adelie-pinguin

Wetenschappers hebben voor het eerst het vogelgriepvirus gespot bij een groep adéliepinguïns op Antarctica. Het virus wordt uitgebreid beschreven in een artikel in het wetenschappelijke journaal mBio®.

Klimaatverandering

Ondanks dat het warmer wordt, doen adéliepinguïns het steeds beter. Het ijs trekt zich terug, maar het aantal adéliepinguïns neemt toe!

Professor Aeron Hurt en zijn collega’s reisden begin dit jaar naar de zuidpool om slijm te verzamelen van 301 adéliepinguïns. Tevens namen ze bloed af van 270 van deze pinguïns. In het laboratorium vonden de onderzoekers het vogelgriepvirus in acht monsters (2,7%): zes volwassenen en twee jongen. Na een analyse kwamen onderzoekers erachter dat het om het H11N2-vogelgriepvirus.

Wetenschappers vonden eerder al antistoffen van het vogelgriepvirus in pinguïns, maar troffen tot op heden nog niet een levende virus aan in pinguïns of andere vogels op de zuidpool. Dit onderzoek brengt daar verandering in. De Australische wetenschappers slaagden er in om vier virussen te kweken.

Een uniek virus
Het virus is uniek. “Nergens ter wereld hebben we zo’n virus eerder gevonden”, vertelt onderzoeker Hurt. “Stel, we tekenen een fylogenetische boom om de evolutionaire verwantschappen van virussen in kaart te brengen, dan onderscheiden de genen van dit virus zich van hedendaagse vogelgriepvirussen overal ter wereld.”

Uit een vergelijking met oudere vogelgriepvirussen uit de vorige eeuw, blijkt dat het Antarctische vogelgriepvirus van de pinguïns al 49 tot 80 jaar evolueert zonder dat mensen van het bestaan afweten.