Het is de Week van de Circulaire Economie. En dus staan ook wij hier even bij stil. Hoe ver is Nederland eigenlijk al? En hoe ziet zo’n circulair model er precies uit?

Geen afval meer en een oneindig hergebruik van grondstoffen. Dat is wat je je bij een zogenoemde circulaire economie moet voorstellen. Nederland heeft zelfs als doel om in 2050 volledig circulair te zijn. Maar waar staan we nu? En hoe haalbaar is dat redelijk hoog gegrepen doel?

Circulaire economie
Laten we bij het begin beginnen. Een circulaire economie; wat is dat precies? Zoals gezegd bestaat er in een circulaire economie geen afval meer en worden grondstoffen telkens weer opnieuw gebruikt. Het afval wordt daarbij de nieuwe grondstof. Het komt er dus op neer dat de waarde van materialen maximaal behouden blijven. “In een circulaire economie gaan we dus veel efficiënter met grondstoffen om,” legt Marko Hekkert, hoogleraar Dynamiek van Innovatiesystemen aan de Universiteit Utrecht en directeur van het Copernicus Institute of Sustainable Development in een interview met Scientias.nl uit. “Het begrip omvat dus de manier waarop we met grondstoffen omgaan, de aandacht voor duurzame materialen én om te streven naar de hoogste efficiëntie. Dat alles komt samen in de term circulaire economie.”

Wegwerpmaatschappij
Op dit moment zijn we in Nederland nog niet zo circulair bezig. We kopen bijvoorbeeld op het station een kopje koffie in een wegwerpbeker en gooien het vervolgens in de prullenbak, om de volgende dag precies hetzelfde te doen. Al die bekertjes eindigen vervolgens op de afvalhoop, terwijl er in de meeste gevallen nieuwe grondstoffen worden gewonnen om weer precies zo’n zelfde bekertje te fabriceren. Dit is een typisch voorbeeld van onze wegwerpmaatschappij. Aan het eind van de levenscyclus wordt een product als afval afgedankt, in plaats van het te repareren of hoogwaardig te recyclen. Dit is voor de consument vaak ook het voordeligst en dus ook logisch: de nieuwprijs van een product is vaak lager dan bijvoorbeeld de reparatiekosten. Maar volgens Hekkert is het heel belangrijk om over te schakelen op een meer circulair model. “Aan de ene kant kost het maken van materialen zoals ijzer, glas en kunststoffen heel veel energie,” vertelt hij. “En als je minder materialen nodig hebt, verbruik je dus ook meteen minder energie. Een circulaire economie is dus voordelig voor het klimaat, omdat het hele positieve consequenties heeft voor ons energiegebruik. Anderzijds zijn veel grondstoffen die wij momenteel gebruiken eindig; het raakt een keer op. Misschien niet in de komende tien tot twintig jaar, maar mogelijk wel tegen het einde van de eeuw.”

Snoeptomaatjes
We hebben onze economie dus zo ingericht alsof er een oneindige toestroom is van materialen en grondstoffen. Maar waarom steken we eigenlijk zo ons kop in het zand? “Stel, je bent een bedrijf dat snoeptomaatjes verkoopt,” schetst Hekkert. “In dat geval wil je natuurlijk dat die tomaatjes in de beste staat bij de consument aankomen. Je verpakt ze daarom in een stevige, dikke plastic beker die je gemakkelijk kunt stapelen in de mooiste kleurtjes en vormen waarmee je je ook nog eens onderscheidt van de concurrent. Men beredeneert dus in termen van voordelen voor de logistiek, consument en marketing. Het zit dus heel diep verankerd in de structuur. En tot op heden hebben we nog niet veel signalen gekregen dat het de verkeerde kant op gaat.”

