Experimenten wijzen uit dat niet alleen mensen, maar ook honden zo hun talenten hebben.

De mensheid kent tal van talenten of genieën: mensen die op een bepaald gebied met kop en schouders boven anderen uitsteken. Denk aan Mozart of Einstein. Of Leonardo da Vinci. Maar wij mensen zijn niet de enigen met talenten, zo schrijven onderzoekers nu in het blad Scientific Reports. Experimenten met honden wijzen uit dat ook zij getalenteerd kunnen zijn (of niet).

Onderzoek
De Hongaarse wetenschappers plaatsten voor de studie allereerst een oproepje op de sociale media. Daarin riepen ze mensen die ervan overtuigd waren dat hun hond veel van zijn speeltjes bij naam kende, op om zich te melden. Daar werd massaal op gereageerd. Uiteindelijk bleken slechts zes van de aangemelde honden ook daadwerkelijk een uitgebreide vocabulaire te hebben en de namen van meer dan 15 speeltjes te kennen.

Onderzoek
Maar waren deze honden nu heel getalenteerd? Of presteerden ze gewoon uitzonderlijk goed, omdat hun baasjes veel met ze geoefend had? Om daar meer inzicht in te krijgen, verzamelden de onderzoekers nog eens 34 honden. Het ging om 15 pups en 19 volwassen dieren. Deze honden namen vervolgens – samen met de 6 honden die al meer dan vijftien speeltjes bij naam kenden – deel aan een drie maanden durend trainingsprogramma dat erop gericht was om ze de namen van minimaal twee speeltjes te leren. De honden gingen wekelijks aan de slag met een trainer. Ook kregen de baasje de opdracht om dagelijks met hun hond te spelen en daarbij in eerste instantie slechts één speeltje te gebruiken en dat herhaaldelijk bij naam te noemen. Zodra de baasjes het idee hadden dat de hond wist hoe het speeltje heette, werd een tweede speeltje aan de training toegevoegd.

Resultaten
Na 1, 2 en 3 maanden werd getest hoeveel speeltjes de honden bij naam kenden. Tijdens deze test gaf het baasje de hond de opdracht om een bepaald speeltje uit een naastgelegen ruimte te halen. En wanneer de hond met het juiste speeltje terugkeerde, bleek hij de naam van dat speeltje dus te kennen.

Grote verschillen
De onderzoekers hadden verwacht dat de pups – vanwege een plastischer brein – beter zouden presteren dan de volwassen honden. Maar dat bleek niet het geval te zijn. Sterker nog: het bleek zowel voor de pups als de volwassen honden heel lastig te zijn om de namen van hun speeltjes te onthouden. “We waren heel verrast toen we ontdekten dat de meeste honden ondanks de intensieve training en ongeacht hun leeftijd eigenlijk niets leerden,” zo stelt onderzoeker Claudia Fugazza. Maar er waren ook uitzonderingen. “Nog verrassender was dat zeven volwassen honden een uitzonderlijk leervermogen hadden. Ze leerden in drie maanden tijd tussen de 11 en 37 nieuwe namen van speeltjes.”

Oliva
Onder deze zeven honden bevonden zich ook de 6 honden die voorafgaand aan de studie al een vrij grote vocabulaire hadden. De zevende hond – Oliva genaamd – kende bij aanvang van de studie echter geen enkel speeltje bij naam, maar leerde in slechts twee maanden de namen van 21 speeltjes. Daarmee leerde ze net zo snel als de 6 honden die bij de start van het onderzoek al heel veel woorden kenden. Het toont aan dat het uitzonderlijke leervermogen van deze honden niet vereist dat ze al veel ervaring hebben met het leren van benamingen voor speeltjes. Maar wat het onderzoek – waarin alle honden dus exact dezelfde training ondergingen, maar slechts een handvol ook daadwerkelijk nieuwe woorden leerde – vooral laat zien, is dat ook onder honden talenten schuilgaan.

Bordercollies
De zeven talenten die de onderzoekers in hun studie geïdentificeerd hebben, zijn allemaal bordercollies. Deze honden zijn gefokt om schapen te drijven en daarbij nauw samen te werken met mensen. Met dat in gedachten lijkt het misschien logisch dat deze honden goed in staat zijn om nieuwe woorden te leren. “Maar het is belangrijk om te bedenken dat onder de vele honden die niet lieten zien dat ze iets geleerd hadden ook 18 bordercollies te vinden waren,” benadrukt onderzoeker Shany Dror. De wetenschappers achten het bovendien zeer onwaarschijnlijk dat alleen onder bordercollies honden met een uitzonderlijk vocabulaire te vinden zijn. Ze wijzen er daarbij op dat in eerdere studies ook honden met een grote vocabulaire zijn geïdentificeerd die tot andere rassen behoorden. Zo blijken ook sommige Yorkshire terriërs veel objecten bij naam kennen.

De onderzoekers zijn zeker nog niet klaar met de getalenteerde honden. “We denken dat dit nog maar het begin is van een lange reis waarbij we gaandeweg meer inzicht krijgen in de oorsprong van talent – oftewel waarom sommige individuen, mensen of andere soorten, op bepaalde gebieden heel begaafd zijn,” stelt onderzoeker Adam Miklósi. Daarnaast kan het onderzoek naar de vocabulaire van honden – en de manieren waarop ze die ontwikkelen – wellicht ook meer inzicht geven in de cognitieve vaardigheden en evolutionaire processen die aan de ontwikkeling van de menselijke taal ten grondslag liggen.