Dat concludeert Bart Schuurman nadat hij de Hofstadgroep bestudeerde. Een groep die helemaal niet bestond uit gekke of sociaal achtergestelde terroristen.

Op 2 november 2004 vermoordt Mohamed Bouyeri de bekende programmamaker en schrijver Theo van Gogh. En krap een week later maken de media ons vertrouwd met een term die binnen de nationale veiligheidsdiensten al een tijdje rond zoemt: de Hofstadgroep. Daarmee wordt een groep radicale moslimjongeren aangeduid die al sinds 2003 regelmatig in het huis van Bouyeri – in Den Haag – bijeenkomt. Kort na de moord op Van Gogh wordt een deel van de groep gearresteerd. Dat gaat niet zonder slag of stoot. Zo gooit één van de verdachten een granaat naar de politie en verwondt zo vijf politiemensen. De arrestaties en immense media-aandacht luiden niet het einde in van de Hofstadgroep. Overgebleven leden herpakken zich en beginnen in 2005 voorbereidingen te treffen voor een aanslag. Zover komt het niet: in de zomer van dat jaar vinden weer arrestaties plaats en valt het doek voor misschien wel de bekendste ‘homegrown jihadistische groepering’ in Nederland.

Mensen leggen bloemen op de plek waar Theo van Gogh is vermoord. Afbeelding: Iijjccoo (via Wikimedia Commons).

Nieuw onderzoek
Velen zijn de Hofstadgroep inmiddels wellicht lang en breed vergeten. Maar niet Bart Schuurman, verbonden aan de universiteit Leiden. Hij deed de afgelopen jaren uitgebreid onderzoek naar de jihadistische groepering. Hij probeerde zo helder te krijgen waarom mensen zich bij deze groepering aansloten en dus een beter beeld te krijgen van de ‘homegrown jihadist‘. Het onderzoek levert opvallende conclusies op die veelal haaks staan op wat de media ons de afgelopen jaren hebben verteld en zelfs de machtigsten der aarde voor waar aan hebben genomen.

Gek of arm
Uit het onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat er geen aanwijzingen zijn dat mensen lid werden van de Hofstadgroep, omdat ze geestesziek of sociaaleconomisch achtergesteld waren. “Dat is echt een stereotypering,” vertelt Schuurman aan Scientias.nl. “Een mythe.” En nog een heel hardnekkige ook. “Zelfs politici op landelijk niveau en mensen in de VN nemen die mythes nog wel eens voor waar aan. Neem bijvoorbeeld ook president Bush jr.. Hij stelde dat terrorisme een probleem is dat voortkomt uit armoede en dat we daarom armoede aan moeten pakken. Natuurlijk is armoede een groot probleem dat een oplossing verdient, maar er is nog nooit overtuigend aangetoond dat armoede leidt tot terrorisme.”

“De Hofstadgroep verheerlijkte geweld, maar bood ook gezelligheid”

Toeval
Maar als armoede mensen niet in de armen van de Hofstadgroep dreef, wat dan wel? Het antwoord is – in het geval van sommige leden – ontnuchterend. Zij blijken namelijk min of meer toevallig in de Hofstadgroep terecht te komen. “Ze liepen bijvoorbeeld op school of in de moskee een kennis tegen het lijf die bij de Hofstadgroep zat en gingen een keertje gezellig mee.” Of ze woonden bij Mohamed Bouyeri in de straat en wipten eens binnen. “Kans en geluk zijn wellicht onbevredigende verklaringen voor deelname aan extremisme en terrorisme, maar in een gedetailleerde analyse zijn deze elementen simpelweg niet over het hoofd te zien,” schrijft Schuurman in zijn proefschrift.

Verschillende redenen om te komen en blijven
Natuurlijk bleven de mensen die toevallig bij de Hofstadgroep terecht kwamen doorgaans niet ‘toevallig’ lid. De reden om bij de groep aan te schuiven bleken doorgaans anders te zijn dan de redenen om vervolgens bij de groep te blijven en die redenen waren weer anders dan de redenen die mensen hadden om daadwerkelijk tot terroristisch geweld over te gaan. Iemand komt er bijvoorbeeld via-via toevallig bij. “En vervolgens blijft hij omdat het er zo gezellig is of omdat hij opkijkt tegen de andere leden van de groep,” legt Schuurman uit. Hij benadrukt dat de motieven voor deelname divers waren. “Voor sommigen stond simpelweg gezelligheid en een gevoel van religieus ‘broeder- of
zusterschap’ voorop. Anderen waren vooral politiek geëngageerd terwijl weer anderen bovenal belang hechtten aan de extremistische interpretatie van de islam die de groep samenbond.”

Wat was er te doen in de Hofstadgroep?