Ommezwaai

Maar dat begint ondertussen wat te veranderen. Zo komen er steeds meer initiatieven op om over te gaan op een efficiënter gebruik van materialen en grondstoffen. Ook vanuit de overheid. Zo heeft de overheid een plan opgesteld om in 2050 volledig circulair te zijn. Maar hoe circulair is Nederland eigenlijk al? “Wat betreft ons afvalbeleid doen we het redelijk goed,” stelt Hekkert. “Waar veel andere landen nog hun afval storten, hebben we in Nederland stappen gezet om veel meer te recyclen. We blinken bijvoorbeeld uit in de recycling van staal en papier. Met behulp van magneten trekken we het staal uit het afval en smelten het om tot nieuw staal. Ook voor papier hebben we een goed beleid. Het wordt gescheiden ingezameld en vervolgens in een bak met water gegooid, waarna het uit elkaar valt en de vezels vervolgens worden gebruikt om opnieuw papier te maken.”

Doelstellingen Nederland circulaire economie
Het kabinet heeft drie doelstellingen geformuleerd om de Nederlandse economie zo snel mogelijk circulair te maken. Deze zijn:
-Bestaande productieprocessen maken efficiënter gebruik van grondstoffen, zodat er minder grondstoffen nodig zijn;
– Wanneer nieuwe grondstoffen nodig zijn, wordt zoveel mogelijk gebruikgemaakt van duurzaam geproduceerde, hernieuwbare (onuitputtelijke) en algemeen beschikbare grondstoffen. Zoals biomassa, dat is grondstof uit planten, bomen en voedselresten. Dit maakt Nederland minder afhankelijk van fossiele bronnen en het is beter voor het milieu;
– Nieuwe productiemethodes ontwikkelen en nieuwe producten circulair ontwerpen.

Maar niet al ons afval wordt gerecycled. Met name kunststoffen blijken een hoofdpijndossier. “We zijn op zich in staat om kunststoffen uit het restafval te filteren en te voorkomen dat het wordt verbrand,” zegt Hekkert. “Maar bij het omzetten van die kunststoffen naar nieuwe producten; daar gaat het mis. Het leeuwendeel wordt dan ook alleen gebruikt voor wat laagwaardige toepassingen, zoals bijvoorbeeld bermpaaltjes. Maar in veel mooie kunststofproducten zit geen gerecycled plastic.” Dit heeft met name te maken met ons nog altijd lineaire economisch model. “We houden bij het ontwerp geen rekening met herbruikbaarheid,” aldus Hekkert. “We gebruiken voor een product talloze soorten kunststof door elkaar. En dan is het heel moeilijk om die weer netjes van elkaar te scheiden en er weer een nieuw kunststofproduct van te maken. Bovendien is het voor bedrijven nog vaak goedkoper om nieuwe grondstoffen te gebruiken dan om te hergebruiken.” En daar zit de crux.

Materiaal
Het betekent dat Nederland, net als veel andere westerse landen, nog veel te veel materialen gebruikt en er nog niet echt in slaagt om er efficiënter mee om te springen. “Sterker nog, qua materiaalstroom gaan we er juist op achteruit,” zegt Hekkert. “We gebruiken nu nog meer materiaal dan voorheen.” Met alleen een sterk afvalbeleid komen we er dus niet. “Willen we omschakelen naar een circulaire economie, dan moeten we er nog een stapje bovenop doen,” gaat Hekkert verder. “Op dit moment bevinden we ons aan het begin van de transitie. Het onderwerp krijgt wel steeds meer aandacht en we gaan de goede kant op. Maar het staat nog altijd in de kinderschoenen. Dat komt omdat we in een circulaire economie concessies moeten doen. En die zijn niet altijd makkelijk. Daarom vertalen de stappen die zijn gezet zich nog niet in minder materiaalgebruik, waardoor er bijvoorbeeld nog te vaak schaamteloos veel verpakkingsmateriaal wordt gebruikt.”

