Dit zuur gebruiken ze om zichzelf en hun maag te desinfecteren.

Om de kans op infectie en verdere verspreiding van het coronavirus te beperken, wordt ons gevraagd regelmatig de handen te wassen. Wanneer dat echter voor langere tijd niet mogelijk is, biedt desinfecterende handgel uitkomst. Maar wist je dat wij niet de enigen zijn die aan desinfectie doen? Ook mieren lijken er bij te zweren.

Ziektes
Onderzoekers zijn er in een nieuwe studie achtergekomen dat mieren hun eigengemaakte zuur gebruiken om zichzelf en hun maag te desinfecteren. Het team ontdekte dat mierenzuur het vermogen heeft om schadelijke bacteriën in voedsel te doden. En dat vermindert het risico op ziektes aanzienlijk. Daar blijft het overigens niet bij. Want het zuur blijkt ook een grote invloed te hebben op de darmflora van de mier.


Mierenzuur
Mierenzuur is één van de eenvoudigste organische zuren. Het wordt geproduceerd in een speciale klier in de buik van vele soorten mieren. “Er was een lang bestaande veronderstelling dat het zuur alleen diende om roofdieren af te weren, zoals insecten en vogels,” vertelt onderzoeker Simon Tragust. Maar die aanname blijkt niet helemaal te kloppen. Een paar jaar geleden toonde Tragust aan dat mieren het zuur ook gebruiken in de broedzorg, bijvoorbeeld om hun broed te desinfecteren en de verspreiding van schadelijke schimmels te voorkomen.

Andere toepassing
En nu tonen de onderzoekers aan dat het mierenzuur nóg een andere toepassing heeft. Hoe ze daar achterkwamen? Voornamelijk door het gedrag van de diertjes te observeren. “Elke keer als mieren voedsel of water inslikken, beginnen ze daarna hun achterpoten schoon te maken,” legt Tragust uit. De onderzoekers wilden graag aan het licht brengen waarom de mieren dat precies deden. “Op het eerste gezicht leek dit gedrag niet veel met de spijsvertering te maken te hebben,” voegt Tragust eraan toe. “Dat komt omdat de mieren hetzelfde doen als ze alleen water hebben gedronken.”

Een mier likt mierenzuur op. Afbeelding: Simon Tragust

Het team voerde verschillende experimenten uit. En dit leidde tot een interessante conclusie. Want de onderzoekers konden nu aantonen dat mieren zichzelf van binnen desinfecteren. “Dankzij het mierenzuur namen de overlevingskansen van mieren aanzienlijk toe nadat ze voedsel, dat verrijkt was met pathogene bacteriën, hadden gegeten,” zegt Tragust. Bovendien bleef dit gunstige effect van het zuur niet beperkt tot één individueel dier. Mieren geven voedsel in hun bek door aan soortgenoten. “Dit is een belangrijke potentiële infectiebron,” benadrukt Tragust. Maar het zuur biedt uitkomst. Want als de mier die het voedsel doorgeeft eerder al het het zuur had ingenomen, loopt de ontvangende mier een veel lager risico om ziek te worden. En dat is natuurlijk heel slim. Volgens Tragust kan dit gedrag namelijk de verspreiding van gevaarlijke infecties binnen een mierenkolonie aanzienlijk verminderen.


Microben
Dankzij het mierenzuur lopen de mieren dus minder kans om ziek te worden. Maar de studie verduidelijkt daarnaast ook nog iets anders. De resultaten verklaren namelijk ook waarom sommige mieren heel weinig bacteriën in hun spijsverteringskanaal herbergen: de aanwezige micro-organismen zijn voornamelijk zuurresistente microben. “Het inslikken van het zuur werkt als een filtermechanisme en structureert het microbioom van de mier,” legt Tragust uit. Mieren zijn één van de weinige dieren met een extreem zure maag. “Alleen mensen en enkele andere gewervelde dieren hebben ook een zure maaginhoud,” zegt Tragust. In tegenstelling tot de mieren, wordt maagzuur bij mensen rechtstreeks in de maag geproduceerd. Maar de effecten zijn vergelijkbaar: het zuur doodt ziektekiemen in het voedsel en beïnvloedt het microbioom van de darmen.

Hoe het mierenzuur precies werkt, is overigens nog een raadsel. Maar dat het een desinfecterende werking heeft waar de mieren veel baat bij hebben, staat buiten kijf.

Wist je dat…

…mierenzuur ook gebruikt kan worden om auto’s mee aan te drijven? Enkele jaren geleden bouwden Nederlandse studenten van de Technische Universiteit Eindhoven een prototype. Achterin de auto zit een tank waar mierenzuur in gaat. Een klein pompje pompt het mierenzuur naar een chemische reactor. In de reactor wordt het omgezet in waterstof en CO2. De waterstof gaat vervolgens naar de brandstofcel. De elektriciteit die vrijkomt, draait de elektromotor aan, waar de auto vervolgens op kan rijden. De CO2 wordt opnieuw gebruikt, waardoor het hele proces CO2-neutraal en dus milieuvriendelijk is.