Prehistorische mensen genoten van een primitieve versie van de bioscoop. Dat beweren Zwitserse en Britse onderzoekers. Alles wijst erop dat de tekeningen die in zovele Europese grotten zijn aangetroffen meer dan afbeeldingen zijn; ze maken deel uit van een audiovisuele voorstelling.

“Er was nog geen bewegend beeld, maar de afbeeldingen volgden elkaar op zoals in een animatie,” legt onderzoeker Frederick Baker uit. “Dat was niet alleen een feest voor de ogen, maar ook voor de oren. Deze grottekeningen bevinden zich namelijk vooral in grotten met een specifieke soort echo. Vanuit die visie zijn de rotstekeningen niet alleen statische afbeeldingen, maar beelden die een verhaal in het hoofd van de kijker creëerden. Net als in de bioscoop.”

De onderzoekers proberen het effect van de rotstekeningen nu met behulp van computers te simuleren. Hierbij laten ze de opeenvolgende beelden elkaar vlot opvolgen, zodat een cartoonachtige animatie ontstaat.

De onderzoekers bestudeerden meer dan 100.000 afbeeldingen in Italië. De meeste ‘films’ stammen uit 4000 tot 1000 voor Christus en laten vechtende, dansende of jagende mensen zien. Opvallend genoeg zijn er geen afbeeldingen waarin de dood centraal staat. Ook vrouwen komen amper in de films voor.