Niet alleen de moderne Griek weet niet hoe hij met geld om moet gaan; zijn voorouders moesten 2300 jaar geleden ook de broekriem aanhalen. Alleen was er toen geen EU om bij te springen, dus moest er echt bezuinigd worden. En wel op de begrafenissen. Dat concluderen archeologen vandaag.

In het noordoosten van Griekenland hebben wetenschappers diverse graven uit de derde en vierde eeuw voor Christus gevonden. De rijkdom en sierlijkheid van de verschillende tombes verschilde opvallend genoeg sterk. En daar is een verklaring voor.

Aan het eind van de vierde eeuw besloot koning Cassander dat het maar eens gedaan moest zijn met de grote en pompeuze graven en monumenten. Ook de rituelen omtrent de begrafenis moesten flink worden teruggebracht. En aan dat verzoek werd (noodgedwongen) gehoor gegeven.

De graven uit de vierde eeuw voor Christus zijn nog mooi en rijkelijk beladen met gouden sieraden, vazen en ivoor. Maar dat verandert in de derde eeuw voor Christus. Er gaat weinig meer mee het graf in en de tombes zijn kleiner en van mindere kwaliteit. Het was kredietcrisis 1.0.