De superrijken van onze maatschappij – zoals Bill Gates en Mark Zuckerberg – zijn ooit net zo ‘arm’ geweest als jij en ik. Wat deden zij om stinkend rijk te worden? In het nieuwe boek ‘Heel veel geld‘ worden de geheimen van de successen van miljardairs uit de doeken gedaan.

Auteur Sam Wilkin zoomt in het boek in op de zeven meest succesvolle verdienmodellen van de afgelopen 2000 jaar. “Een verrassende uitkomst is dat de methoden om fabelachtig rijk te worden – ondanks oppervlakkige verschillen – veel gemeen hebben”, schrijft Wilkin in de inleiding. Vraag een gemiddelde Nederlander naar advies om rijk te worden en vaak worden ideeën geopperd als ‘richt een bedrijf op’ of ‘word bankier’, maar daarmee word je niet superrijk. “Al deze rijkdomsgeheimen omvatten een of andere manier om de krachten van concurrentie te verslaan”, vervolgt Wilkin. “Denk aan slim juridisch manoeuvreren of het uitoefenen van politieke invloed.”

Het succes van Bill Gates
Veel superrijken zijn hun hele leven geïnteresseerd geweest in geld verdienen. Neem bijvoorbeeld Bill Gates. Op de middelbare school bedacht hij verschillende plannetjes om binnen te lopen, zoals het doorverkopen van campagnebuttons en geheugentapes voor computers. Ook richtte hij samen met Paul Allen een klein bedrijfje op om informatie over verkeersstromen door te verkopen aan lokale overheden.

Voor superrijken - zoals Bill Gates - is het verdienen van geld een sport. Het competitieve aspect spreekt hen aan. Zo maakte Gates indruk op zijn collega's door na een succesvolle zakenafspraak het percentage van het aandelenkapitaal van iedere CEO in de technologiesector uit zijn hoofd op te dreunen. Tot op de tiende procent nauwkeurig! Hij was toen al miljardair. Het laat zien dat Gates niet alleen slim is, maar ook voor honderd procent op het resultaat is gericht.

Voor superrijken – zoals Bill Gates – is het verdienen van geld een sport. Het competitieve aspect spreekt hen aan. Zo maakte Gates indruk op zijn collega’s door na een succesvolle zakenafspraak het percentage van het aandelenkapitaal van iedere CEO in de technologiesector uit zijn hoofd op te dreunen. Tot op de tiende procent nauwkeurig! Hij was toen al miljardair. Het laat zien dat Gates niet alleen slim is, maar ook voor honderd procent op het resultaat is gericht.

61 van de honderd rijkste miljardairs op aarde zijn Europees, Amerikaans, Japans of Australisch. 40 van deze 61 superrijken hebben hun vermogen opgebouwd met dank aan intellectueel eigendom. Denk bijvoorbeeld aan bedrijven die consumentengoederen verkopen, die waardevolle handelsmerken bezitten, mediabedrijven, retailers en technologiebedrijven. Het voordeel van intellectueel eigendom is dat er copyright op rust. Een argument voor copyright is dat het creativiteit en innovatie aanmoedigt. Waarom zou een bedrijf anders veel tijd in R&D steken? De goede ideeën kunnen in een maatschappij zonder copyright makkelijk gekopieerd worden door concurrenten.

Gates is een genie, maar daarvan lopen er meer rond. Hij is ook niet de beste ontwikkelaar op aarde. Wat is zijn geheim? Wilkin onthult het in zijn boek: de vader van Gates was advocaat. Hierdoor groeide Gates in zijn jeugd op met het juridisch taalgebruik van zijn vader. De tienjarige Gates stelde al een formeel contract op waarin hij niet-exclusieve maar wel onbeperkte toegang tot de honkbalhandschoen van zijn zus bedong. Toen Gates begon met programmeren werd veel software door bedrijven gekopieerd. Wat deed Gates? Hij stelde contracten op. Ieder Microsoft-product ging vergezeld met een juridische overeenkomst, waarin stond dat het product niet met anderen gedeeld mocht worden. Hierdoor verdiende Gates een fortuin.

