Ze pasten zich aan, zo onthult Duits onderzoek.

Grofweg 100.000 jaar geleden brak de laatste ijstijd aan. De temperaturen daalden en zo af en toe was er zelfs sprake van extreem koude perioden. Het moet een uitdagende tijd zijn geweest voor Neanderthalers die niet alleen te maken kregen met kou, maar ook met door die kou ingegeven tekorten aan bijvoorbeeld voedsel. Maar de mensachtigen gingen niet bij de pakken neerzitten, zo stellen onderzoekers in het blad PLOS ONE. Nee, in plaats daarvan pasten ze zich aan. Ze werden noodgedwongen mobieler en pasten hun gereedschappen aan die mobiele levensstijl aan.

Messen
Duitse onderzoekers trekken die conclusie op basis van een analyse van gereedschappen ontdekt in de Sesselfelsgrotte. In deze grot zijn meer dan 100.000 door Neanderthalers achtergelaten objecten ontdekt. De onderzoekers richtten zich voor dit onderzoek op de mes-achtige gereedschappen die in de grot zijn ontdekt, waaronder de zogenoemde Keilmesser. Deze messen bestaan volledig uit steen en werden vanaf zo’n 100.000 jaar geleden op grote schaal door de Neanderthalers gebruikt.


De onderzoekers maakten 3D-scans van de Keilmesser die in de Sesselfelsgrotte zijn teruggevonden om zo de vorm en eigenschappen van de messen nauwgezet te kunnen onderzoeken. “Keilmesser zijn een reactie op de zeer mobiele levensstijl (van de Neanderthalers, red.) in de eerste helft van de laatste ijstijd,” zo vertelt onderzoeker Thorsten Uthmeier. “Aangezien ze herhaaldelijk en wanneer dat nodig was, konden worden aangescherpt, werden ze langdurig gebruikt.”

Andere gereedschappen
Maar de Keilmesser waren lang niet de enige gereedschappen die de Neanderthalers tot hun beschikking hadden. Er waren nog andere mes-achtige gereedschappen. Waaronder mes-achtige gereedschappen die – in tegenstelling tot de Keilmesser – slechts aan één zijde bewerkt zijn. Ook deze zijn door de onderzoekers geanalyseerd en met de Keilmesser vergeleken. En ze komen tot de conclusie dat de aan twee zijden bewerkte Keilmesser geïnspireerd zijn op de eenvoudigere mes-achtige gereedschappen die aan één zijde bewerkt zijn. Beide mes-typen – de simpele, oudere versie en de nieuwere, aanzienlijk complexere versie – hebben duidelijk wel dezelfde functie. De belangrijkste verschillen tussen de twee gereedschappen zijn dat de Keilmesser veel langer meegaan, voor meerdere doeleinden gebruikt kunnen worden en ook zonder dat er andere materialen – zoals bijvoorbeeld een houten handvat – nodig waren, gebruikt konden worden.

Reactie
Afgaand op het feit dat de Keilmesser vanaf 100.000 jaar geleden – dus grofweg aan het begin van de laatste ijstijd – op grote schaal gebruikt werden, gaan de onderzoekers ervan uit dat deze complexere gereedschappen in reactie op klimaatverandering werden ontwikkeld. “De technische vaardigheden die nodig waren om de Keilmesser te creëren zijn niet alleen bewijs voor geavanceerde planvaardigheden van onze uitgestorven familieleden, maar ook een strategische reactie op de beperkingen waar ze door nadelige natuurlijke omstandigheden mee te maken kregen,” aldus Uthmeier.


Dat Neanderthalers zo op de klimaatverandering reageerden, is veelzeggend, vindt de onderzoeker. “In tegenstelling tot wat sommige mensen beweerd hebben, kan het uitsterven van de Neanderthaler niet het resultaat zijn geweest van een gebrek aan innovatie of methodisch denken.”