Het is hard bewijs dat CO2 de poolgebieden sterker laat opwarmen.

De aarde warmt op. Maar de mate van opwarming verschilt van plek tot plek. Wat daarbij met name opvalt, is dat de polen ongeveer twee keer sneller opwarmen dan de rest van de aarde. Dat is deels te wijten aan een feedbackproces: opwarming van de aarde leidt tot smelt op de met ijs en sneeuw bedekte polen. IJs en sneeuw – dat met de lichte kleur zonlicht reflecteert – maakt plaats voor een donkerder oppervlak dat zonlicht absorbeert. En daardoor warmen de polen nog sneller op. Dit feedbackproces is zeker niet de enige oorzaak van wat onderzoekers ‘polaire versterking’ noemen. Maar de impact van andere oorzaken is juist doordat de polen met ijs en sneeuw bedekt zijn, lastig vast te stellen.

Eoceen
Onderzoekers van de Universiteit Utrecht laten het er echter niet bij zitten. Om meer inzicht te krijgen in de polaire versterking, gooiden ze het over een andere boeg; ze keken naar een periode in de geschiedenis waarin de polen nog ijsvrij waren: het Eoceen. En hun studie wijst uit dat er ook in die periode sprake was van polaire versterking. “Omdat in het Eoceen de poolgebieden niet met ijs waren bedekt is dit bewijs dat poolgebieden sterker opwarmen (of afkoelen) vergeleken met de rest van de wereld, zelfs zonder het smelten of aangroeien van sneeuw en ijs,” vertelt onderzoeker Margot Cramwinckel. “We kunnen nu voor het eerst achterhalen met hoeveel.”

Afkoeling
Aan het begin van het Eoceen (een tijdvak dat de periode tussen 56 en 34 miljoen jaar geleden beslaat) hadden de poolgebieden een subtropisch klimaat. Maar gedurende het Eoceen koelden beide gebieden sterk af, waardoor uiteindelijk bijvoorbeeld de Antarctische ijskap kon ontstaan. “De hoofdreden voor de afkoeling tijdens het Eoceen was een grote open vraag voor wetenschappers: werd deze veroorzaakt door een afname van broeikasgasconcentraties, of konden veranderingen in oceaanstromingen de poolgebieden zo ver laten afkoelen dat het koud genoeg werd om er ijs op te laten groeien?” De onderzoekers reconstrueerden de temperaturen van tropische wateren ten tijde van het Eoceen en vergeleken deze met de temperaturen van poolgebieden. Het onderzoek wees uit dat ook de tropen afkoelden. “Wij zien dat de temperatuurveranderingen van de polen en de tropen dezelfde trends laten zien – dit betekent dat de invloed van veranderende oceaanstromen klein was,” legt Cramwinckel uit. “De afname van CO2 concentraties was veel belangrijker.”

Verschillen tussen polen en tropen
Bovendien blijkt uit het onderzoek dus dat zowel temperatuurdalingen als -stijgingen op de polen groter waren dan in de tropen. Het is volgens de onderzoekers hard bewijs dat een toename van broeikasgassen leidt tot een grotere temperatuurverandering in poolgebieden.

Het onderzoek is heel belangrijk, omdat het meer inzicht geeft in hoe de poolgebieden – waar het grootste deel van het landijs te vinden is – op hogere CO2-concentraties gaan reageren. “Voor laaggelegen landen zoals Nederland is dat van groot belang voor het maken van schattingen over de te verwachten stijging van de zeespiegel in de toekomst.”