De cover van het boek 'Heel veel geld'. "Miljardairs zijn over het algemeen meedogenloos", schrijft Wilkin. "Je moet bereid zijn om je vroegere zakenpartners de deur uit te werken of om een voorliefde voor geld en het verlangen om geld te bezitten te hebben. Het is volgens mij geen toeval dat veel van de in dit boek beschreven rijken nogal onaardige, wrede mensen waren."

De cover van het boek ‘Heel veel geld‘. “Miljardairs zijn over het algemeen meedogenloos”, schrijft Wilkin. “Je moet bereid zijn om je vroegere zakenpartners de deur uit te werken of om een voorliefde voor geld en het verlangen om geld te bezitten te hebben. Het is volgens mij geen toeval dat veel van de in dit boek beschreven rijken nogal onaardige, wrede mensen waren.”

In het boek van Wilkin staan zeven rijkdomsgeheimen van de allerrijksten. We noemen de drie belangrijkste:

1. Probeer niet de beste te zijn, maar de enige
Je kunt de beste provider zijn, maar als er nog tientallen andere providers zijn, zul je nooit superrijk worden. Het is beter om een monopolie te krijgen. Tegenwoordig is dit lastig – omdat er nog maar weinig overheden zijn die monopolies schenken – maar wellicht kun je iets uitvinden wat nog niet eerder is bedacht. Innovatie leidt tot octrooien en juist aan octrooien kun je verdienen. Wanneer je concurrenten uitschakelt, ben je succesvol.

2. De slechtste plek om te ondernemen is eigenlijk de beste
Ga naar landen waar niemand heen wil. Een wereldwijd concern klinkt leuk, maar het is slecht voor de winst, omdat je concurrerende prijzen moet rekenen. Het is dan beter om voor een groot deel van een piepkleine markt te gaan. Zo verdiende Reliance (het bedrijf van Dhirubhai Ambani) begin jaren negentig veel geld in de synthetische vezelindustrie in India. Dhirubhai domineerde de markt en haalde marges van bijna 15 procent, terwijl de grote internationale speler AkzoNobel schommelde tussen 2 en 5 procent. Hierdoor werd Reliance het grootste Indiase bedrijf.

3. Bezit is alles
Het bezitten van dingen is een goede manier om rijk te worden. Als je iets bezit, is het alleen van jou en kun je er geld aan verdienen. De iPhone is alleen van Apple en dus verdient dit bedrijf flink aan deze smartphone. Maar er is meer. Onroerend goed genereert huurinkomsten en met deze inkomsten kan weer onroerend goed gekocht worden. Met geld kun je dus geld maken. Nog een voorbeeld: mijnen leveren inkomsten op uit delfstoffen.

Heel veel geld (****)
In het boek ‘Heel veel geld‘ lees je niet hoe je in korte tijd een paar ton kunt verdienen. Daar zijn andere boeken voor. Omdat de auteur zich focust op de superrijken, zijn de voorbeelden heel inspirerend. Het dikke boek leest lekker weg. Sommige onderwerpen lijken in eerste instantie taai, maar Wilkin neemt de tijd om alles goed uit te leggen en blijft met zijn taalgebruik dicht bij de lezer. Dat is een compliment voor Wilkin, maar ook voor de Nederlandse vertaler Jonas de Vries, die uitstekend werk heeft geleverd. Verwacht echter geen concrete adviezen om direct aan de slag te gaan. Zo simpel is het natuurlijk niet, anders zou iedereen gemakkelijk rijk kunnen worden. Overigens plaatst de auteur ook nuchtere en scherpe kanttekeningen bij heel veel geld verdienen. Je kunt niet superrijk worden op een eerlijke manier. Als superrijke moet je misbruik maken van instortende economieën, je concurrenten verpulveren en altijd op je hoede zijn. Nee, dan werk ik toch liever aan mijn eerste miljoen dan aan mijn eerste miljard. Na het lezen bleef slechts één gedachte hangen: wat ben ik blij dat ik geen Bill Gates heet.