valvandemuur

Kinderen die kort na de val van de Muur in Oost-Duitsland ter wereld kwamen, hebben doorgaans een slechtere opvoeding genoten dan hun tijdgenoten. Ook hadden ze een 40% grotere kans om als volwassenen een misdaad te begaan. Dat blijkt uit nieuw onderzoek.

De onderzoekers – verbonden aan de Royal Holloway University of London – ontdekten dat vrouwen die kort na de val van de Muur in Oost-Duitsland een kind op de wereld zetten in vergelijking met de gemiddelde moeder in die tijd doorgaans jonger, minder hoogopgeleid, vaker single en werkeloos waren.

Risico’s
Ook bleken de jonge moeders in Oost-Duitsland grotere risico’s te nemen. “Het lijkt erop dat de moeders van deze groep jonge mensen veel sterker geneigd waren om risico’s te nemen en dat gaven ze ook door aan hun kinderen, die zelf ook bereid waren om meer risico’s te nemen terwijl ze opgroeiden,” vertelt onderzoeker Arnaud Chevalier. “De kinderen deden het gemiddeld minder goed op school en waren sterker geneigd om een misdaad te begaan.”

“Het lijkt erop dat de moeders van deze groep jonge mensen veel sterker geneigd waren om risico’s te nemen en dat gaven ze ook door aan hun kinderen”

Slechte opvoeding
Dat de kinderen van deze vrouwen het minder goed deden op school en een aanzienlijk grotere kans hadden om zich met criminele aangelegenheden bezig te houden, is volgens de onderzoekers te wijten aan de slechte opvoeding die deze kinderen genoten. De onderzoekers baseren die conclusie op een langlopend onderzoek dat in Duitsland in de periode rond de val van de Muur werd uitgevoerd. Tijdens dit onderzoek werd onder meer aan kinderen gevraagd hoe ze tegen hun ouders aankeken. De kinderen die tussen 1991 en 1993 geboren werden, waren aanzienlijk minder over hun ouders te spreken dan de kinderen die in de jaren ervoor ter wereld kwamen. Om er zeker van te zijn dat dat kwam door de vaardigheden van hun ouders en niet door de tijd en omstandigheden waarin deze kinderen opgroeiden, ondervroegen de onderzoekers ook de oudere broers en zussen van de kinderen die kort na de val van de Muur in Oost-Duitsland ter wereld kwamen. Ook zij gaven aan een slechtere relatie te hebben met hun moeder en waren tevens sterker geneigd om risico’s te nemen.

“Na de val van de Berlijnse Muur in 1989 halveerden de geboortecijfers in Oost-Duitsland,” vertelt Chevalier. “De verandering van het communisme naar het kapitalisme bracht een periode van economische onzekerheid met zich mee, waardoor veel mensen het krijgen van kinderen uitstelden. Wij geloven dat de unieke aard van deze generatie in Duitsland verklaard kan worden door de minder goede ouderlijke vaardigheden van de mensen die ervoor kozen om in een periode van economische onzekerheid kinderen te krijgen. De economische omstandigheden van het land in die tijd hadden duidelijk invloed op het type mensen dat ervoor koos om ouders te worden. De mensen die liever geen risico’s nemen, besloten om geen kinderen te krijgen, wat betekent dat een disproportioneel groot aantal kinderen voortkwam uit ouders die ervan hielden om risico’s te nemen. Deze ouders waren doorgaans ook jonger en minder hoogopgeleid en misten mogelijk de ouderlijke vaardigheden die oudere en hoger opgeleide volwassen wel hadden.”