rsz_3295960795_581e244fb6_o

Wanneer larven een leider volgen tijdens hun zoektocht naar voedsel, groeien zowel zij als hun leider sneller. Dat hebben onderzoekers van de universiteit van Melbourne ontdekt. Het bewijst dat ook insecten baat hebben bij goed leiderschap.

Wetenschappers van de universiteit van Melbourne bestudeerden larven van de zaagwesp Perga affinis. De larven zijn ongeveer zeven centimeter lang en vormen een groepje waarmee ze in korte tijd Eucalyptusbomen van hun bladeren kunnen ontdoen.

Bijzondere groep
Een groep zaagwespen bestaat uit een leider en volgelingen. Op zich is dat niet heel bijzonder: veel diersoorten leven in een groep die door een individu geleid wordt. Maar de groep zaagwespen is iets anders georganiseerd. Zo is er binnen de groep sprake van democratische besluitvorming. Bij veel andere diersoorten is dat heel anders. Denk bijvoorbeeld aan wolven of bavianen: hun groepen hebben ook een leider, maar die leider is dominant en neemt in zijn eentje al beslissingen. Het is eerder een dictatuur dan een democratische samenleving. Een ander opvallend verschil tussen een groep zaagwespen en bijvoorbeeld een groep bavianen is de omvang van de leider. “Bij veel dieren is het zo dat de dominante leider groter en sterker is, omdat die leider tijdens het zoeken naar voedsel of jagen meer voedsel tot zich neemt,” vertelt onderzoeker Lisa Hodgkin. “Maar wij ontdekten dat er geen verschil was tussen de gewichtstoename van de leiders en volgers.”

Vragen
Het roept vragen op. Waarom wil een leider leider zijn als hij er zo op het eerste gezicht niet meer op vooruit lijkt te gaan dan zijn volgelingen? En waarom willen andere zaagwespen een leider volgen? “Zaagwespen leven in sociale groepen die uit honderden individuen kunnen bestaan en die blijven gedurende zeven maanden bij elkaar. Wij wilden weten waarom er een onderscheid is tussen leiders en volgers en hoe dat onderscheid zo lang kan blijven bestaan.”

Experiment
De onderzoekers bestudeerden verschillende groepen zaagwespen gedurende twee weken. Alle zaagwespen werden voor en na de twee weken waarin de onderzoekers ze bestudeerden, gewogen. Zodra de onderzoekers doorhadden welke zaagwesp de leider was, konden ze de groepen gaan manipuleren en groepen samenstellen die alleen leiders, alleen volgelingen of volgelingen en een leider telde. “Onze veldexperimenten lieten zien dat leider zijn geen duidelijk individueel voordeel heeft, maar alle individuen in groepen die bestonden uit een leider en volgelingen namen sterker in gewicht toe dan de individuen in groepen die alleen uit volgelingen of leiders bestonden. Leiders hebben alleen baat bij leider zijn als ze volgers hebben en het hebben van een leider doet de volgers goed.”

Het onderzoek kan verklaren waarom larven zeven maanden lang in een groep bestaande uit volgelingen en een leider leven. Zowel de volgelingen als de leider hebben er baat bij. “De volgende stap in ons onderzoek is achterhalen hoe bepaalde larven de leider van de groep worden en hoe zij aanwijzingen geven aan hun volgelingen en die volgelingen bemoedigen,” vertelt onderzoeker Mark Elgar.