De wildgroei aan keurmerken zorgt voor verwarring en vertwijfeling bij de consument. Tijd voor een alternatief: één duidelijk duurzaamheidskeurmerk waar je van op aan kan.

Ga je boodschappen doen bij je plaatselijke supermarkt, dan kom je het geheid tegen: keurmerken. Er bestaan volgens Milieu Centraal zo’n 150 tot 200 verschillende stempels die aangeven of een kip kon rondscharrelen, of een varken een goed leven heeft gehad, of je broccolistronk biologisch is en ga zo nog maar even door. Maar ondertussen zijn er zoveel keurmerken gekomen, dat consumenten door de bomen het bos niet meer zien. Tijd voor verandering.

Teveel keurmerken
De afgelopen jaren is het aantal keurmerken sterk toegenomen. Goed, zou je zeggen, want hierdoor kan een consument bewust kiezen voor duurzame producten. En volgens Milieu Centraal doet twee op de drie mensen dat ook. Maar zou je zo ook uit je hoofd tien keurmerken kunnen opnoemen? Dat wordt voor veel mensen vaak een tikkie lastiger. En weet je eigenlijk wel waar al die keurmerken voor staan? Veel mensen moeten dan het hoofd schudden. En nu hebben we het alleen nog maar over keurmerken voor voeding. Maar er zijn ook keurmerken voor hout, kleding, cosmetica, schoonmaakmiddelen, etc. Er zijn al zelfs keurmerkwijzers die kunnen helpen bij het kiezen tussen keurmerken. Gaat dat niet een beetje te ver?

Misleiding
Uit onderzoek van GFK blijkt dat mensen sceptisch zijn tegenover keurmerken, omdat ze twijfelen aan de betrouwbaarheid. En geef ze eens ongelijk. Niet gering komt het voor dat mensen worden misleid. Bijvoorbeeld met een dolfijntje op een blik tonijn. Je gaat ervan uit dat de vis op een dolfijnvriendelijke manier is gevangen en daarom kies je eerder dat blikje, dan dat van een concurrent. Maar als je beter kijkt, blijkt dat in het gebied waar de tonijn is gevangen, helemaal geen dolfijnen zwemmen. Misleiding, vindt ook Milieu Centraal. En daar moet toch iets aan gedaan worden.

Er zijn al zelfs keurmerkwijzers die kunnen helpen bij het kiezen tussen keurmerken. Gaat dat niet een beetje te ver?

Eén duidelijk keurmerk
Uit hetzelfde GFK-onderzoek blijkt dat 90% van de Nederlanders vindt dat een keurmerk op het gebied van milieu en duurzaamheid van belang is. Er is wel een oplossing te bedenken om het aantal keurmerken te reduceren en tegelijkertijd te voldoen aan de vraag om een label op het gebied van duurzaamheid: het introduceren van één duidelijk duurzaamheidskeurmerk. Dit keurmerk staat niet alleen op je pak melk, maar ook op een auto, een houten kast of je katoenen trui. Op die manier maak je het voor de consument heel simpel; er is één duidelijk keurmerk, dat meerdere productgroepen overkoepelt en de duurzaamheid van een product aangeeft. Maatstaven kunnen zijn: de algehele broeikasgasuitstoot of de hoeveelheid watergebruik tijdens de productie. Kortom; een keurmerk dat aangeeft in hoeverre een product het milieu belast. Hiermee versimpelen we de boel enorm. Ook het logo moet herkenbaar en niet te ingewikkeld. Gewoon een groene wereldbol.

Voordelen
Het aanbieden van één duurzaamheidskeurmerk brengt meerdere voordelen met zich mee. Zo komen mensen hetzelfde symbool op meerdere plekken tegen; in de supermarkt, in de winkelstraat en bij de autodealer. Hoe bekender een keurmerk, hoe betrouwbaarder. Mensen zullen dus eerder bereid zijn om te kiezen voor dat duurzame product.
Daarnaast schept één duurzaamheidskeurmerk verheldering. Mensen snappen wat het keurmerk inhoudt en waar het voor staat. Consumenten hoeven zich niet blind te staren op de schappen als ze voor een duurzaam product willen kiezen; met één oogopslag kun je de juiste keuze maken.
Waarschijnlijk zal er van misleiding ook minder sprake zijn. Nu zijn er zoveel keurmerken dat het voor de consument lastig is om te bepalen of iets nou een keurmerk is, of gewoon een stempeltje. Als er minder keurmerken beschikbaar komen zal de consument dat verschil veel beter kunnen onderscheiden.

Er moet één duidelijk keurmerk komen, dat meerdere productgroepen overkoepelt en de duurzaamheid van een product aangeeft.

Verweer
Een verweer kan zijn dat duurzaamheid niet altijd de kwaliteit van de leefomstandigheden van een dier aangeeft. Biefstuk kan heel duurzaam gemaakt worden, maar het varken kan alsnog in een veel te klein hok hebben gezeten. Dat is ook zo, en het is zeker goed om aandacht te besteden aan diervriendelijkheid. Maar dat hoeft niet per se door middel van een keurmerk. Bedrijven kunnen ook transparanter worden. Bijvoorbeeld door de consument een kijkje te bieden in hoe het bedrijf te werk gaat en hoe groot de hokken van de dieren zijn. Dit zouden ze kunnen doen door Open Dagen te houden, of een goede website waar je webcambeelden of recente foto’s kunt bekijken. Op deze manier kan de consument ook bewustere keuzes maken.

Dat er een halt toegeroepen moet worden aan het aantal keurmerken en (nep)stempels, spreekt voor zich. Het zal veel overzichtelijker worden met minder keurmerken – waarvan je wel weet dat ze betrouwbaar zijn – dan een arsenaal aan tekentjes en blaadjes die niet zoveel voorstellen. Ten slotte is één duurzaamheidskeurmerk op allerlei verschillende producten is niet alleen makkelijker, maar ook geloofwaardiger.