Nederland vs de rest
We zijn er dus nog lang niet. Maar hoe goed doet Nederland het eigenlijk in vergelijking met andere landen? “Ten opzichte van sommige EU-landen doet Nederland het een stuk beter,” zegt Hekkert. “In Groot-Brittannië wordt er bijvoorbeeld nog veel afval gestort. Maar in vergelijking met Duitsland lopen we weer achter, die zijn al veel beter in recyclen dan wij. In Frankrijk hebben ze weer strengere wet- en regelgeving op basis van de hoeveelheid gerecycled plastic dat toegepast moet worden. Het ene land is dus wat beter op het ene vlak en een ander land weer wat beter op een ander vlak. Wat betreft verpakkingen en materialen loopt Nederland in elk geval niet voorop; ons beleid is om de komende jaren de minimale Europese norm te volgen.”

Willen we omschakelen naar een meer circulair model, dan zullen we rigoureus andere keuzes moeten maken. “We moeten wat betreft onze economie eigenlijk helemaal opnieuw naar de tekentafel,” aldus Hekkert. “We hebben nu een economie gerealiseerd waarin we mooie producten maken die we vervolgens afdanken en weggooien. Maar we zouden eigenlijk naar een economie moeten streven waarin we veel efficiënter met producten omgaan. We zouden de eerder genoemde snoeptomaatjes bijvoorbeeld ook in een dunner plasticzakje kunnen verpakken. Nog beter is om plastic te mijden en het te verpakken in een kartonnen bakje, dat we veel gemakkelijker kunnen recyclen. Nog een stap verder zijn verpakkingsvrije winkels waar tien grote kratten tomaten staan. Consumenten kunnen vervolgens deze tomaten in hun zelf meegebrachte zakje scheppen.”

Willen we dat?
De grote vraag is natuurlijk of we dat eigenlijk wel willen. “Dat is de kern van circulaire economie,” zegt Hekkert. “Het is het zoeken naar een manier waarop we zo efficiënt mogelijk kunnen omgaan met materialen, maar op een zodanige manier dat het voor de grote massa goed te doen is. Er zijn maar weinig mensen die hun alledaagse keuzes laten afhangen van hoe goed ze zijn voor het milieu. Het merendeel wil gemak. En dus is het de uitdaging om hele efficiënte producten te ontwerpen waarmee je ook nog eens de massa meekrijgt.” Volgens Hekkert is daar tijd voor nodig. Maar niet alleen dat. “De manier waarop bedrijven en consumenten omgaan met materialen moet veranderen,” betoogt hij. “Dit kan door gerecyclede materialen bijvoorbeeld goedkoper te maken. Op die manier moedig je bedrijven aan om materialen te hergebruiken. Een andere manier is door bepaalde normen door wet- en regelgevingen verplicht te stellen. In dat geval moet een bedrijf bijvoorbeeld 20 of 50 procent van zijn product van gerecycled materiaal maken. Je dwingt het op die manier bij bedrijven af. Toch blijkt dat de overheid het ontzettend lastig vindt om zulke directe wet- en regelgeving door te voeren.”

2050
De vraag is dus of Nederland erin slaagt is om het doel om in 2050 volledig circulair te zijn, gaat halen. “Dat is de hamvraag,” zegt Hekkert. “Het begint allemaal met de bewustwording. Vervolgens hoop je dat het in beweging komt en probeer je de druk op te voeren. En dan pas raakt het in een stroomversnelling. Maar momenteel zullen we wel heel erg moeten versnellen willen we de opgestelde doelen gaan halen.” Hoe ons leven er in 2050 uitziet, is dus nu nog koffiedik kijken. Maar mochten we stappen zetten richting een meer circulaire economie, dan zouden we twee belangrijke zaken in ogenschouw moeten houden. “Ik maak altijd onderscheid in een circulaire wereld waarin we met name ons gedrag aanpassen en een circulaire wereld waarin we alles met technologie oplossen,” legt Hekkert uit. “Als je alles met technologie oplost kunnen we eigenlijk gewoon op de huidige voet verder. De technologie doet vervolgens de rest. Een andere variant is dat ook de consument zich aanpast, bijvoorbeeld door verpakkingen vaker te gebruiken. Hij brengt het bijvoorbeeld door middel van een statiegeldsysteem terug naar de winkel, waar de verpakking vervolgens opnieuw wordt gevuld. In dat geval breng je dus een veel materiaal-efficiëntere economie tot stand.”

