Een flinke groep gletsjers op het tamelijk stabiel geachte Oost-Antarctica blijkt versneld ijs te verliezen.

Oost-Antarctica is bedekt met een enorme hoeveelheid ijs en kan een flinke bijdrage leveren aan de zeespiegelstijging. Tot voor kort werd gedacht dat het echter allemaal zo’n vaart niet zou lopen: Oost-Antarctica leek namelijk veel stabieler te zijn dan West-Antarctica, waar de effecten van klimaatverandering al goed zichtbaar zijn. Maar een nieuw onderzoek onthult nu dat ook Oost-Antarctica de opwarming van de aarde begint te voelen. Een flinke groep gletsjers die samen ongeveer een achtste van de Oost-Antarctische kust beslaan, zijn in het laatste decennium meer ijs gaan verliezen.

Totten-gletsjer
De afgelopen jaren namen de zorgen omtrent Oost-Antarctica al enigszins toe. Vaak werd daarbij met angst en beven naar de Totten-gletsjer gekeken. Deze enorme gletsjer bevat genoeg ijs om de zeespiegel met meer dan drie meter te doen stijgen en lijkt zich momenteel door toedoen van opwarmend oceaanwater terug te trekken. Wat het nieuwe onderzoek laat zien, is dat de Totten-gletsjer niet alleen is. Ten westen van de gletsjer bevinden zich nog eens vier gletsjers die ijs verliezen. En ten oosten van de Totten-gletsjer overkomt een handvol kleinere gletsjers hetzelfde.


Afbeelding: NASA Earth Observatory / Joshua Stevens.

“Totten is de grootste gletsjer van Oost-Antarctica, dus deze trekt de meeste aandacht naar zich toe,” aldus onderzoeker Catherine Walker. “Maar zodra je je afvraagt wat er verder in de regio gebeurt, zie je dat andere nabijgelegen gletsjer net zo reageren als Totten.” Walker en collega’s trekken die conclusie op basis van nieuwe kaarten die onder meer onthullen hoe snel het ijs beweegt en hoe dik het is. De kaarten laten zien dat het oppervlak van de vier gletsjers ten westen van Totten sinds 2008 zo’n 2,7 meter lager is komen te liggen. En richting het oosten blijkt het oppervlak van een handvol kleinere gletsjers sinds kort elk jaar zo’n 25 centimeter te zakken. De gletsjers worden dus dunner.

Oceaan
De gemeten veranderingen zijn beperkt als je ze naast de veranderingen legt die we op West-Antarctica zien. Maar toch is de situatie op Oost-Antarctica zorgwekkend, zo benadrukt onderzoeker Alex Gardner. Hij wijst erop dat het om systematische veranderingen lijkt te gaan. “En de systematische aard ervan wijst op de invloed van de oceaan die met name in West-Antarctica heel groot is. En nu vinden we duidelijke aanwijzingen dat de oceaan ook Oost-Antarctica begint te beïnvloeden.” Warm oceaanwater tast de gletsjers van onderaf aan. “Waarschijnlijk zorgt dat ervoor dat de gletsjer versneld gaat smelten en stromen, maar we weten nog niet hoe snel dat kan gaan. Toch is dat wel de reden dat mensen naar deze gletsjers kijken, want als je ziet dat ze sneller gaan stromen, wijst dat erop dat de situatie destabiliseert.”

Wat het nieuwe onderzoek duidelijk laat zien, is dat ook Oost-Antarctica onze aandacht verdient. Want ook hier zijn dingen aan het veranderen. Hoe de toekomst van de Oost-Antarctische ijskap eruit ziet, is lastig te voorspellen. Dat komt met name doordat er in het afgelegen gebied nog weinig onderzoek is gedaan. Zo weten we bijvoorbeeld niet hoe het landschap onder het ijs er precies uitziet. Ook is onduidelijk welke vorm de zeebodem voor en onder de gletsjertongen heeft. Dat laatste is met name heel belangrijk als je meer wilt kunnen zeggen over de invloed die het warmer wordende oceaanwater op de gletsjers heeft. De vorm van de zeebodem bepaalt namelijk mede hoe makkelijk het warme water onder de gletsjer kan kruipen. “We moeten meer aandacht geven aan deze gletsjers,” vindt Gardner. “We moeten de topografie en vorm van de oceaanbodem beter in kaart brengen. Alleen dan kunnen we bepalen of deze gletsjers zich als de oceaan verder opwarmt, versneld terugtrekken of stabiliseren dankzij stroomopwaarts gelegen topografische kenmerken.” Zo zou het bijvoorbeeld positief zijn als het terrein onder het gletsjerijs verder landinwaarts, vanaf de grounding line – het punt waarop gletsjers de oceaan bereiken en op het water beginnen te drijven – oploopt en gekenmerkt wordt door richels waarop de gletsjer blijft steken. Een dergelijke topografie voorkomt dat oceaanwater tot diep onder de gletsjer weet door te dringen en vertraagt de gletsjer. Maar het kan ook precies andersom zijn: het terrein onder de gletsjers kan verder landinwaarts, vanaf de grounding line ook aflopen. Wanneer de gletsjer zich dan terugtrekt, mag je veel meer smelt verwachten, doordat warm oceaanwater (een veel groter deel van) de gletsjer veel gemakkelijker kan bereiken.