antarctica

Het biedt hoop: mogelijk weet de ijskap ondanks dat de aarde opwarmt ook grotendeels stand te houden.

Als het om de Oost Antarctische ijskap gaat, kunnen onderzoekers het maar niet echt eens met elkaar worden. Sommige wetenschappers denken dat deze tijdens het Plioceen – toen er ongeveer net zoveel CO2 in de atmosfeer zat als nu – flink smolt. Anderen denken dat de ijskap daar weinig onder te lijden had en al meer dan tien miljoen jaar redelijk stabiel is.

Sedimenten in een meer
Om te achterhalen hoe het werkelijk zit, trokken onderzoekers naar het oosten van Antarctica, naar de Friis Hills. Ze richtten zich op sedimentafzettingen in een oud meer. Die afzettingen bevonden zich zo’n dertig centimeter onder het huidige oppervlak. Eerder zijn in dit voormalige meer fossiele resten van dieren aangetroffen die erop wijzen dat het meer gevuld was met zoet water. Tevens heeft eerder onderzoek aangetoond dat vulkaanas op de bodem van het oude meer zeker 20 miljoen jaar oud was.

Isotoop
De onderzoekers wilden nu vaststellen of er in de tussentijd sprake was geweest van smelting. Om dat vast te stellen, keken ze naar het radioactieve isotoop beryllium-10. Dit ontstaat in de atmosfeer wanneer kosmische straling in botsing komt met zuurstof- en stikstofatomen. “Beryllium-10 blijft vrij gemakkelijk aan deeltjes plakken en wordt in verband gebruikt met afzettingen in meren,” vertelt onderzoeker Jane Willenbring. “Wij wilden zien of we dit isotoop konden gebruiken om uit te zoeken hoelang het sediment hier al is en hoelang het niet in contact is geweest met vloeibaar water.” Beryllium-10 heeft een halfwaardetijd van 1,4 miljoen jaar: dat betekent dat de concentratie beryllium-10 in 1,4 miljoen jaar halveert. De onderzoekers schatten hoeveel beryllium-10 er oorspronkelijk in de sedimenten zat. Vervolgens keken ze hoeveel beryllium-10 er nu nog in de sedimenten te vinden was. Op basis daarvan konden ze meer zeggen over de leeftijd van de sedimenten. De sedimenten bleken tussen de 14 en 17,5 miljoen jaar oud te zijn. “We ontdekten dat de beryllium-10 bijna helemaal verdwenen was,” vertelt Willenbring.

Veertien miljoen jaar
De onderzoekers stellen dat de afzettingen – en dus ook het omringende gebied, de Oost-Antarctische ijskap – al zeker 14 miljoen jaar bevroren zijn. Als dat niet het geval zou zijn, zou water in contact zijn gekomen met de sedimenten en zou de concentratie beryllium-10 in de sedimenten zijn ‘gereset’. “Het betekent dat het sediment zeker ouder is dan de periode waarin Antarctica volgens sommigen ijsvrij was,” concludeert Willenbring in dit paper.

Ze verwijst daarmee naar het eerder genoemde Plioceen, een periode tussen de 3 en 5 miljoen jaar geleden. De concentratie koolstofdioxide die toen in de atmosfeer zat, kwam grofweg overeen met de concentratie die we nu in de atmosfeer aantreffen. “Het Plioceen wordt wel eens gezien als representatief voor wat de aarde mee gaat maken als de opwarming doorzet. Dat geeft ons hoop dat de Oost Antarctische ijskap vandaag en in de toekomst redelijk stabiel kan blijven.” Tegelijkertijd houdt Willenbring een slag om de arm. “Ook al lijken de omstandigheden gedurende het Plioceen op de omstandigheden van vandaag de dag. we hebben nog nooit zo’n snelle overgang naar warme temperaturen meegemaakt als nu.” In die zin is de situatie dus heel anders en blijft de toekomst dus onzeker.