderen
Om daar meer duidelijkheid over te krijgen, zochten onderzoekers uit of jonge kinderen al in staat zijn om op basis van uiterlijke kenmerken van een persoon een indruk van die persoon te krijgen. Ze verzamelden 99 volwassenen en 141 kinderen (tussen de drie en tien jaar oud). De proefpersonen kregen elke keer twee foto’s te zien die verschilden op één van de volgende drie eigenschappen: betrouwbaarheid (aardig of gemeen), dominantie (sterk of zwak) en competentie (slim of niet slim). Nadat de proefpersonen twee foto’s gezien hadden, kregen ze bijvoorbeeld de vraag ‘Wie van deze twee personen is heel aardig?’.

Accuraat

De onderzoekers benadrukken dat ze in deze studie niet gekeken hebben of het oordeel dat volwassenen en kinderen op basis van gezichtskenmerken over iemand velden, correct was. Het onderzoek demonstreert enkel dat volwassenen en kinderen heel consistent zijn in hun oordeel.

Consistent
De volwassenen bleken in antwoord op zo’n vraag doorgaans allemaal hetzelfde gezicht aan te wijzen. De kinderen deden dat ook. Kinderen van drie tot vier jaar oud waren daarin wel iets minder consistent dan bijvoorbeeld kinderen van een jaar of zeven of volwassenen. Dat suggereert dat de vaardigheid enerzijds een fundamentele impuls is die al vroeg in een mensenleven ontstaat. Maar anderzijds kunnen mensen ook aan die impuls werken oftewel er beter in worden. Over het algemeen bleken kinderen wel beter in staat te zijn om de betrouwbaarheid van mensen in te schatten dan bijvoorbeeld de intelligentie of mate waarin iemand dominant was.

Onduidelijk is nog wanneer mensen voor het eerst in staat zijn om gezichtskenmerken te gebruiken om zich een beeld te vormen van die persoon. Nader onderzoek met nog jongere kinderen kan dat wellicht uitwijzen.