Steeds meer mensen moeten huis en haard verlaten omdat hun leefgebied niet langer bewoonbaar is door toedoen van het klimaat. Wat kunnen we daaraan doen?

Hevige cyclonen, onstuimige stormen en verdere stijging van de zeespiegel. Allemaal gevolgen van klimaatverandering en belangrijke oorzaken van het steeds groter wordende aantal klimaatvluchtelingen. Eilandbewoners worden door de stijgende oceaan gedwongen hun eiland te verlaten en in Bangladesh worden huizen onverhoeds weggespoeld door rivieren. Het lijkt wel alsof tegenwoordig steeds meer mensen te maken krijgen met natuurgeweld. En de cijfers zijn inderdaad indrukwekkend. Volgens het IDMC (Internal Displacement Monitoring Centre) zijn er sinds 2008 gemiddeld 26,4 miljoen mensen per jaar uit hun huis verdreven door natuurrampen. Hun voorspelling is dat deze aantallen door klimaatverandering alleen maar zullen toenemen.

Geen bescherming

Mensen die op de vlucht slaan voor oorlog of geweld hebben volgens de Conventie van Geneve recht op asiel en bescherming van andere landen. Echter is het klimaat als reden om te vluchten bij deze conventie niet meegenomen. Hierdoor worden klimaatvluchtelingen dus niet erkend onder het internationaal recht. Klimaatvluchtelingen kunnen, in tegenstelling tot politieke- of oorlogsvluchtelingen, dus niet worden beschermd door de Europese Unie.

Definitie
Het blijkt vrij lastig om de term ‘klimaatvluchteling’ goed te definiëren. Want wanneer slaat iemand nou louter op de vlucht wegens klimatologische redenen? Vaak hangen meerdere oorzaken, zoals politieke, economische en fysische factoren, samen. Zo wordt er gezegd dat de oorlog in Syrië gedeeltelijk ook is uitgebroken door de langdurige droogte die het land gedurende een aantal jaar kende. Onder klimaatvluchtelingen worden over het algemeen de mensen geschaard die niet langer veilig in hun leefgebied kunnen blijven door de gevolgen van klimaatverandering zoals verwoestijning en bodemerosie, maar ook natuurrampen zoals stormen en cyclonen. Hoewel de term ‘vluchteling’ doet vermoeden dat mensen gelijk internationale grenzen over gaan, blijven klimaatvluchtelingen vaker in eigen land. Vooral arme landen in Afrika en Azië krijgen te maken met klimaatvluchtelingen, omdat zij vaak weinig geld hebben voor adaptatiemaatregelingen en dus de gevolgen van klimaatverandering aan den lijve ondervinden.

Kwetsbaar
Om meer informatie te verzamelen over het thema klimaat en migratie en de complexe relaties ertussen, verblijft wetenschapper Ingrid Boas momenteel in Bangladesh. Een land dat geteisterd wordt door overstromingen en cyclonen en waar vooral de arme bevolking kwetsbaar is voor de gevolgen daarvan. Boas is universitair docent aan de Wageningen Universiteit met een expertise in klimaatverandering, milieubeleid en migratie. Ze bekijkt in Bangladesh onder andere welke keuze de bewoners van kwetsbare gebieden maken als het noodlot toeslaat; slaan ze op de vlucht, of proberen ze eerst hun huidige bestaan te redden? Ook bekijkt ze welke factoren hierbij een rol spelen, zoals hun sociale netwerk, hun inkomen, de mate van hulp, adaptatiemaatregelen en het overheidsbeleid. “Je ziet verschillende reacties,” zegt Boas. “Als er een storm overkomt trekken mensen niet per se weg, maar proberen hun huis eerst te repareren. En bij erosie zie je dat mensen hun huis steeds een stukje verder opschuiven. Vooral de kwetsbaarste mensen die geen geld of middelen hebben om ergens anders heen te trekken blijven steeds weer hun huis herstellen.”

“De bewoners beschreven dat in twintig jaar tijd zo’n 3,5 kilometer van het dorp is opgeslokt door de rivier”

Char Fasson
Anderhalve week zat Boas in een dorpje in de regio Char Fasson in Bangladesh voor haar onderzoek. “Het dorp ligt aan de monding van de grote rivier Meghna. Het oostelijke deel van Char Fasson heeft veel last van riviererosie. De bewoners beschreven dat in twintig jaar tijd zo’n 3,5 kilometer van het dorp is opgeslokt door de rivier,” vertelt Boas. “Daarnaast sprak ik een man die al drie keer in zijn dorp is verhuisd, steeds meer landinwaarts. Ook de markt en haven zijn ondertussen al een flink stuk opgeschoven.” Maar volgens Boas hebben de inwoners ook andere strategieën om met de veranderende omgeving om te gaan. Zo zijn al veel mensen noodgedwongen veranderd van beroep van boer naar visser. Daarnaast is ook een deel van de bewoners van het dorp vertrokken naar andere plekken in Bangladesh om een nieuw bestaan op te bouwen.

Migratie
Maar mocht de situatie echt uitzichtloos worden, zullen mensen dan ook naar andere landen uitwijken? “Mensen trekken naar andere gebieden als er echt geen andere mogelijkheid meer is,” zegt Boas. “Het is vaak ook een inkomenskwestie, ze moeten ergens anders hun geld gaan verdienen. Daarom trekken ze vaak naar de stad waar ze bijvoorbeeld als fietstaxichauffeur aan de slag gaan. Mochten mensen wel naar andere landen migreren, dan heeft dat vaak meerdere redenen dan alleen het klimaat. Het zijn vaak economische migranten of politieke vluchtelingen die ervoor kiezen om hun eigen land verlaten. Misschien heeft het klimaat een rol gespeeld, maar de echte drijfveer is dan vaak dat hun situatie te gevaarlijk is geworden. Vaak zijn de mensen die het hardst getroffen worden door klimaatverandering of milieukwesties juist arm en kunnen helemaal niet zo ver weg.”

