Wellicht is Mars niet eens de beste plaats om naar dode Martianen te zoeken.

Op het noordelijk halfrond van Mars bevindt zich de 49 kilometer brede Jezero-krater. En in die krater zoekt de Amerikaanse Marsrover Perseverance momenteel naar sporen van leven. Dat lijkt misschien zinloos; het droge en koude Mars lijkt vandaag de dag niet zo geschikt voor leven. Maar in het verleden moet dat anders zijn geweest; de rode planeet was warm en vochtig en de Jezero-krater zou zelfs gevuld zijn geweest met water dat werd aangevoerd door rivieren die in de enorme krater uitmondden. Met dat waterrijke landschap in gedachten lijkt het opeens niet meer zo vergezocht dat op Mars ooit leven is geweest. En Perseverance is specifiek ontworpen om eventuele sporen van vergane en vergeten levensvormen op Mars op te sporen.

MMX
Maar we hebben meer ijzers in het vuur. In 2024 stuurt de Japanse ruimtevaartorganisatie (JAXA) namelijk een ruimtesonde naar de grootste maan die Mars rijk is: Phobos. De sonde – Martians Moons eXploration (kortweg: MMX) genoemd – zal de maan tweemaal bemonsteren en die monsters in 2029 weer op aarde afleveren. En misschien is het straks niet Perseverance, maar deze sonde die – op een onleefbare maan – de eerste sporen van buitenaards leven gaat aantreffen. Want, zo betogen Japanse onderzoekers in het blad Science, misschien zijn ook op Phobos wel sporen van vergaan en vergeten Martiaans leven te vinden.

Hoe zit dat precies?
Mars telt talloze kraters, die ervan getuigen dat de planeet regelmatig met inslagen te maken heeft gehad. Daarbij is Marsmateriaal hoog de lucht in geslingerd en een fractie daarvan is zelfs op Phobos en Deimos – de manen van Mars – beland. Waarbij Phobos – omdat deze zich dichter bij Mars bevindt – met name de volle laag kreeg. Simulaties suggereren zelfs dat voor elke miljoen deeltjes waaruit Phobos’ regoliet is opgebouwd meer dan 1000 deeltjes afkomstig zijn van Mars.

De Jezero-krater was in het verleden gevuld met water. Afbeelding: NASA / JPL-Caltech.

Stel nu dat zo’n meteoriet miljarden jaren geleden is in geslagen op een plek waar het leven floreerde. Dan is het niet ondenkbaar dat materiaal van die plek – tezamen met de microscopisch kleine levensvormen die zich daar ophielden – naar Phobos is getransporteerd. Of die levensvormen dat transport zouden overleven, is twijfelachtig. En als dat al zou lukken, zouden ze op de onleefbare maan – die geen lucht of water bezit en constant gebombardeerd wordt door kosmische straling – al snel het loodje leggen. Maar we zouden op Phobos misschien wel sporen van deze dode aliens aan kunnen treffen.

Diversiteit
Het lijkt misschien een beetje vergezocht. Want waarom zou je op een nabijgelegen maan naar per ongeluk weggeslingerde dode aliens gaan zoeken als je op Mars zelf al een rover hebt rondrijden die ontworpen is om vergaan leven op te sporen? En toch zijn er goede redenen om ook op Phobos een poging te wagen, zo legt onderzoeker Ryuki Hyodo, werkzaam bij JAXA, aan Scientias.nl uit. “De grote kracht van Marsrover Perseverance is dat deze heel veel materialen van de Jezero-krater kan bemonsteren.” En een deel van die monsters zal in een later stadium ook naar de aarde worden gebracht voor analyse. “Dus de Jezero-krater op Mars gaat in detail bestudeerd worden.” Maar dat is slechts een klein stukje van een veel grotere rode planeet. “Is een steen afkomstig van een prachtig tulpenveld in Nederland altijd hetzelfde als een steen in een warmwaterbron in Japan? Het antwoord is natuurlijk: nee. Er is op planeten sprake van diversiteit. En het bestuderen van die diversiteit is belangrijk om een planeet goed te kunnen begrijpen.” En daar kan de MMX-missie bij helpen. “De MMX heeft de kans om geheel willekeurige deeltjes afkomstig van Mars te verzamelen, omdat willekeurige inslagen op willekeurige plekken op Mars door de tijd heen materialen van de planeet naar Phobos hebben geleid. Dus de kracht van de MMX-missie is dat we mogelijk heel diverse, van Mars afkomstige deeltjes kunnen verzamelen die mogelijk biosignaturen van Mars herbergen.”

Phobos. Afbeelding: ESA / DLR / FU Berlin (G. Neukum).

Aanvulling
En zo vult de MMX-missie de missie van Perseverance aan. “Ik wil niet zeggen dat de ene missie beter is dan de andere; beide missies hebben voor- en nadelen,” benadrukt Hyodo. Zo verzamelt Perseverance bijvoorbeeld behoorlijk wat materiaal dat in een later stadium naar de aarde wordt gebracht, terwijl MMX naar verwachting slechts iets meer dan 10 gram aan materiaal op aarde gaat afleveren. Maar samen kunnen de missies toch een beter beeld geven van de evolutie van Mars en eventueel leven op de rode planeet. Perseverance en de daarmee samenhangende Mars Sample Return-missie (MSR) kan daarbij meer vertellen over wat er wellicht in de Jezero-krater leefde, terwijl MMX weer meer inzicht kan geven in de diversiteit en evolutie van de gehele Martiaanse biosfeer (als die er geweest is, natuurlijk). “Wederzijdse internationale samenwerking omtrent MSR en MMX kan vragen beantwoorden, zoals hoe Martiaans leven, als het er is geweest, ontstond en door de tijd heen en van plek tot plek evolueerde,” zo schrijven Hyodo en collega Tomohiro Usui. Maar ook als we na beide missies met lege handen staan, is dat veelzeggend. “Als op Mars nooit leven is geweest, zijn deze missies absoluut van groot belang om vast te stellen waarom Mars geen leven bezit en de aarde wel.”

Conservering
De voorbereidingen voor de MMX-missie zijn inmiddels in volle gang. Op welke plaatsen de sonde Phobos gaat bemonsteren, is nog onduidelijk. “We zullen dat beslissen nadat MMX bij Phobos aankomt,” stelt Hyodo. Bij de keuze voor een geschikte plaats voor landing en bemonstering zal met name ook gezocht worden naar plaatsen waar eventuele resten van dode levensvormen naar verwachting goed geconserveerd kunnen worden. “Zowel op Mars als Phobos kunnen dode resten door de tijd heen worden afgebroken. We moeten nog verder onderzoeken in welke omgevingen de resten beter bewaard blijven.”

Wat wel al vaststaat, is dat de missies onze kijk op Mars, maar ook onze eigen planeet en het leven in zijn algemeen drastisch kan veranderen. “Tot op heden zijn er buiten onze planeet nog nooit biosignaturen aangetroffen. Wij mensen weten niet of buitenaards leven bestaat. Als we het vinden, kunnen we gaan kijken in hoeverre het overeenkomt of juist verschilt met aardse levensvormen. En dat kan onze kijk op wat een levensvorm nu precies is, weer veranderen.”