Hoe zag een bijeenkomst van de groep er precies uit? “Er werd veel gepraat. Soms werd er een informeel lezinkje gehouden of werden er filmpjes gekeken van Bin Laden. Soms ook beelden van onthoofdingen. Maar andere keren was het vooral een kwestie van gezellig samen zijn en voetbal spelen. Het was een groep die geweld verheerlijkte, maar ook gezelligheid bood, kenmerken van een sekte had en waarin leden elkaar de maat namen. Zo werd er gekeken of de baarden wel lang genoeg waren en men er wel de juiste overtuigingen op nahield. Het was echt een groep in ontwikkeling.”

Geen concreet doel
Als groep gaat de Hofstadgroep – die volgens Schuurman geen duidelijke leider had die een ideologische lijn uitstippelde – nooit over tot geweld. Slechts een paar individuen nemen een wapen ter hand. “Dat maakt de Hofstadgroep zo uniek,” stelt Schuurman. Hij wijst erop dat veel terroristische bewegingen een helder doel voor ogen hebben. “Neem bijvoorbeeld de ETA of de IRA die allebei streven naar een eigen staat.” Maar wat wilde de Hofstadgroep? De meeste deelnemers van de groep streefden geen concreet doel na, zo schrijft Schuurman in zijn proefschrift. Hun lidmaatschap was voornamelijk een expressie van identiteit. En zelfs wanneer ze naar de wapens grepen, was dat om hun identiteit te onderstrepen. “Waarom werd Van Gogh vermoord? Werd zo een bijdrage geleverd aan het kalifaat? Of een andere buitenlandpolitiek afgedwongen? Nee. Als men als gelovige serieus genomen wilde worden dan moesten mensen die de profeet bespotten, gestraft worden. Je zou de moord zelfs kunnen zien als persoonlijke wraak. Bouyeri voelde zich gekwetst omdat Van Gogh de profeet bespotte en vermoordde hem.” Plannen van Hofstadgroep-leden om naar Afghanistan te reizen en daar samen met de gelovigen te vechten tegen de ongelovigen, noemt Schuurman “heel vaag”. In chatberichten over deze plannen werd door de groepsleden vooral opgeschept over de wapens die ze allemaal kenden en blind uit elkaar konden halen en in elkaar konden zetten. “Het was vooral stoer doen en respect oogsten.”

Nieuwe vragen
Schuurman baseert zijn conclusies op een breed scala aan primaire en secundaire bronnen. Zo interviewde hij voormalige deelnemers van de Hofstadgroep, medewerkers van de politie en het OM en dook hij in politiedossiers. Het levert een genuanceerder beeld op van de terreurcel dan onder meer de media ons de afgelopen jaren hebben gegeven. Hoewel het onderzoek veel vragen beantwoord, levert het ook weer nieuwe vragen op. “De Hofstadgroep was uiteindelijk verantwoordelijk voor één moord en enkele voorbereidingen voor een aanslag. Je kunt je dan ook afvragen waarom zo weinig mensen in een radicale groepering daadwerkelijk overgaan tot het gebruiken van geweld. Wat onderscheidt de moordende en bommen leggende leden van de leden die dat niet doen? Speelt de persoonlijkheid een rol? Of is ook hier toeval bepalend? Dat zou ik graag nog eens onderzoeken.”

“We moeten stoppen met het bedenken van nieuwe theorieën over de totstandkoming van jihadistische groeperingen”

Implicaties
Tot die tijd moeten we in ieder geval ons voordeel doen met de belangrijkste conclusie van het onderzoek. “We moeten stoppen met het bedenken van nieuwe theorieën over de totstandkoming van jihadistische groeperingen en eerst maar eens de bestaande theorieën toetsen,” vindt Schuurman. “Want als we dat niet doen, zijn we over tien jaar nog niet verder gekomen.”

Het monument ‘De schreeuw’ ter nagedachtenis aan Theo van Gogh. Afbeelding: Pieter Hoekstra (via Wikimedia Commons).

Een beter beeld van de totstandkoming van homegrown jihadistische groeperingen kan uiteindelijk helpen bij het bestrijden ervan. “We moeten ons goed realiseren dat dit weinig voorkomt. Zeker in Nederland is het een heel marginaal probleem als je kijkt naar het aantal betrokkenen. Het betekent dat de onderzoekspopulatie ook klein is en het dus lastig is om grip te krijgen op de situatie.” Dat de oorzaken van het jihadisme veelal in het buitenland liggen, maakt het nog moeilijker. “Het ingrijpen in Irak en nu de situatie in Syrië,” somt Schuurman een aantal van die jihadisme-voedende brandhaarden op. “Het zijn van die dingen waar we niks aan kunnen doen: Nederland is niet bij machte om de oorlog in Syrië te stoppen. En dus kunnen we het probleem van homegrown jihadistische groeperingen ook niet oplossen. We kunnen alleen maar proberen om de schade te beperken.” En dat begint met genuanceerd onderzoek.