Wetenschappers hebben ontdekt dat het gist dat we gebruiken voor het brouwen van pils Argentijnse wortels heeft.

Er is eeuwen gewerkt aan het perfecte biertje. Brouwers selecteerden bepaalde eigenschappen van gist en gingen daarmee aan de slag. Dat had – zonder dat de brouwers het wisten – invloed op de evolutie van gist.

Kruising
Het gist dat tegenwoordig wordt gebruikt voor bier is uit die evolutie voortgekomen en draagt de naam Saccharomyces carlsbergensis. Dit is een kruising tussen S. cerevisiae en een onbekende gist. Wetenschappers zijn er nu in geslaagd om die onbekende soort gist te identificeren.

WIST U DAT…

…bier van onderen naar boven tappen ook voordelen heeft?

S. eubayanus
Ze hebben de nieuwe gistsoort de naam S. eubayanus gegeven. Het gist komt van oorsprong uit Argentinië en groeit daar in de streek Patagonië. Hoe het gist uiteindelijk in Europa terechtkwam en uitgroeide tot een bestanddeel van bier is onduidelijk.

Dieren
Wellicht werd het gist door dieren of mensen overgebracht naar ons continent. Daar kruiste de wilde gist zich met de gedomesticeerde gist en groeide uit tot de gistsoort die ook vandaag de dag nog gebruikt wordt om bier te brouwen.

Het is aan al die toevalligheden te danken dat we vandaag de dag pils hebben. Zonder het Argentijnse gist had een pilsje waarschijnlijk heel anders gesmaakt.