“Momenteel zullen we wel heel erg moeten versnellen willen we de opgestelde doelen gaan halen”

Of wat dacht je van een deelmaatschappij? “Nu koopt iedereen bijvoorbeeld zijn eigen boor die je maar een paar keer paar jaar gebruikt,” vertelt Hekkert. “Je kunt ook een buurschuur bouwen waar het gereedschap van de hele straat opgeslagen ligt. Vervolgens kun je dit met z’n allen delen. Dan heb je maar één boormachine voor de hele buurt nodig. En dat scheelt een hoop materiaal.” Deze manier van leven is niet alleen duurzamer, maar brengt bovendien ook nog eens andere voordelen met zich mee. “Dit kan voor de hele samenleving leuker zijn,” zegt Hekkert. “De buurtschuur wordt bijvoorbeeld ook een sociale ontmoetingsplek. Mensen komen er bij elkaar, wat vervolgens ook weer sociale voordelen heeft.”

Hybride
Welke van de twee het wordt? Dat is nu nog lastig te voorspellen. “Hoe de wereld er in 2050 uitziet, weet ik niet, misschien wordt het wel een hybride,” zegt Hekkert. “We zullen de gebieden verder moeten verkennen en kijken wat werkt en wat mensen willen. In elk geval is ons gedrag ongetwijfeld erg belangrijk. Want als de consument bewuster wordt, past de producent zich aan. Die bewustere consument gaat namelijk nooit meer dat plastic emmertje snoeptomaten kopen. En dus snijdt het mes aan twee kanten. Als de consument omgaat, moet de producent ook om. Maar andersom werkt het ook. Als de consument blijft doen wat hij altijd deed, zal de producent dat ook doen, tenzij het bedrijf door de overheid wordt gereguleerd.”

Of een circulaire economie zal aanslaan? Hekkert is voorzichtig optimistisch. “Ik denk dat als mensen zonder super veel moeite kunnen bijdragen aan iets goeds, het wel kan aanslaan,” zegt hij. “Maar als het een te groot offer wordt, dan zal men het eerder laten. Het is dus belangrijk om het niet te moeilijk te maken. En daarvoor hebben we slimme koppen nodig, die nieuwe systemen kunnen bedenken.” Nederland bevindt zich nu dus eigenlijk nog in een zoekproces waarin we aan het ontdekken zijn hoe we een circulaire economie precies kunnen vormgeven. Wat dat betreft heeft Nederland dus nog een lange weg te gaan. Maar misschien moeten we klein beginnen. Want door bijvoorbeeld een tweedehands trui of boek te kopen, ben je al heel circulair bezig. “Je geeft een product op die manier al een tweede, derde, of zelfs vierde leven,” zegt Hekkert. “En als je op die manier kunt voorkomen dat een product op de afvalberg eindigt, is dat natuurlijk al super.”

Benieuwd…

…naar enkele spraakmakende circulaire initiatieven? Zo is er bijvoorbeeld al ‘s werelds eerste circulaire auto ontwikkeld, die grotendeels uit vlas bestaat en volledig gerecycled kan worden. Daarnaast kwamen ruim 200 Nederlandse start-ups in het kader van de ASN Bank Wereldprijs met inspirerende en vernieuwende duurzame ideeën. Wat dacht je bijvoorbeeld van inkt uit koffiedik of een geheel nieuw verpakkingsmateriaal dat gemaakt wordt uit afvalwater van brouwerijen?