“Vaak zijn de mensen die het hardst getroffen worden door klimaatverandering of milieukwesties juist arm en kunnen helemaal niet ver weg”
Wist je dat…

…er wordt geschat dat de eilandengroep Kiribati binnen dertig jaar helemaal onder water zal staan? De regering heeft alvast 2000 kilometer verderop een stuk land van Fiji gekocht om de 100.000 mensen van Kiribati te kunnen evacueren.

Tuvalu
Toch zijn er ook voorbeelden van klimaatvluchtelingen die helaas geen andere keus hadden dan hun land te verlaten. Deze mensen vinden we terug op de eilandgroep Tuvalu, een Polynesische archipel in de Grote Oceaan. Tuvalu is één van de meest laaggelegen staten ter wereld: het hoogste gebied ligt slechts op vijf meter boven zeeniveau. Hierdoor is Tuvalu buitengewoon kwetsbaar voor bijvoorbeeld zeespiegelstijging, droogte en tropische cyclonen. Zo steeg de zeespiegel in Tuvalu met 5,1 mm per jaar tussen 1950 en 2009, terwijl de zeespiegel in diezelfde periode wereldwijd met 1,8 mm per jaar steeg. Veel van Tuvalu’s inwoners leggen zich echter niet zomaar bij de situatie neer. Zij beschouwen hun situatie als oneerlijk en velen van hen accepteren niet de mogelijkheid om hun land te verlaten, niet voordat de rest van de wereld iets tegen de opwarming van de aarde heeft gedaan en de gevolgen ervan probeert te beperken. Hoewel de inwoners voet bij stuk proberen te houden, zit er soms niets anders op dan toch toe te geven aan het onvermijdelijke en werden er Tuvaluanen genoodzaakt te verhuizen. Sommigen vertrokken naar het meest bevolkte atol van Tuvalu; Funafuti. Maar ook een migrantenstroom ging internationaal. Zo besloot Tuvalu onderhandelingen aan te gaan met Nieuw-Zeeland voor een meer open immigratiebeleid. Nieuw-Zeeland ging overstag en heeft op dit moment al zo’n 3000 Tuvaluanen verwelkomt. Nog steeds accepteren ze 75 inwoners van Tuvalu per jaar, weliswaar onder heel strikte voorwaarden.

Mobieltjes

Boas kijkt in haar huidige onderzoek naar de rol van informatietechnologie in milieumigratie, omdat mensen in arme gebieden tegenwoordig steeds vaker een telefoon hebben. Wat voor invloed heeft dat op hun weerbaarheid? Boas ontdekte dat in Char Fasson vrijwel alle mannen al een aantal jaar een mobieltje hadden. Deze telefoons zijn tijdens de cycloon Mahasen in mei 2013 veelvuldig gebruikt. Zo gebruikten de mannen de mobiele telefoons om rond te vragen in het dorp wat andere inwoners van plan waren; gingen ze naar een schuilplaats, of bleven ze bij hun huis of boot? Ook was het mobieltje een mogelijkheid om in contact te blijven met familie in andere gebieden in Bangladesh. Daarnaast werd het gebruikt om ervaringen te delen met anderen en samen te bespreken hoe er gehandeld moest worden.

Oplossingen
Het lijkt erop dat er steeds meer mensen in nood zullen komen als de klimaatverandering verder voortzet. Kunnen we er iets aan doen? “Er zou meer geïnvesteerd kunnen worden in adaptatiemaatregelen en er zou meer geld beschikbaar moeten komen voor armere landen,” zegt Boas. “Ook zouden getroffen groepen recht op hulp moeten krijgen om hun huis te versterken of om te verhuizen. Daarnaast zou er meer uitwisseling moeten komen van kennis en techniek. Dit gebeurt in Bangladesh al wel in de watersector.” Daarnaast is er nog het zogeheten ‘Loss and Damage Mechanism’, dat is opgesteld tijdens de klimaattop in Warschau in 2013. Ontwikkelingslanden kunnen hier om hulp vragen als zij schade of verliezen hebben geleden door klimaatverandering. Mensen die geforceerd hun huis moeten verlaten zouden ook hulp kunnen verwachten van Displacement Solutions. Deze non-profit organisatie helpt met het vinden van oplossingen zodat getroffenen zo snel mogelijk weer naar huis kunnen. Ook helpt de organisatie met het zoeken naar nieuwe leefgebieden. In Bangladesh hebben ze bijvoorbeeld tien gebieden aangewezen die geschikt zijn voor het opvangen van klimaatvluchtelingen en in Panama hebben ze dertigduizend eilandbewoners geholpen met het verhuizen naar het vaste land.

Op dit moment kunnen we nog niet precies inschatten in hoeverre de gevolgen van klimaatverandering in de toekomst invloed gaan hebben op de levens van mensen. Echter is er volgens het IPCC een grote overeenstemming tussen wetenschappers dat klimaatverandering, in combinatie met andere drijfveren, wereldwijd zal leiden tot een toename van klimaatvluchtelingen. Volgens Boas kunnen we dus niet wachten met reageren en moet er preventief actie ondernomen worden om mensen in de kwetsbare gebieden te helpen.